DUNK!FESTIVAL: Kokomo :: “De postrockscene is één grote familie”

Ook al gaat de programmatie dit jaar breder dan ooit — denk maar aan het door Consouling Sounds gecureerde podium op vrijdag — Dunk! zou Dunk! niet zijn zonder de betere postrock op de affiche. Een van die acts om naar uit te kijken is het Duitse Kokomo, dat al jaren met And So I Watch You From Afar, Caspian, 65daysofstatic, Caspian en This Will Destroy You in de eerste klasse van de postrock meespeelt. Gitarist René Schwenk over de liefde voor Dunk!, zijn eerste postrockherinnering en… Bill Murray.

Op het moment van het interview is Schwenk op tour in Tsjechië. De band uit Duisburg — sinds 2008 bezig aan een steile opgang — heeft net zijn vierde en beste plaat, Monochrome Noise Love getiteld, uit en doet daarmee de hele maand maart Europa aan. “Het publiek lijkt de nieuwe nummers wel te appreciëren. We zagen ook heel wat nieuwe gezichten”, zegt Schwenk. Kokomo speelt op vrijdag op Dunk!festival, waar ze ook in 2011 en 2013 mochten spelen. “Er is altijd een goede mix van bekende bands en groepen met potentieel op het festival. Het is fantastisch dat we op dezelfde dag als Her Name Is Calla staan. En ik ben ook een grote fan van This Will Destroy You. In mijn ogen is Tunnel Blanket een van de beste recent gemaakte instrumentale albums.”

enola: De nieuwe plaat is de meest intense van de band tot nu toe. Hoe komen loodzware songs zoals het titelnummer en “Licht/Staub” tot stand? Gaat dat spontaan of met voorbedachte rade?

Schwenk: “De hoofdmoot van het titelnummer was al geschreven voor we in het repetitiekot doken om het nummer af te werken. Maar vaak schrijven we nummers door gewoon samen te jammen of wanneer een van ons plots een melodie in zijn hoofd heeft: zo is “Licht/Staub” ontstaan. We wilden een zwaar nummer schrijven zoals Omega Massif en Year Of No Light en probeerden iets uit. Soms neemt het twee uur in beslag om een nummer af te werken, soms meer dan zes jaar. Voor sommige nummers kunnen we lang discussiëren over de details, voor andere houden we het bij een ruwe structuur.”

enola: Sinds wanneer speelt Kokomo met drie gitaristen?

Schwenk: “Op onze eerste plaat (Mattern Bob And The Black Fair uit 2009, red.) hadden we al in bijna elk nummer een derde gitaar. Nadat we de songs geschreven hadden voor If Wolves (2011) beslisten we om ook live een derde gitaar toe te voegen. Eerst kregen we hulp van bevriende bands, drie jaar geleden leerden we Ansgar Koenig kennen. Met hem erbij was de band compleet. We konden ook op een andere manier songs schrijven.”

enola: Bij welke muziek haal je als gitarist in het postrockgenre inspiratie?

Schwenk: “Ik luister in de eerste plaats naar zeer uiteenlopende genres. Nu is dat bijvoorbeeld vooral de muziek van duistere series als Luther en River. Maar als we als band aan nieuwe nummers bezig zijn, is het moeilijker om muziek te laten doorsijpelen, ik analyseer dan veel te veel de songschrijverij en het geluid. Ik luisterde twee jaar geleden veel naar Year Of No Light, ik wilde begrijpen hoe ze hun nummers schrijven met twee drummers en hun geluid tot stand komt. Door dat geanalyseer kan ik vandaag niet meer van hun muziek genieten.”

enola: Een nummer op de nieuwe plaat is genoemd naar acteur en komiek Bill Murray. Is daar een specifieke reden voor?

Schwenk: “We zijn allemaal grote fans van hem en in het bijzonder van zijn rollen in de films van Wes Anderson. Maar we houden er ook van om onze nummers geen typische postrocktitels te geven. Er zitten vaak innuendo’s in onze songtitels. Het nummer na “I’m Bill Murray” heet “I’m Not Dead”. En dat is dan weer een knipoog naar Mogwai’s “I’m Jim Morrison, I’m Dead”.

enola: Wat was je eerste kennismaking met postrock?

Schwenk: “Dat gebeurde toen een vriend me een zelfgemaakte sampler met emo-muziek gaf. Hij wou zelf zo’n band starten, maar dat genre is nooit mijn ding geweest. Het laatste nummer op de cd was “Great Death” van Explosions In The Sky. Ik denk dat er nog plaats over was op de CD-R. Ik was meteen verliefd op het nummer en begon meteen alles van de band te beluisteren. In 2003 heb ik Mogwai live gezien, nadien werd postrock steeds belangrijker in mijn leven.”

enola: Opvallend: in de bandbio worden Theodor Adorno en Jacques Derrida geciteerd. Zijn jullie intensief met filosofie bezig?

Schwenk: “Filosofie helpt ons te begrijpen wat Kokomo is en waarvoor de muziek staat. Volgens Adorno is muziek sociaal geproduceerd en moet het ook op sociaal vlak productief zijn, het maakt niet uit hoe je muziek benadert. Kokomo is een bende vrienden, we vinden het belangrijk dat we nieuwe mensen ontmoeten. We spelen muziek voor een publiek met wie we achteraf kunnen babbelen of een pint drinken. Die sociale context geldt voor de hele postrockscene. Bands, promotors en fans zijn zeer sterk verbonden, er heerst een familiegevoel. Dat kan je elk jaar duidelijk zien op Dunk!festival”

enola: Kokomo is een vrij grote band in de postrockscene. Hebben jullie de ambitie om door te breken in een bredere, alternatieve scene?

Schwenk: “We zien onszelf in de eerste plaats niet als een grote band. Het voordeel voor een band als Kokomo is dat de scene vrij klein is. Spelen in Kokomo blijft een hobby. Het belangrijkste is dat wij onze muziek kunnen uitbrengen en ons amuseren wanneer we op tour zijn. Toen we een jaar met Kokomo bezig waren, zette ik met Oliver (ook gitarist, red.) tussen pot en pint de ambities van de band op een rijtje. We wilde drie doelen bereiken: een vinylplaat releasen, op een festival spelen en goede recensies krijgen. Wel, we zijn in elk doel geslaagd, in het bijzonder dankzij de Dunk!-mensen want zij hebben ons uitgenodigd voor hun festival en onze platen uitgebracht. We kunnen vandaag niet gelukkiger zijn.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier − 2 =