All Tomorrow’s Parties Curated by Animal Collective :: Dag 2

De Engelse kust is een trut. Ik denk graag positief als ik mijn
woonst verlaat, en kwam dus licht uitgerust in Minehead aan. Eén
broek die in de categorie ‘lang’ zou thuishoren, en dan hebben we
het uiteraard niet over ‘dik’ gehad. Welnu, er was zon, zo af en
toe. Maar er was vooral wind, en nu en dan durfde het zelfs
ongezellig plenzen. Verder was het nu zaterdagnamiddag. Wakker
worden op All Tomorrow’s Parties gaat meestal gepaard met enkele
gedachten: waarom zijn mijn buren zo luidruchtig, waarom is het
hier zo verdomd koud, en zal ik ook nog op normale wijze kunnen
bewegen. We zijn dus op een festival.

Het ontbijt bestaat uit bananen en bounty’s. Een middelmatige
douche en een documentaire over Sun City Girls later slenter ik
richting Centre stage, waar de overblijvende leden van diezelfde
Sun City Girls zowaar een ode aan zichzelf brengen (of was het hun
gestorven medemaat) onder de naam The Brothers
Unconnected
(tevens de titel van een track uit ‘Dante’s
Disneyland Inferno’). Een kenner ben ik zeker niet, wat eigenlijk
als enig gevolg had dat ik net iets harder moest lachen met al de
grappen en grollen van Alan en Richard Bishop dan de overige leden
van het schaarse publiek.

Na enkele huzarenstukjes met Richard Bishop als hoofdrolspeler,
gooit de band het over een andere boeg door uit een voorraad songs
te putten met een hoog copycatgehalte. Country ballad volgt
folksong, een knipoog nar Tom Waits leidt ons in de voetsporen van
Bob Dylan, het kan allemaal. Ondertussen werd het publiek na elk
nummer bestookt omwille van de lovende reacties ten gevolge van
bepaalde nummers. Na het aanstekelijke ‘Six Kids of Mine’ luidde
het: “So by applauding, what you’re really saying is you’re in
favour of killing children in their sleep”. En wij maar
schaapachtig lachen. Afsluiter ‘Bitter Cold Countryside’ was een
festivalhoogtepunt, met de haast vertederende samenzang en het
gebrom van Alan Bishop op de achtergrond. Het deed een mens zin
krijgen om al die oude Sun City Girls-albums nog eens uit de
kartonnen doos te halen. Ik heb – voor alle duidelijkheid – geen
kartonnen doos, en dus ook geen Sun City Girls-albums.

Standup comedy was ook vertegenwoordigd op ATP, zij het dan door
een enkele man uit Maryland. Matt Baetz mocht de
nog katerende massa redden van een namiddagje FA Cup. Zij met een
sterk gestel zijn vermoedelijk naar Eric Copeland gaan kijken. De
comedy was geestig, veel beter dan initieel verwacht zelfs, al had
het meer weg van een lopend gesprek met het publiek dan een
eigenlijke show. Hoofdrolspelers in dit gesprek waren de twee
snotneuzen op de eerste rij, de oude man aan hun zijde die meteen
als pedofiel werd gelabeld, en de onvermijdelijke Glaswegian (‘the
gardener from The Simpsons’). Deze laatste had een wel erg luguber
verhaal te vertellen over online daten, met de punchline: “but it
turned out she was an amputee!” Wat een charmeur.

Na een aangename vijfenveertig minuten moesten we nog het obligate
Chris & Co moment overleven, gevolgd door een cover van
Ludacris’ ‘My Chick Bad’, gezongen op zijn Neil Youngs. Vrij
vermakelijk allemaal, en ik moest mijn eerste pintje nog
bestellen!

Grapje. Een aap die op All Tomorrow’s Parties bier zou drinken. Wat
er ook van zij, het schema was hard: er moest genoten worden van
Mick Barr, wie die man ook mocht wezen. Een
gitarist, oprichter van Orthrelm, werkt onder vele pseudoniemen.
Dat zijn de losse feiten. Wat echter te horen was in Reds op een
nog zonnige zaterdagavond was verbluffend. Barr speelde een korte
set op zijn elektrische gitaar, meestal steunend op één basisnoot,
terwijl hij aan hoge snelheid de harmonieën rond deze
melancholische toon liet wervelen. Ondanks de rotvaart waarmee er
gescheurd werd, bleek deze brutale aanval de meest hypnotiserende
ervaring van het hele festival. Absoluut een religieus handgebaar
(en knieval) waardig.

