Motek :: 23 november 2010, STUK

Maakt Motek postrock of niet? Die discussie zal waarschijnlijk nooit eindigen. Motek zette in Leuven met behulp van uitmuntende gastmuzikanten een dijk van een optreden neer. Bovendien wist de Aalsterse band een intensiteit tentoon te spreiden waarmee ze de allures van hun postrock van weleer behielden.

Voor alle duidelijkheid: uw dienaar gebruikt ‘postrock’ in de ruimste zin, zonder pejoratieve bijklank. Het drietal van Motek heeft het intussen al duizend keer uitgelegd, maar ze beogen meer dan het nabootsen van de cinematische uitbarstingen van Explosions In The Sky. En dan was er in 2008 die Afrekening-single “Tryer”. Associeer Motek echter nooit zomaar met de populairste postrock of een radiohit, hun muziek is een universum op zich. Dat neemt niet weg dat deze Oilsjterse trots de laatste jaren uitgegroeid is tot een Belgische trots.

Motek had nooit behoefte aan het handje van een grote broer. Met spectaculaire audiovisuele spektakels bewees het collectief dat het niet enkel als support van pakweg Mogwai speelmogelijkheden krijgt. Voor de cd-release in STUK werden dan ook drie reusachtige projectieschermen voorzien. Tijdens de perfecte introductie (“Corvo”) kwam het bedeesde publiek comfortabel op zachte klanktapijtjes terecht. Geleidelijk hoorden we ook violist Evan Roy en toetsenist Joris Caluwaerts de nodige laagjes toevoegen en het nummer kracht bijzetten. Maar de nerveuze gitaren en brommende bas in “Dragons Are Forever” schudde meteen heel wat Motekkers brutaal uit hun droom. Vooral gastgitarist Philipp Weies bewees zijn nut met een extra dosis venijn. Motek ging door merg en been.

Tussen de ingetogenheid van een bloedmooi “Kobenhavn”, waarin zanger Steven Biebaut een glansrol speelde, en de subtiele kracht van het meeslepende “Orbit” en “Spender” zat echter een mindere song (“Motives”) verscholen. Tijdens de nieuwste single stond de overgave van de zes muzikanten buiten kijf. De typische piano- en gitaarmelodieën, die om je heen strengelen, ontbraken wel. Of hoeven we helemaal geen catchy refreintjes van Motek? Ook eerste encore “Tryer”, tevens een Motek-single, klonk iets minder uitdagend dan het experimentele rockgeweld.

Voor wie nog zweefde in de mysterieuze wereld van “Spender” kwam het opzwepende “Abused” aan als een verrassing. Drummer Ken De Cooman opende de atmosferische danstrack, maar tot de eerste danspasjes kwam het niet in het publiek. Iedereen leek te verzinken in de excentrieke videoclip. Na “Abused” brak de set pas echt open. “Immer Blei” en “Tenbagger” waren welgemikte bommetjes dankzij het intense drumwerk van De Cooman. Net als de geprojecteerde uitzinnige negers sloeg “Immer Blei” wild om je rond. De beelden sloten dus naadloos aan bij het freaky mathrocknummer.

Motek kan niet om zijn postrockklassiekers heen, zoveel was duidelijk. Ook Roel Van Camp schoof aan tijdens “Another Seamans Song”, het beste wat Port Sunshine te bieden heeft. Terwijl we verdwenen in een moeras van Weies’slides en Wout Roelants’ fuzzy gitaartokkels bouwde De Cooman geleidelijk aan het tempo op. Het zacht windje zwol aan tot een orkaan van geluid waarin de accordeon van Van Camp een opvallende rol speelde. Motek sloot volgens de traditie af met “I Am Your Son” dat opbouwde naar een epische uitbarsting van verzengende gitaarnoise, hyperactief piano- en vioolgeweld en hysterisch drumwerk. Na even naar adem gehapt te hebben, bood het publiek Motek een luid maar verdiend afscheidsapplaus.

Motek presenteerde met glans zijn nieuwste telg, maar ook ouder materiaal bracht het publiek in extase. Wie geen geduld heeft met Dragons kan best zo snel mogelijk deze jonge draken live zijn vleugels zien spreiden. Wij zijn vooral benieuwd naar een even intense Motek zonder gastmuzikanten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − twee =