Christian Mendoza Group + Yaron Herman Trio :: 3 maart 2011, Vooruit

Afspraak in de Vooruit voor twee rijzende sterren aan het pianofirmament. Terwijl Herman zich steeds nadrukkelijker profileert op het internationale platform, is Mendoza aardig op weg om doodgeknuffeld te worden door de Vlaamse jazzgemeenschap. Hoge verwachtingen dus, maar helaas werden die niet helemaal ingelost.

Sinds de Christian Mendoza Group de prestigieuze ‘Grand Prix’ van het Tremplin Jazz Festival van Avignon in de wacht sleepte, lijkt de koorts rond de pianist met Peruviaanse roots enkel toegenomen. Een trits goed onthaalde optredens en een band vol ronkende namen stond op papier garant voor een nieuw indrukwekkend hoofdstuk in de Belgische jazz. Daarbij valt vooral op dat die leden in meerdere contexten actief zijn: Teun Verbruggen en Joachim Badenhorst behoren tot het beste en meest veelzijdige wat de jonge garde te bieden heeft, de uit Frankrijk overgewaaide bassist Brice Soniano liet ook al van zich horen in de meest uiteenlopende gezelschappen en Ben Sluijs (de man met misschien wel de mooiste altsaxklank van de Benelux) is al geruime tijd een vaste waarde. Debuutplaat Arbr’-en-ciel verscheen zopas bij het Brugse W.E.R.F.-label, dat zich kort na de release van die andere langverwachte debuutplaat (Small Zoo van Hamster Axis Of The One-Click Panther) opnieuw profileert als de bewaker van de Belgische jazz.

Mendoza was z’n stem bijna helemaal kwijt, dus werd er zonder al te veel omwegen begonnen met de set. Daarbij viel meteen op dat de klank in de theaterzaal allesbehalve optimaal was. Bassist Soniano was aanvankelijk amper hoorbaar en Mendoza’s spel zou in de drukke stukken alle nuance verliezen. En dat is jammer, want hij houdt er een wat excentrieke stijl op na, waarbij uit meerdere vaatjes tappen centraal staat. Die veelheid aan invloeden was ook meteen te merken aan de composities, met momenten vol eigenaardig impressionisme (vooral aangewakkerd door de soms aparte klankkleur met dwarsfluit, klarinet, basklarinet en twee saxen), naar ECM-neigend minimalisme (vooral door de zijdezachte sound van Sluijs’ altsax), een paar uitspattingen richting freejazz en een forse invloed van klassieke muziek. De muziek bleef verrassend gevrijwaard van Grote Gebaren en swing, waarbij vooral de vrije rol opviel die Verbruggen speelde.

Helaas vormde die veelheid aan invloeden ook regelmatig een struikelblok (te weinig eenheid) en zorgden de combinaties van verschillende elementen niet steeds voor een meeslepend resultaat: het was in sommige composities zoeken naar een lijn, een paar tegendraadse uitspattingen voelden niet op hun plaats aan en Verbruggens elektronica leek meer een gimmick dan een element dat een bijdrage leverde. De tandem Sluijs-Badenhorst werkte prima, omdat ze simultaan verschillende facetten van de muziek konden laten horen, al bleef de complete vervoering uit tot “Empty” het concert afrondde met een laat hoogtepunt.

De in Israël opgegroeide pianist Yaron Herman wilde aanvankelijk basketter worden en vond z’n roeping pas vrij laat. Dat maakt z’n controle over de piano des te indrukwekkender. Dat de kerel aan een ernstig geval lijdt van Jarrett’s Syndrome (een aandoening waarbij de zieke oncontroleerbaar kreunt en neuriet tijdens het musiceren), wordt gecompenseerd door zijn aanstekelijke energie. Wild gesticulerend, schoppend met de benen en dreigend om het hoofd tegen het ivoor te slaan, baande de 29-jarige virtuoos zich een weg door eigen en andermans werk met de verbetenheid van een moderne Vlaams-nationalist. De naam Brad Mehldau valt regelmatig als het over Herman gaat en dat lijkt ook wel terecht. Net als de gelauwerde Amerikaan lijkt deze knaap niet voor één gat te vangen. Hoewel hij door en door een jazzmuzikant is, put hij overduidelijk, en net als vele andere muzikanten van zijn generatie, ook uit decennia popgeschiedenis (getuige daarvan ook eerdere covers van Britney Spears, The Police en, ietwat voorspelbaar, Radiohead) en lichte klassiek, al klinkt hij vooral veel Europeser dan Mehldau.

Geen bewerkingen uit het grote American Songbook dus, maar bijzonder virtuoze exploten die soms naar kamerjazz neigden en vooral gekenmerkt werden door lange, ononderbroken notenslierten en composities die naar goeddunken herwerkt kunnen worden. De ritmesectie – bassist Simon Tailleu en drummer Cédric Bec – stond erbij en keek ernaar, zich aanvankelijk beperkend tot subtiele, soms zelfs ietwat gezichtsloze ondersteuning. Herman haalde intussen alles uit de kast met vingervlugge escapades en lyrische, soms wat bombastische romantiek à la Jef Neve. Sleutelmoment was de cover van Nirvana’s “Heart-Shaped Box”, halverwege de set, die wel het echte startsein leek te geven voor de ritmesectie: die was plots veel nadrukkelijker aanwezig. Bec schoot uit z’n stoïcijnse rol en schakelde van strelen over naar meppen, wat de muziek wat meer panache en ritme gaf.

Terwijl Mendoza zelden het voortouw nam en voortdurend op de proppen kwam met composities die het groepsbelang voorop stelden, deed Herman het tegenovergestelde: een soloshow geven, die gaandeweg wat meer op een groepsvoorstelling leek en, net als het eerste concert, piekte op het einde, met een speels en prikkelend stuk. Toch werd het nooit een échte hoogvlieger; daarvoor miste het geheel variatie en vooral dynamiek, wat het uiteindelijk ruim voor het einde de das omdeed. Een gecondenseerde set van vijftig minuten had indruk kunnen maken. Dit anderhalf uur greep zelden bij de lurven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + vijf =