BEST OF: Gorky/i

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goed geplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van goddeau om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van Gorky en Gorki.

1. Soms vraagt een mens zich af

Idealisme met de voeten stevig in de Vlaamse kleigrond, zoals alleen Vos dat kon en op z’n beste momenten nog steeds kan bezingen. “We bouwen aan de toekomst/We leven voor elkaar” met de wekker op 6u30 en een zoveelste “heldentocht in de file”. Burgerlijkheid klonk nooit zo groots.

Hoogtepunt: 0’01”. Die gitaarlijn opent (toen nog) Gorky’s debuut voor u net zoals een boreling met een kreet z’n onontkoombaarheid kenbaar maakt aan de nieuwbakken ouders — met veel moois in het verschiet.

2. Lang zullen ze leven

Net als “Monstertje” nog zo’n nummer van op die gelijknamige plaat dat de staat van de lagere klassen lijkt te willen opmaken, met al zijn hoop en wanhoop. “Jongens, hier volgt een goede raad: hou je niet op met arme mensen”, klinkt het cynisch in het refrein, om even later uit te barsten “Johnny, dat is een mooie naam”, als de naamgeving van de kleine wordt besproken. Het leven is geen pretje, laten we daar maar even duidelijk in zijn.

Hoogtepunt: 2’56”. “En morgen is alles van jou/morgen krijg je alles wat je wou/Aandacht, en liefde en trouw/Morgen is alles van jou”. Hoe harder Vos het bezweert, hoe meer je weet dat het toch weer op bittere ellende zal uitdraaien. De band hamert dat er voor alle duidelijkheid nog even mee in.

3. We Zijn Zo Jong

Eerste single van Gorki’s meest vergeten en meest onderschatte plaat, het eigenlijk ironisch getitelde Eindelijk Vakantie uit 2000. Een donkere plaat die lepeltje ligt met Ik Ben Aanwezig, met bijdragen van Simon Lenski en David Dewaele, een hoes geschilderd door Bent Van Looy en uitstapjes naar klassieke muziek en elektronica. “In Mijn Betere Wereld”, “XTC” en “Later Zeker Misschien” hadden ook niet misstaan in dit lijstje en tekenen mee voor de laatste écht uitstekende Gorki tot nu toe.

Hoogtepunt: 1’06”. Het hartverscheurende refrein barst voor een eerste keer los: “Er is nog een zee van tijd/Een kans op de volgende prijs/We sterven van verlangen/Maar onze liefde die blijft duren/In de show van je leven is er een zee van tijd.” Een tegendraadse piano bedekt het refrein (en u) achteraf met een mantel van liefdevolle troost.

4. Monstertje

Een erg knap vioolgedreven sleepnummer dat — uiteraard — bulkt van de tristesse. In 1996 moesten de rekeningen kloppen, offerde Johnny (wie anders?) stieren aan de godin van de liefde en bedankte De Vos snikkend en melancholisch zijn ouders. Maar de onrust verdwijnt jammer genoeg alleen door drank. “Monstertje” is de heerlijk misantropische en beter verwoorde antipode van het hedendaagse gedrocht “Waar is da feestje?”

Hoogtepunt: 2’59”. Net voor de climax worden de ouders bedankt voor alles wat ze deden. Om het vervolgens toch weer op een ongebreideld zuipen te zetten.

5. Lieve Kleine Piranha

Een heerlijke baslijn, een zwaaiend orgeltje, een enthousiaste mondharmonica en een poepsimpel poprefreintje bleken genoeg ingrediënten om in 1992 de eerste plaats in een toen nog relevante Afrekeninglijst te halen. Ook Mia duikt op in dit verscheurende liefdeslied, maar het zijn de dieren die overheersen. En zo werden er ook eens popsongs met weerhaakjes gespeeld aan de botsauto’s of bij Margriet.

Hoogtepunt: 2’57”. De voorlaatste “verscheur mij” klinkt het meest verscheurend.

6. Tijdbom

Een mijmerende De Vos blikt vol weemoed terug, en hoopt op een seintje op deze pure brok melancholische pop uit 2002. Toen knetterde het vuur nog maar sporadisch en ging de zanger steeds meer het gevecht met de nonsens aan, maar ‘Tijdbom’ is wel nog vintage Vos: een smachtend refrein en enkele rake beelden (‘mijn bewakers eten mijn taart met een gouden lepel en houden mijn medicijnen voor zichzelf’) doen het nodige.

Hoogtepunt: 0’18”. Luc De Vos eet zijn bonen en beeft. Simpel en doeltreffend, exemplarisch voor het volledige nummer.

7. Ik ben aanwezig

Specialleke. Vos strikt Tom Barman voor een onderonsje, en ze maken er iets bijzonders van. Over een geloopte ritmetrack krijgen we twee stemmen die elkaar slaapwandelend net niet op de staart trappen, haasje over spelen, om dan plots op onverwachte momenten samen te komen. Hypnotiserend.

Hoogtepunt: 2’19”. “En een babbel/soms een hapje”: Barman neemt even het voortouw, met een net niet bekakt Hollands accent.