He jongens, hebben wij eigenlijk al een rockband gezien de voorbije
24 uur? Al een geluk dat Meat Puppets door hun
plaat ‘Up on On the Sun’ knallen in Centre, of het zou ook
daadwerkelijk een volle dag zonder volwaardige rockband zijn
geworden. Wat ik aantrof was even wennen: de band leek, ondanks de
nieuwe plaat en het recente tourschema, echt niet gestroomlijnd, en
de oude nummers brachten Cris en Curt Kirkwood aardig aan het
struikelen. Animal Collective werd bedankt voor het suggereren van
de show (“This record was released in 1985… I can’t even remember
what happened in 1985, let alone these songs.”), en langzaam maar
zeker kwam de trein dan toch op gang. Er heerste euforie in Centre
stage toen de opwaartse tred van de band resulteerde in een
spetterende finale en grote huldepreken achter mij; zoals het een
grote band betaamt, zeg maar.

Willekeurige tip tussen al dit muzikale geweld: als u ooit een
Finnegan’s Fish and Chips binnenstapt – Wacht. Hold the
phone
. Stap nooit een filiaal van Finnegan’s Fish and Chips
binnen.

Maar als u dat toch ooit zou doen, vermijd dan de fish and
chips
. Neem liever iets met kip. Misschien zelfs hun Indische
gerechten, ook al zijn ze hoogst middelmatig en betaalt u bij uw
lokale Indiër niet veel meer. Daar zat ik dus, met mijn fish and
chips, begripvol knikkend terwijl enkele Britten mij vertelden over
de FA Cup, en hoe zij mekaar wel mochten, ook al supporterde de één
voor Liverpool en de ander voor Everton. Of hoe je die conversaties
blijkbaar nergens kunt ontvluchten.

Ariel Pink speelt in Centre, maar ik zie er de
volle anderhalve minuut van. Spectrum is mijn doel
vanavond, en hun set maak ik integraal mee. Maar wat kan ik er dan
over zeggen, het deed me hoegenaamd niets. Waarom niet? Omdat ik –
blijkbaar – niet zo geïnteresseerd ben in het bekijken van een live
shoegaze-act. Maar het publiek zat mee, en Peter Kember bracht een
ode aan zij die er vandaag hadden moeten staan maar inmiddels de
dood vonden.

Voor wie het verslag van de openingsdag aandachtig gelezen heeft:
ik moet mijn mening omtrent de aanwezigheid van muzieksnobs
misschien herzien. Deze kalende heer dacht namelijk dat er een
stormloop zou zijn voor Beach House (zoals in elke
andere plaats ter wereld). Het leek dan ook een berekende zet
gewoon te blijven staan in het knusse Reds, alwaar The
Frogs
weldra hun album ‘It’s Only Right and Natural’
zouden spelen. Welnu, plots begon een briesende massa mij te
omringen en voorwaarts te duwen. “Weten jullie dan niet dat Beach
House in dat andere gebouw speelt?” wou ik ze vragen. Maar nee
hoor, daar stonden ze plots, die hipsters die zichzelf wel een
beetje risqué vonden. Het getetter bereikte een nieuw crescendo
terwijl op het podium een verkleedfeest losbarstte. Het was
blijkbaar hier te doen.

Het verhaal achter ‘It’s Only Right and Natural’ is erg amusant (u
moet het maar eens opzoeken), en dat zijn de songs natuurlijk ook.
Meer nog: de band gaat zo ver in het ontkrachten van het eigen
materiaal dat je niet anders kan dan lachen. Nummers worden
afgebroken “because it went so well in rehearsal”, akoestische
nummers werden elektrisch gespeeld en vice versa, om nog maar te
zwijgen van de eigenlijke songs. Orale seks met baby’s? Ja hoor,
daar mag het gerust over gaan. Het publiek glunderde en smulde. En
ik stiekem ook.

