Watain :: Lawless Darkness

Als er één black metalband is die met de allures van Mayhem goede verkoopscijfers kan scoren, dan is het Watain wel. Hoewel de gehanteerde marketingtrucs behoorlijk onorthodox aandeden, voldoet Lawless Darkness toch aan de regels van de orthodoxe black metal.

Toen Jon Nödtveidt in augustus 2006 zelfmoord pleegde, stond de muzikale opvolger van Dissection al klaar: Watain. Het satanische trio uit Uppsala liet al van zich horen in de undergroundscene met Rabid Death’s Curse uit 2000 en Casus Luciferi uit 2003. Met Sworn To The Dark brak Watain in 2007 door in de metalscene. Watain combineerde met enerzijds toegankelijk episch geweld en anderzijds melodische black metal immers the best of both worlds.

Ook Watains lugubere gedachtegoed bleek een schot in de commerciële roos. Of het nu de website of de Facebookpagina is, alles staat in het teken van de verafgoding van waanzin, chaos en duisternis. Bovendien steekt zanger en bassist Erik Danielsson, Watains designer én woordvoerder, zijn geloof in de "Luciferiaanse misantropische orde" niet onder stoelen of banken. En wie een van de liveshows bijwoonde, moest de geur van stinkend rottend bloed doorstaan.

Aanstellerij of niet, dankzij die beeldvorming preek de arrogante frontman op de covers van glossy metalmagazines. Danielsson is dan ook in de eerste plaats de geestelijke erfgenaam van Euronymus en co, terwijl twee waanzinnige metalmuzikanten de muzikale erfenis van Dissection op zich nemen. Ook op Lawless Darkness zorgt Danielsson (die er weer op los krijst) niet zozeer voor de muzikale omlijsting van de wilde duisternis, maar wel leadgitarist Pelle Forsberg en drumbeest Hakan Jonsson.

Forsberg is niet alleen een onuitputtelijk vat vol onaardse melodieën (luister maar eens naar "Malfeitor", "Wolves Curse" en "Waters Of Ain"), ook zijn solowerk is om duimen en vingers bij af te likken. In "Reaping Death", de ultieme black metalkrijger-song, tovert hij een robuuste solo uit zijn vingers die niet zou misstaan op een klassieker van Slayer. Jonsson laat op zijn beurt meer dan uur — zo goed als non-stop — zijn dubbele basdrums rollen. Maar ook Jonsson heeft meer te bieden: genadeloze blastbeats ("Four Thrones") en straffe ritmische uithalen ("Wolves Curse" en "Lawless Darkness).

Een groot minpunt van het album is de langdradigheid. Had Watain op Sworn To The Dark nog verrassende tempoveranderingen, experimenten met andere metalgenres en catchy songlijnen in petto, dan is Lawless Darkness vooral melodieus én chaotisch. Bovendien duurt de gemiddelde song zes minuten. De instrumentale titelsong is het beste voorbeeld van de (te lang) uitgesponnen melodieën.

Een epische afsluiter zit duidelijk in de lift. We hoorden het reeds Behemoth en Celtic Frost, al dan niet succesvol, doen. Toch is het veertien minuten durende "Waters Of Ain" een hoogtepunt op Lawless Darkness. Watain kreeg dan wel hulp van Carl McCoy van Fields Of The Nephilim (vocalen) en The Devil’s Blood (de machtige solo!), ook hier laten Forsberg en Jonsson zich weer opmerken met hun instrumentale kunnen.

Lawless Darkness klinkt duidelijk nog melodieuzer dan haar voorganger en grijpt de black metalliefhebber bij de keel. Bij de gemiddelde metalfan dreigt het album verstikkingsverschijnselen te veroorzaken. Te consumeren op eigen risico.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − 4 =