8. Mia

B-kantje van “Soms Vraagt Een Mens Zich Af” dat al snel uitgroeide tot een classic in het Gorky/i-oeuvre en — bij uitbreiding — de Vlaamse muzikale canon, met pieknoteringen in allerhande eeuwigheidswaarde en finaliteit claimende lijsten, waardoor we dit nummer maar nét niet te vaak gehoord hebben. “Mia” is — hopen we toch — De Vos’ pensioennummer, maar bovenal een nummer dat we — even onbevangen als onvoorbereid — opnieuw voor de eerste keer zouden willen kunnen horen zoals op die woensdagnamiddag in de lente van 1992, luttele dagen na de Humo-recensie van de embryonale Mens (fv). Het Leven stond voor ons klaar om uit de startblokken te schieten en het tekstvel van Gorky leek daarbij een geschikte handleiding.

Hoogtepunt: 0’17”. Pianolijn vervoegt gitaarlijn te Wereldsong.

9. Ooit was ik een soldaat

Van op de prachtige live-EP Boterhammen in de schaduw van het debuut. Enkele jaren geleden officieus verkozen tot beste Gorki-nummer op het forum van de site van de band, wat ons betreft mag dat officieel worden. Struinend tussen meewarigheid en ontroering, raakt het zoals geen ander Vosnummer. Een nummer dat van “loser” een geuzennaam maakt.

Hoogtepunt: Tja, 0’00”, klaar voor 4’18” prikken weemoed met de precisie van naalden in een voodoopop. “Ik zei niemand houdt van mij/Met tranen in mijn ogen/Het is de schuld van de maatschappij/Ik werd door iedereen bedrogen” zijn er al een paar. Klassieker.

10. Boze Wolven

Gorky’s hoogsteigen — en niet ver naast doel eindigende — gooi naar iets als “There Is A Light That Never Goes Out” van The Smiths. Zie — en hoor — de melancholisch gestemde Marr-mandoline, de Weltschmerz opwoelende tekst en ook — tussen de regels — de Morrissey-achtige zelfspot. Voor ons vooral ook de — nu ja — ideale soundtrack bij een twee zomers overspannende onbeantwoorde liefde.

Hoogtepunt: 1’13”. Bij het begin van de tweede strofe roept Luc De Vos een hele wereld op middels volgende eenvoudige frasen: “En ik zag Eddy op de laatste trein – hij vroeg ga je mee met mij – En we liepen door de lange nacht – we dachten niet aan later”.

11. Arme Jongen (De Redding Is Nabij)

Rustpunt op wat één van de allersterkste eerste plaathelften uit de Vlaamse rockhistorie moet zijn. Kan bogen op een klassieke Vos-tekst die laveert tussen wanhoop en humor, met in het Gorky-universum — dat er vanaf plaat één stond — archetypische woorden als ‘jongen’, ‘moed’ en ‘redding’.

Hoogtepunt: 1’00”. “Als ik sterf, dan erf jij al mijn geld en de boerderij.” Veel laconieker dan dit kunnen we het niet bedenken.

12. Wacht niet te lang

Opruiende call to arms van op het Y-dragende debuut. Vos zingt met de energie van drie roedels jonge honden en de geilheid van een bronstige puber over “Betty op de radio”, de vriendschap en de revolutie die er nu eigenlijk toch moet komen. Of ook niet; dat is eigenlijk niet eens duidelijk, maar dat de drank tot aller ontevredenheid op is, dat wel.

Hoogtepunt: 2’12”. De mondharmonicasolo is gedaan en Vos mag aan de break beginnen, een alibi om er daarna opnieuw helemaal in te vliegen.

13. Hij Leeft

Titelnummer van de eerste Gorki, het bastaardkind van Gorky dat we toch altijd iets minder graag gezien hebben: de groep weliswaar, niet deze in Dakar tot stand gekomen plaat met enkele van De Vos’ beste nummers (en helaas ook enkele stinkers die we hier onvermeld laten). Eén van de weinige Gorki-nummers waar de tekst — iets vaags rond het monster van Loch Ness — ondergeschikt is aan de muziek.

Hoogtepunt: 0’01”. Gorki meets Ali Farka Touré meets John Fahey.

14. Vaarwel lieveling

“Ik zong voor haar mijn gevoelig lied met heel mijn hart en ziel” zingt Vos en zo klinkt hij ook. Het breekbaarste moment op Ik Ben Aanwezig, de post-OK Computer-plaat van Gorki waar vooral op de eerste helft de klank van producer Attie Bauw de songs krijgt die ze verdient (zie ook “Punk Is Dood”). Ambitieuzer klonk de groep nooit, weidser als in Vaarwel Lieveling zelden. En het is goed zo. Tranentrekkertje als u niet oppast.

Hoogtepunt: 3’02”. Op die festivalweide en in dat stadion worden nog enkele rijen meer verlicht — het refrein zwelt voor een tweede keer aan. Hier met die zakdoek.

15. Beste Bill

Beste nummer op de beste Gorkiplaat. Geen onzin, geen foefjes, alleen maar een portie strijkers, de stem van Vos, en gaandeweg een misplaatst triomfantelijk trompetje dat daar oh zo juist zit. Tekstueel een hoogtepunt, een brok stotterend in het leven staan en niet begrijpen dat anderen niet zo’n moeite met de wereld hebben.

Hoogtepunt: 1’56”. “En je wou dat je kon zeggen, dat dit drijven niet jouw stijl is/ maar de stilte voor de storm/En dat je muren kan breken/ijzer kan smeden/Als het brandt van binnen”. Mooier is onmacht voelen nooit verwoord.

De redactie besteedt elke keer grote zorg aan de running order van hun best of. Het is dan ook aangeraden deze best of in deze uitgelezen volgorde te beluisteren. Dat kan ook op deze Spotify-link

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + 8 =