Wild Dogs In Winter :: Homba

Hardnekkige jongens, die postrockers. Ondertussen heeft al zowat elke muziekcriticus het hele genre dood en begraven verklaard, en toch blijven de nieuwe bands als paddenstoelen uit de grond schieten.

Wild Dogs In Winter is nog maar eens een nieuwe Britse postrockband die naar uw aandacht lonkt met zijn langspeeldebuut Homba (ze brachten eerder al een naamloze demo-EP uit in eigen beheer), en dat zonder op papier iets meer te bieden dan hun collega’s. Postrockband met voornamelijk gitaren, relatief veel gebruik van vocals (tegenwoordig ook al niet meer zo zeldzaam in de scene), hier en daar wat naar Hood neigende electronica en veel ambient tonen; het klinkt als een postrockband van dertien in een dozijn.

En toch is Wild Dogs In Winter veel interessanter dan de meeste van hun peers. Met Homba heeft de band namelijk een plaat gemaakt die op het eerste gehoor vrij ongevaarlijk klinkt, maar zich met elke luisterbeurt steeds dieper onder de huid graaft. Wild Dogs In Winter is duidelijk verder teruggekeerd naar de bron van de postrock, en heeft de standaardkenmerken aangewend in een breder, extreem melancholisch geluid. De belangrijkste inspiratie is hier niet Mogwai of Godspeed You! Black Emperor, maar de vroege innovaties van Labradford, Bark Psychosis en zelfs Talk Talk.

De sound van Homba situeert zich dan ook ergens tussen de hedendaagse (genre Youth Pictures Of Florence Henderson of Ef) en de oorspronkelijke postrock in, en dat met een charmant vleugje eigenheid. Het muzikale prijsbeest van de plaat is "Salt Brother", een dreunend ambient nummer met vaag galmende gitaren en trage drums dat barst van donkere melancholie. Het nummer heeft niet eens een crescendofinale nodig om te overtuigen, het meditatieve gedreun sleurt de luisteraar immers sowieso al mee naar een heel eigen wereldje. De avant-garde van pakweg Zelienople is hier niet ver weg, maar de song blijft toch een fikse dosis eigenheid behouden.

Ook op de rest van de plaat valt vooral een erg organische benadering van het postrockconcept op. Songs evolueren niet volgens vaste vooropgestelde richtlijnen maar op een natuurlijke, logische wijze. Crescendo’s worden hier en daar wel aangewend, maar nooit op goedkope wijze. Een van de interessantste finales horen we bijvoorbeeld in "Lungwine" waarin een dreunende synthesizer halverwege de song de lieflijke gitaarlijnen overspoelt en zo de song tot een vrij atypisch, maar erg geslaagd einde brengt.

Opvallend is ook dat Wild Dogs In Winter vrij veel aandacht besteedt aan zijn teksten. Zo is het sluitstuk "The Butcher" en "The Butcher’s Wife" een psychologisch getormenteerd verhaal over overspel en de passionele moord die daarop volgt. Muzikaal is het dan ook een emotionele rollercoaster van jewelste. Het tweeluik "E Hu-Li" en "A Hu-Li" is dan weer gebaseerd op de postmoderne science fiction roman The Sacred Book Of The Werewolf van Viktor Pelevin. Helaas zijn de teksten vaak moeilijk te volgen doordat de stem nogal naar achteren gemixt is, een klassiek probleem bij postrockbands.

Met Homba als visitekaartje kan Wild Dogs In Winter zich zonder scrupules een van de intelligentste postrockbands van het moment noemen. Door een aantal van de hedendaagse kenmerken te combineren met klanken uit de ontstaansperiode van het genre, heeft de band een geluid ontwikkeld dat heel eigenzinnig is, maar tegelijkertijd ook traditioneel genoeg om de modale postrockfan aan te spreken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × twee =