It Happened Here




We kunnen klagen zoveel we willen over de overmacht van
blockbusters in onze cinemazalen – is er misschien ergens iemand
zónder hoofdpijn buitengekomen bij ‘Salt’? – maar let’s face
it,
we mogen al blij zijn dat we in een tijd leven waarin de
onafhankelijke cinema zo bloeit. Wie een beetje uitkijkt, ontdekt
in de kleine zaaltjes naast de multiplexen waar het
superheldengeweld volop plaatsvindt, een hele wereld aan
independent films. Die wereld ontstond ergens in de jaren
zeventig in de VS, toen er een nieuwe generatie regisseurs ontstond
die buiten het studiosysteem wilden werken om hun eigen visie door
te drukken. En eens de Amerikanen daarmee begonnen, trokken ze de
rest van de wereld mee: Europese en Aziatische films die tot dan
toe zelden of nooit buiten hun thuisland reisden, werden plots
overal verkrijgbaar. Als je voor die tijd een persoonlijke film
wilde maken, zowel in de VS als in Groot-Brittannië, dan had je een
probleem, simpelweg omdat er buiten het studiosysteem weinig of
niets bestond. Het enige dat je dan nog kon doen, was een camera
nemen, enkele vrienden optrommelen en gewoon beginnen filmen. Dat
is precies wat Kevin Brownlow en Andrew Mollo deden in 1956, toen
ze begonnen te werken aan ‘It Happened Here’, een speculatieve
historische film die zich afspeelt in een Engeland, anno 1944, dat
werd veroverd door de nazi’s.

Brownlow was nog maar 18 jaar oud, en Mollo zelfs pas 16, toen
ze aan de film begonnen te werken. Ze vroegen hulp en geld aan
iedereen die ze maar van dichtbij of veraf kenden – de acteurs zijn
grotendeels amateurs en de crew bestond uit vrienden – en in
sommige gevallen zelfs aan hun eigen filmhelden. Stanley Kubrick
doneerde ongebruikte 35 millimeterfilm van ‘Dr Strangelove’, en
Tony Richardson, de regisseur van ‘Look Back In Anger’ en ‘Tom
Jones’, stak hen wat extra centen toe. Het duurde tien jaar
vooraleer de film eindelijk te zien was, maar het resultaat was wel
een unicum – een amateurfilm die in z’n conceptualisering en
uitvoering heel wat professionele producties naar de kroon
steekt.

Het is dus 1944 en de nazi’s zijn aan de macht in het Verenigd
Koninkrijk. Een groots opgezette collaborateurorganisatie, het
Immediate Action Organisation, regelt de praktische handhaving van
het fascistische bewind in Engeland, terwijl het grootste deel van
de Duitse troepen aan het Oostfront zijn gaan vechten. Het verzet
is ondertussen begonnen aan hernieuwde aanvallen tegen de nazi’s,
gesteund door de Amerikanen. Paula Murray is een verpleegster die
van het platteland naar Londen verhuist om aan de strijd tussen de
twee partijen te ontsnappen. In de hoofdstad hoopt ze opnieuw aan
de slag te kunnen gaan in een ziekenhuis, maar om dat te doen, moet
ze eerst lid worden van het IAO. Aanvankelijk is Paula daar niet
happig op – “Ik wil met politiek niets te maken hebben,” zegt ze,
“ik wil gewoon dat de boel weer rustig wordt” – maar bij gebrek aan
opties neemt ze dan toch maar dienst bij de collaborateurs.
Onmiddellijk wordt Paula ondergedompeld in een claustrofobische
wereld van nazi-indoctrinatie: er wordt niet van haar verwacht dat
ze zomaar haar werk doet als verpleegster, maar wel dat ze de
ideologische lijn van de partij tot op de letter volgt. Plotseling
bevindt Paula, apolitiek als ze is, zich aan de verkeerde kant van
de oorlog.

