Kokomo :: If Wolves

Kokomo doet nauwelijks moeite om het doodgewaande postrockgenre te reanimeren. Geen slechte keuze, zo blijkt.

Kokomo is naast een plaatsje in Indiana, een Engelse soulband, de titel van een Beach Boys-hit én een foute beachclub, ook een, naar eigen zeggen, “instrumentale rockband”. Met die omschrijving wordt de stilaan pejoratieve term “postrock” vermeden. Volgens postrockjunkies is Kokomo net als Long Distance Calling en Daturah een veelbelovende Duitse band die het genre nieuw leven inblaast. Sceptici daarentegen beschrijven de hele nieuwe lichting postrockbands als de zoveelste stuiptrekking van een doodbloedend genre dat al enkele jaren nauwelijks verrassingen in petto heeft.

Toch wist Daturah een paar jaar geleden het niveau van de gemiddelde dertien-in-een-dozijn-postrockband te overstijgen met een behoorlijk imponerende mix van spannende noise en epische postrock. De toekomstige muzikale richting van de band is echter een groot vraagteken. De met elektronica en progelementen doorsprekte postrock van Long Distance Calling klonk bijzonder gespierd, maar veel te geforceerd. Kokomo op zijn beurt incorporeerde metalinvloeden en zelfs screams (te horen op Matterhorn Bob And The Black Fair) en dreef het minst weg van de klassieke postrockelrecepten.

Over naar de plaat. Vooral in mokerslagen als “Versus Silotron” en “Epochs And Archives” worden de klassieke postrocktrucs niet geschuwd. Kokomo wisselt sfeervolle en rustige stukken af met explosieve postrock. Nagenoeg heel If Wolves wordt voortgestuwd door pompende basdrums. U voelt ons al komen: zijn alle nummers van hetzelfde laken een pak? Ja. Saai? Neen! Het voor Kokomo typerende duistere sfeertje loopt als een rode draad doorheen de plaat. Een goed voorbeeld is de lang uitgesponnen gitaargolf in “Go, Mordecai”, die na een minutenlange dreigende opbouw eindigt in een ziedende climax. Kokomo mikt niet op de originaliteitsprijs, maar wel op emotionele impact.

Het gemiddelde verrassingsgehalte van de nummers bedraagt weliswaar 0,00000000005, maar qua kracht en pathos komt Kokomo geregeld in de buurt van de meer grillige postrock/metal. ”91 Meter” start met een slepende metalriff, maar eindigt op meer dromerige klanktapijten. In pakweg “Versus Silotorn” — er zijn genoeg andere voorbeelden — neemt het gitaarwerk al vlug hevige, epische proporties aan. Vooral bij de fans zal dit vaste ingrediënt tijdens de eerste luisterbeurt een waw-effect creëren en nadien verslavend werken.

Kokomo is goed, neen, uitmuntend in z’n genre. Zonder veel risico’s maken de Duitsers postrock die vooral het innerlijke aanspreekt en in staat is je live omver te blazen. Voor de non-believers, bijvoorbeeld diegene die het genre geen warm hart toedragen, zal de houdbaarheidsdatum van If Wolves echter snel verstrijken. Gun deze plaat dus minstens een luisterbeurt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − negen =