The Wretched End :: Ominous

Nocturnal Art Productions,
Candlelight Records, 2010

De creatieve as van dit nieuwe project bestaat uit de Noorse
oudgediende Samoth en Cosmo (ook Mindgrinder), compagnon de route
van Samoth sinds het nevenproject Scum. Samoth dus, je weet wel die
samen met Ihsahn
blackmetal naar een hoger niveau tilde in Emperor, als hij
tenminste niet op stap was om kerken in de fik steken met zijn
maatje Faust.

“Allez Stijn, geen oude koeien uit de sloot halen, hé
joeng!” Oké, dan zal ik wat vertellen over dit nieuwe
bandje. Ze startten ermee in 2008, en nadat in 2009 Nils Fjellström
van ondermeer Dark Funeral als drummer was aangesteld, begon het
opnemen van de songs. Daar bleven ze aan werken tot begin dit jaar,
en nu is er dus ‘Ominous’, op maat geknipt voor de fans van moderne
extreme metal.

Basis voor de tien tracks vormt de oerdegelijke thrashmetalriff. De
gesyncopeerde, galopperende, zwaar overstuurde thrashriff die
grommend tegen je opspringt en zijn tanden plant in je weke delen.
Probleem van gitaristen die hiermee willen werken is natuurlijk dat
die riff ook niet meer van de jongste is, en na ruim 25 jaar
misschien niet minder hard bijt maar wel dat zijn aanvalssprong te
voorspelbaar is geworden. Cosmo en Samoth hebben er ook last van:
het gitaarspel is niet altijd even geïnspireerd, het klinkt
allemaal wel bruut en agressief, maar sommige riffs blijven niet
lang hangen.

Een sterkte van de band is wel dat ze zichzelf niet te hard hebben
gecomplimenteerd met een handjevol degelijke riffs en zijn blijven
schaven aan de nummers. Aan zaken zoals samples, industriële
toetsen, vocale arrangementen en enkele puike solo’s hoor je dat
deze nummers in de studio gegroeid zijn. Jammer genoeg hebben ze
ook de wat klinische, gecompresseerde, digitale studioklank
meegekregen.

Nu is dat wel een beetje Samoths handelsmerk geworden sinds de
eerste plaat van Zyklon (het knallende ‘World ov Worms’), en die is
ook weeral negen jaar oud. ‘Disintegrate’, de laatste van die band,
zijn we na vier jaar niet beluisteren compleet vergeten, dus was
nog wel eens tijd dat Samoth een luidruchtig teken van leven gaf.
En ondanks een paar tekortkomingen is het dat echt wel
geworden.

Het album trapt af met een intro (waarom toch altijd?) en serveert
dan een eerste lap tech thrash onder de vorm van ‘Red
Forest Alientation’. Cosmo brult zich de longen uit het lijf en
Samoth laat horen dat hij kan shredden als de beste. In
het tweede nummer, ‘The Armageddonist’, wordt in sommige passages
wat gas terug genomen, met groot effect op de snellere gedeeltes,
waarin je wat atmosferische blackmetal gitaar hoort doorsijpelen.
Op ‘t einde is er plaats voor een beetje melodie, al heeft die
droge schreeuw van Cosmo daar eigenlijk niets meer te zoeken.

In ‘Fleshbomb’ en ‘Last Judgement’ komen de thrashmetal invloeden
het sterkst naar voren. Beide nummers zijn erg agressief,
voortgejaagd door hondsdolle polkabeats en razende blasts, en
voorzien van een paar scherpe riffs zullen ze je doen headbangen
tot je scheel ziet. Daar veranderen een paar industrial
ingevingen niets aan. Enkele nummers worden aan bedaardere tempo’s
gespeeld. ‘Of Men and Wolves’ wordt vertraagd door de gitaren, maar
de drummer trekt zich daar niet veel van aan.

Afsluiter ‘Zoo Human Syndrome’ is coherenter. Het nummer is trager,
sfeerrijker door de wat dissonante, tegendraadse gitaren, maar wel
dynamisch opgebouwd. Kortom: een goede uitgeleide dus. Ook wat
trager en bovendien voorzien van een niet te ontkennen
groove is ‘Human Corporation’, in ‘The Juggernaut Theory’
is er aan het begin ook een groovy stukje te horen, maar vanaf dan
stuitert het nummer, conform de titel, zowat alle kanten uit, snel,
traag furieus, melodieus, alles kan.

Het debuut van ‘The Wretched End’ is een modern klinkend geheel van
brutale metalsongs, met thrash als basis, maar de wortels in black
metal zijn hoorbaar. Het openlijke geflirt van Samoth met
industriële klanken gaat door, en sommige songs benaderen de
intensiteit van het betere deathmetal beukwerk. Men is gelukkig zo
slim geweest om niet al die invloeden in ieder nummer te verwerken,
en de meeste tracks zijn dan ook coherente en gebalde brokjes
bijtgrage metal.

Punten van kritiek zijn er ook: de opgewarmde riffs en
getelefoneerde tempowisselingen kan je niet negeren, en Cosmo’s wat
vlakke geschreeuw is soms té aanwezig. Een verdienstelijke eerste
album dus dat vele liefhebbers zou moeten kunnen bekoren, maar
weinigen tot een delirium zal brengen.

www.myspace.com/thewretchedend

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 14 =