The Sore Losers :: The Sore Losers

Met een geluid dat in het verleden meermaals zijn doeltreffendheid bewezen heeft, komen The Sore Losers op hun eerste plaat behoorlijk sterk uit de hoek. Powerrock, ballads, solo’s, sentimentele backings: The Sore Losers heeft het allemaal. De seventies, versie 2.0.

Een ouderwets potje rocken: dat zijn The Sore Losers in één zin samengevat. Het viertal dat nochtans voor zover bekend geen midlifers in de rangen telt, grijpt op zijn solodebuut terug naar het gitaargeluid dat in de jaren zeventig furore maakte. Op zich hoeft dat niet te verwonderen, aangezien de gitarist van het gezelschap een groot deel van zijn leven doorbracht in El Guapo Stuntteam. En de zanger afkomstig is van het subtiel genaamde Saturday Night Beaver, nog zo’n illuster gezelschap dat er van hield te kijken hoe ver de knopjes op een versterker naar rechts kunnen.

Maar toch: seventiesrock. Je moet het uiteindelijk maar durven, om een genre dat al geruime tijd gekaapt is door bierbuiken en ander schalks tuig dat er in het weekend graag nog eens een lap op geeft, opnieuw een vitale injectie te willen geven. Voor je het weet, word je zelf in het circuit van de streekbierenrockbands geduwd.

Al hoeven The Sore Losers daar voorlopig niet bang voor te zijn, afgaande op wat de band op zijn eerste plaat aflevert. De muziek van het viertal klinkt bij momenten immers te intens om in het b-circuit thuis te horen. Neem alleen al de video voor “Beyond Repair”, single en openingsnummer van The Sore Losers: hoewel geweld in videoclips allang geen issue meer is, wordt niet gekeken op een lek bloed meer of minder. En bloed, dat is uiteindelijk waar het in rock-‘n-roll om draait. Samen met zweet en tranen, dat spreekt.

En dat is hier het geval. Sommige nummers worden effectief gespeeld alsof het leven van de muzikanten ervan afhangt. Zo klinkt in “Waiting” heel wat onverwerkt liefdesleed door en heeft “Into Your Head” zowel een refrein dat er om smeekt om door een voetbalstadion vol dronken fans meegebruld te worden, als de vettige solo’s die ooit massa’s jongelui deden dromen van een carrière waarin een gitaar geen onbelangrijke rol zou spelen.

Een carrière die vast gestoeld was op strakke knallers als “Born To Please”, dat zowaar met harmonieën uitpakt en daarmee een lentegevoel binnensmokkelt in een plaat die het verder voornamelijk moet hebben van stevige herfstklanken. Een bombastisch stuk muziek als “Juvenile Heart Attack” is rock gemaakt om het vallen van de bladeren mee te trotseren.

The Sore Losers doen misschien niks origineel — ze zijn zelf de eersten om dat te bevestigen — maar ze doen dat niettemin met zeer veel overtuigingskracht. Hoewel The Sore Losers soms moeite heeft om stand te houden tussen de seventiesplaten die naar aanleiding van deze release weer uit de kast gehaald zijn, is het een debuut dat onze goedkeuring wegdraagt. De plaat staat misschien niet op het niveau van Physical Graffiti maar werpt wél moeiteloos een schaduw over de talloze bandjes die in een gelijkaardig genre een hele zomer lang alle dorpsfestivals onveilig gemaakt hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 4 =