Lilly Wood & The Prick, 15 december, Botanique

Lilly Wood & The Prick verbaasde gisteren in de Rotonde — helaas niet altijd op een goede manier. Hoewel het Franse electro popduo over een aantal troeven beschikt — een goede stem, een opzwepende frontvrouw en een handvol goede nummers — steeg het muzikale geheel zelden boven een middelmatig niveau uit.

Lilly Wood & The Prick, bestaande uit Nili Hadida en Benjamin Cotto, profileert zich in de eerste plaats als een duo. De Frans-Israelische Hadida woonde in Londen toen ze in 2006 tijdens een trip naar Parijs Fransman Cotto ontmoette en met hem een aantal songs schreef. Het resultaat waren electropopnummers met dansbare melodieën en, naar eigen zeggen, donkere teksten. Het duo boekte met die electropopformule vooral in eigen land bescheiden successen, maar mocht gisteren ook in Brussel op een warm onthaal rekenen. Het tweetal speelde voor het eerst in ons land en liet zich daarbij door drie extra muzikanten omringen.

Het waren vooral de eerste demo’s uit 2006 — die het duo nog echt met z’n tweeën maakte en die op de debuut-EP Lilly Who & The What? verschenen — die indruk maakten. Het debuutalbum Invincible Friends, dat net voor de zomer uitkwam en waarbij de hulp van de drie extra muzikanten ingeschakeld werd, heeft een heel andere, vooral vollere sound, maar spreekt nog steeds erg aan. Onze verwachtingen voor dit concert lagen dan ook behoorlijk hoog.

De show die Lilly Wood & The Prick gisteren gaf, kon ons echter niet bekoren. Zo was de uitbreiding van duo naar full band live niet overtuigend. De opnames van de band — en dan vooral de opnames die het duo nog als duo maakte — hadden misschien minder body, maar wel meer soul. Gisteren ging er een bepaalde sfeer — een evenwichtigheid, een laid back geluid en een meer intrinsieke zelfzekerheid — tussen de verschillende muzikanten onherroepelijk verloren.

Ook de algemene presence van de band was minder geslaagd. Zangeres Hadida kon nog een zekere charme aan de dag leggen, maar liet zich al gauw verleiden om het publiek op een eerder gemakkelijke manier om haar vinger te winden. De clichématige bindteksten, het teveel aan geschreeuw als “Bonsoir, Bruxelles!” en aankondigingen als “Nous allons jouer une chanson plutôt sexuelle” kwamen misplaatst over.

Het absolute dieptepunt van de set, “Horny”, kwam redelijk vroeg. De band proclameert dat het vrolijke muziek maakt met donkere teksten: akkoord wat de muziek betreft, absoluut niet akkoord wat de teksten betreft. “My legs are wide open / please take me / I’m a woman in need” twintig keer herhalen en daarbij wulps rond het microstatief kronkelen, beschouwen we niét als het brengen van een goede tekst. Het voordeel van dat vroege dieptepunt was dat de band nog de kans kreeg om zich te herstellen, wat naar het einde toe ook effectief lukte. Tijdens de bekendste nummers, zoals “Hey, It’s Ok”, “Down The Drain” en “This Is A Love Song” hoorden we eindelijk welke troeven Lilly Wood & The Prick in huis heeft.

Naast een paar rake songs, drukt ook de hese, warme stem van Hadida een grote stempel op de act en de sound. Hadida’s korrelgeluid heeft bij momenten een intrigerend effect op de luisteraar. Haar stem dreigt op andere momenten echter — omdat ze altijd op dezelfde manier gebruikt wordt om de zwoele heesheid ervan te benadrukken — te vervelen. Lilly Wood & The Prick overtuigt voorlopig dan ook vooral op plaat, en zelfs daar dient het duo nog aan zijn songs te schaven. De band slaagt er op het podium wel in om de zaal aan het dansen te krijgen, maar dan vooral met een “Waar zijn die handen?”-filosofie. Hier hadden we meer van verwacht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − negen =