‘It Happened Here’ is lang niet het enige voorbeeld van een
gelijkaardige premisse – de roman ‘Fatherland’ van Robert Harris is
wellicht het meest bekend bij een groot publiek en vertrok vanuit
dezelfde basisgedachte. Maar wat de prent zo opmerkelijk maakt, is
de obsessieve aandacht voor detail in de film. Brownlow en Mollo
waren misschien nog maar tieners, maar ze waren ook
amateurhistorici die hun job verdomd serieus opnamen. Alle
uniformen waren authentiek, om nog maar te zwijgen van de tanks en
bussen die er te zien zijn – een ongelooflijke prestatie voor twee
jonge kerels zonder ervaring en zonder budget. Om het gevoel van
waarachtigheid nog sterker te maken, gebruikten ze ook non-acteurs
die in principe zichzelf speelden: wanneer er een newsreel
gebruikt wordt in de film, of wanneer we een radiojournaal horen,
zijn het de echte BBC-stemmen die, allicht gewoon uit sympathie, de
voice-over verzorgen. In een controversiële sequens voert Paula een
gesprek met enkele Britse nazi-ideologen over de verdorvenheden van
de joden en euthanasie van gehandicapten – “mocht ik ontdekken dat
ik ook maar een achtste deel joods bloed heb, dan zou ik in
principe mijn keel moeten oversnijden om dat bloed er uit te laten
stromen,” zegt één van hen. Die mensen zijn échte Britse fascisten,
waaronder Colin Jordan, tot aan zijn dood in april 2009
waarschijnlijk de meest beruchte en invloedrijke neonazi ter
wereld, en ze reageren spontaan op de vragen die Paula Murray hen
stelt. Die scène moest oorspronkelijk uit de film verwijderd
worden, maar werd er weer in gemonteerd voor latere edities – en
gelukkig maar, want ze is één van de krachtigste en meest
angstaanjagende in de prent.

Het gebrek aan professionele middelen werkt in dit geval in het
voordeel van de filmmakers: de korrelige 16 millimeter-film waarvan
maar al te vaak gebruik wordt gemaakt en zelfs de ruis op de
geluidsband geven echt de impressie dat je naar beelden uit 1944
aan het kijken bent. Brownlow en Mollo creëren een griezelig
overtuigende wereld waarin zelfs de geest niet kan ontsnappen aan
de propaganda van het regime. Elke krant en elk tijdschrift heeft
soldaten op de cover staan – buiten propaganda valt er niets te
lezen. In een betekenisvolle scène zien we Paula aan een radio
draaien, op zoek naar wat gewone muziek, maar ze vindt niets: de
keuze is beperkt tot politieke speeches of marsmuziek. Op straat
zien we kinderen hun paradepas uitoefenen, blijkbaar als
voorbereiding op de toekomst die ze onvermijdelijk zullen hebben.
De regisseurs geven hun film een verstikkende sfeer mee, die in
feite gebaseerd is op de observatie dat fascisten geen enkel moment
even kunnen ophouden fascist te zijn: iemand die op een
democratische manier met politiek bezig is, kan die politieke rol
naast zich neer leggen als hij thuis is, maar een fascist niet;
àlles staat in het teken van hun politieke wereldvisie, inclusief
hun thuisleven en elke relatie die ze hebben. Dat is misschien nog
het meest angstaanjagende eraan.

Dat benauwende gevoel van authenticiteit, tot leven gebracht
dankzij een sterk in scène gezet concept, een cameravoering die van
de financiële nood een deugd maakt en een feilloos oog voor detail,
maakt van ‘It Happened Here’ op zichzelf al een soort
mini-meesterwerk. Daar staat wel tegenover dat het individuele
verhaal van Paula minder sterk is. De regisseurs waren meer
betrokken met het uitwerken van hun premisse dan met de plot op
zich, die al bij al niet zo bijzonder is. Paula gaat er van uit dat
omdat zij zelf apolitiek is, haar werk dat per definitie ook zal
zijn. Een foute redenering, uiteraard, en de mentale evolutie die
Paula doormaakt, wijst zichzelf dan ook al vanaf het begin uit.
Paula weet nog niet tot welke conclusies ze zal komen tegen het
einde van de film, maar wij wel, wat het voor ons net iets minder
spannend maakt. Het helpt ook niet dat Paula Murray (wiens naam ook
voor het personage gebruikt werd), geen professionele actrice is.
Wanneer ze tegenover de enige echte acteur in de film staat
(Sebastian Shaw) valt ze dan ook pijnlijk door de mand.

Maar goed, de gebreken van ‘It Happened Here’, hoofdzakelijk
veroorzaakt door een tekort aan ervaring en aan praktische
middelen, wegen lang niet op tegen zijn deugden. Dit is
fascinerende, moedige cinema, die jammer genoeg in de vergetelheid
dreigt te raken. Beg, steal or borrow, maar zorg dat je de
dvd in je bezit krijgt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × twee =