Jachym Topol :: De werkplaats van de duivel

Het hoeft misschien niet meer aangekondigd, maar de Praagse postmoderne letteren hebben een nieuwe spraakmaker: Jáchym Topol. Hij nadert pas de vijftig en toch is de zoon van de befaamde toneelauteur Josef Topol al een van de meest gelezen schrijvers in Tsjechië, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Polen.

Speciaal voor De werkplaats van de duivel reisde Topol naar Wit-Rusland, waar hij een handvol joden ontmoette in een voormalig getto, die er clandestiene opgravingen doen naar massagraven. Stof genoeg voor een beklemmende roman over de gruwel van de Tweede Wereldoorlog en wat daarvan anno 2010 nog voelbaar is, moet Topol gedacht hebben. Met een koortsachtige, beklemmende en doordringende stijl beschrijft hij het reilen en zeilen in het doorgangskamp Theresienstadt, een plek waar de nazi’s, zoals overal, dood en verderf zaaiden en diepe trauma’s achterlieten.

De verteller in deze roman , een doodgewone geitenhoeder, is geboren en getogen in het concentratiekamp Theresienstadt, een oude vestingstad vol catacomben, ondergrondse tunnels, barakken en geheime plekken. Om de verpauperde stad van de ondergang te redden, wordt op commerciële wijze de herinnering levendig gehouden. De ik-persoon maakt deel uit van een groep bewoners die de oude stad willen behouden. Hun acties zijn succesvol en de dagjesmensen stromen toe. De gekwelde joden die op bedevaart komen naar de plaatsen waar hun voorouders zijn omgebracht, worden ironisch als "britsentoeristen" afgedaan. Zij zijn op zoek naar een therapie voor hun wonden, hun ontsporing. Ze kunnen niet leven met de afgrijselijke verhalen, de spoken in hun geest. Dus trekken ze naar het oosten, naar de ruïnes van de stad, om ze aan te raken.

De geitenhoeder wordt naar Wit-Rusland gelokt voor een groter project. Daar werd de grootste uitroeiingsoperatie op touw gezet: meer dan een kwart van de bevolking werd op wrede manier vermoord. Massagraven werden blootgelegd waarin de opgravers talloze lijken aantroffen: joden, vermoord door de nazi’s, Duitse krijgsgevangenen en gewone Wit-Russische burgers. Deze werkplaats van de duivel bevat de diepste graven en de meest afgrijselijke geheimen; het moet een museum zijn voor gans Europa, voor heel de wereld. Opgezette overledenen zijn stille getuigen van de gruwel. Op de plaats van de massale slachtingen komt de ik-persoon tot inkeer. Zijn opdrachtgevers zouden misschien, gedreven door geldgewin, de daders van de volkerenmoord kunnen zijn…

Via het absurde uitgangspunt van een commercieel uitgebuit concentratiekamp vestigt Topol de aandacht van de lezer op de herinnering aan de Holocaust en hoe ermee kan omgegaan worden. Die vraag is in de moderne literatuur niet nieuw en een boek over de Holocaust is altijd een heus waagstuk. Een déjà vu gluurt immers per definitie om de hoek en ook het sentiment wordt vaak te weinig gemeden. Topol onderscheidt zich echter niet alleen via zijn bijzonder interessante uitgangspunt, ook stilistisch is zijn roman naadloos op het inhoudelijke afgestemd. Bovendien confronteert Topol de lezer met de beklemmende, sluimerende vraag: kan dit ons nogmaals overkomen? Een vraag die in deze tijden van onverdraagzaamheid misschien meer aan de orde is dan we zelf zouden willen.

Als Oost-Europeaan heeft Topol nog steeds te maken met de gruwel van het verleden. Als kind is hij opgegroeid met de verhalen die bijzonder veel indruk maakten. Toch maakt Topol niet de fout het emotionele er te dik op te leggen. Juist door zeer schaars om te springen met het meest verschrikkelijke van de Holocaust laat De werkplaats van de duivel finaal zo’n krachtige indruk na.

Dit concentratiekamprelaas is als een horrorverhaal, juist omdat het toerisme dat rond de Holocaust ontstaat het dramatische gegeven vulgariseert. Nergens is De werkplaats van de duivel echt spannend of emotionerend, zoals vele andere Jodenverhalen. Wat Topol doet is een nog veel grotere krachttoer: met enorme verbeeldingskracht roept hij de sfeer van de Holocaust terug op, alsof deze zich voor de ogen van de machteloze lezer voltrekt. Door zijn expressieve taal en vloeiende stijl sleurt Topol iedereen mee in het daverende tempo van de roman, tot de laatste bladzijde omgeslagen is en de impact van het verhaal de lezer als een mokerslag treft. Een modern meesterwerk over een aloud thema, waarmee Topol zijn naam eens te meer alle eer aan doet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 2 =