PUKKELPOP 2010: Beach House :: vrijdag 20 augustus, Club

’t Is omdat Arcade Fire zo schaamtelijk ontbrak op de affiche van deze (feest)editie, dat Beach House, als afsluiter van de Club, de rol van Goden der Indiekids toebedeeld kreeg. Het was op voorhand al beslist dat dit optreden de lijstjes zou halen. Verwachtingen die ze moeiteloos inlosten.

Met hun derde album, Teen Dream, heeft het duo uit Baltimore wellicht een van de mooiste platen van het jaar gemaakt. Moeilijk om niet te vallen voor de charmerende klanktapijten van orgels, de cryptische teksten over verlies en het pijn van het zijn (enfin, dat denken we toch). Of de hunkerende stem van Victoria Legrand. Teen Dream is, na een al bijna fantastisch Devotion en een eerder mank lopend titelloos debuut, het album van de bevestiging. Indiejongens verleiden er hun indiemeisjes mee, en omgekeerd. Van Beach House moet je houden om nog mee te zijn. Het is dus een beetje De Nachten, daar in de Club: vooral trachten gespot te worden om de geloofwaardigheid te handhaven.

De groep zelf begint vrij aarzelend. “Walk In The Park” komt maar traag op gang met een toononvaste Victoria Legrand die de nodige wenkbrauwen doet fronsen. Het publiek doet alsof het niets merkt en joelt alsof het pas van Mumford And Sons komt. Maar al vanaf het tweede nummer — dat fabuleuze, onder de huid kruipende “Lover Of Mine” — herpakt de groep zich en wordt het tot het einde non-stop heerlijk toertjes rijden op de Beach House-carrousel.

Want ze hebben wel wat weg van die oude, mooie, handgeverfde paardenmolens, met de conducteur die nog handmatig aan het orgeltje draait. De gitaar van Alex Scally draait rondjes en legt een constante basis onder Legrands orgeltjes, die de cadans volgen van de op en neer duikende paarden, terwijl de schijnbare — want zelfs op plaat worden de drumpartijen live ingespeeld — drumcomputers veeleer die van onze hartslag volgen. Live maakt Beach House die ritjes iets minder zorgeloos. Met de hulp van een drummer en een extra toetsenist steken Scally en Legrand — de haarbos ritmisch door elkaar schuddend alsof ze telkens de flosj wil pakken — alle mogelijke dynamiek in de songs.

Dat er wel degelijk wordt geleden in de nummers van Beach House, blijkt uit “Used To Be”, dat Legrand aankondigt als “a song about the he said/she said-bullshit” en “It’s happening again” uit “Silver Soul” verandert ze zonder uitleg in “It’s hurting again”. De tien nummers komen — met uitzondering van een immer mooi “Gila” en “Master Of None” — allemaal uit het laatste album, met een groots “Zebra” en een onverwoestbaar “Norway” als onopvallende hoogtepunten in een zee van sterke songs. Verwachtingen dus ingelost, zonder al te veel moeite. Alleen nog wat sleutelen aan de uitvoerige en ongeloofwaardige bedankjes (“You are amazing”, “You are so sweet”, “Thank you for the energy”). Ze helemaal weglaten is zeker ook een te overwegen optie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − veertien =