Er leefde nogmaals lichte onrust in mijn binnenste: zou ik wel op
tijd in de zaal raken voor Animal Collective?
“Want als het zo gaat stormlopen als bij Lee Perry, dan…” Met die
gedachten zakte ik af richting Centre om wat mee te pikken van
Thinking Fellers Union, Local 282. Ik heb de volle
drie nummers achter de kiezen wanneer Jesse op het toneel
verschijnt, een aandoenlijke New Yorker die als beamende uiting
‘yeah yeah yeah’ hanteert. Dat hij en zijn vrienden plus wederhelft
(verkeerde volgorde, excuses) naar Kurt Vile gaan,
en of ik niet even met hen meeloop. Ook goed. Maar laat het u niet
ontmoedigen, beste lezer: ga gerust eens luisteren naar die
Thinking Fellers Union. Een wat in de vergetelheid geraakt
reusje.

Jesse en Amber lijken al enigszins aangeschoten. Er worden wilde
sugesties gedaan, namelijk: dansen op Kurt Vile. Die gekke
Canadese, wat denkt ze wel, dansen op Kurt Vile. De zatte Britten
zijn het natuurlijk met haar eens. Impressies over Kurt Vile live
kunt u ook elders lezen, maar hier viel het alvast in de smaak, wat
gek is, aangezien het effect min of meer hetzelfde was als bij
Spectrum. Ik schuif de schuld op de capabele schouders van mijn
gezellen op dat ogenblik.

Ongeveer een song voor het einde begint onze moedige uittocht.
Bestemming: Centre Stage. Onze missie: de blaas ledigen voor de rij
te lang wordt. Onze andere missie: heftiger dansen dan de man of
vrouw naast ons. Ik kan van mijn kant melden dat de operatie een
dubbel succes was. Hier oeverloos zitten doorbomen over
Animal Collective zou maar wat schraal zijn, want
ze stonden natuurlijk op Les Nuits (en gelooft u me maar, de sets
waren dermate identiek dat mijn hoofd er nog steeds van gonst). Dat
de ontgoocheling bij velen groot was, hoef ik u echter niet te
vertellen. Want door de erudiete inleiding van collega Van Peer
wist u, de lezer, wat velen in Centre Stage niet schenen te
beseffen: dat er vanavond geen Greatest Hits Show zou zijn. Het was
een harde klap voor sommigen, en bracht enkelingen er blijkbaar toe
om met flessen richting podium te gooien. Ofte: dronken hipsters
zijn vooral erg dronken.

Terwijl ik tijdens de laatste set wat uitblaas en het gutsende
zweet op de makkelijk bereikbare plaatsen van mijn lichaam probeer
te bedaren, giet ik enkele glazen water naar binnen. Ik weet niet
waar die anderen het hadden, maar een greatest hits show was mij
fataal geworden. Misschien toch maar zes maanden zwaar fitnessen
voor die onvermijdelijke ‘Animal Collective plays Feels’-tournee.
Na de veertiende en laatste song verdween de band van het toneel,
zonder te bissen, en slenterde ik richting uitgang. Uiteraard loop
ik recht in de armen van een nu snoerdronken Jesse. Dat er een
bachanaal gepland was in zijn chalet, en een cordiale uitnodiging
aan mij verstrekt werd. “Een mens kan niet altijd gekloosterd
leven”, denk ik, terwijl ik Jesse de trappen af help.

Aangezien het maar niet vooruit gaat met zatte Jesse en zatte
vriend Colin, beslist Amber om de voorhoede in te palmen, en sleurt
mij mee de Irish Bar in, op zoek naar Bill Murray. U hoort het
goed. Bill Murray was op het festivalterrein gesignaleerd, al heeft
niemand hem na dat signalement nog teruggezien. Al dansend missen
ook wij Bill Murray, en komen uiteindelijk bij de chalet. Daar
verzekert Amber mij uit het niets dat zij vannacht geen bed met mij
zal delen. Ik laat enkele seconden niets van mij horen, wetend dat
een dramatische pauze op dit moment in de uitwisseling cruciaal is
voor het verder humoristische verloop van de avond. De vraag laat
zich ook stellen welke drugs Amber ook alweer genomen had.

De rest van het verhaal in korte uitstoten: Jesse op dak. Security
niet blij. Whisky + banaan. Afgrijselijk koud. Fuck de Britse kust.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 6 =