Sophie Hunger :: 1983

Laat ons eens met een quote beginnen: "She’s Laura Marling, Beth Orton and Björk in one folk-rocking package." Dat schreef The Guardian vorig jaar in zijn bespreking van een concert van Sophie Hunger. Hoog tijd dus om dit Zwitserse talent ook aan u voor te stellen.

Sophie Hunger werd geboren in Bern, de hoofdstad van die Schweiz en niet meteen het Mekka van de alternatieve muziek. Haar ouders verhuisden echter naar Londen, waar Hunger als kind verschillende jaren woonde en waar haar Alpenogen opengingen. Toch verloochende ze haar Zwitserse roots niet en keek ze net als de Romeinse god Janus twee kanten op, het ene oog op de Angelsaksische wereld gericht, het andere op Helvetica.

Verschillende werelden dus, waaruit ze verschillende invloeden destilleerde, en dat is duidelijk te horen op deze 1983, vernoemd naar haar geboortejaar en al haar derde plaat. Haar debuut uit 2006 werd slechts in beperkte oplage uitgebracht en liet een muzikaal nog in een embryonale fase zittende Hunger horen. Het vorig jaar verschenen Monday’s Ghost stond al veel meer op punt en werd een succes in eigen land. Die plaat blijkt nu ook duidelijk de lijnen te hebben uitgezet voor 1983, een plaat die wel eens voor een internationale doorbraak zou kunnen zorgen.

Maar om terug te komen op die quote van The Guardian: Marling, Orton en Björk zijn alledrie goed gecast en ook folk-rock is geen verkeerde omschrijving, maar wij zouden daar graag nog de woordjes ’elektronisch’ en ’desolaat’ aan willen toevoegen. Hunger kan namelijk onmogelijk als een singer-songwriter met een klassiek instrumentarium gelabeld worden. Daarvoor gaat ze te veel verschillende kanten uit en heeft ze niet echt een vastomlijnd geluid. Dat laatste is trouwens zowel de sterkte als (slechts hier en daar) de zwakte van 1983. Hunger probeert het allemaal en zo schippert ze tussen Regina Spektor-achtige pianonummers ("Breaking The Waves", "Train People"), Deutsche electropop à la —voordehandliggend — Barbara Morgenstern ("Lovesong To Everyone", "1983", spreek uit neunzehn drei und achtzig) en donkere, naar triphop neigende nummers ("Citylights Forever", "Invisible").

Dat ze al deze stijlen tot een geloofwaardig geheel weet samen te ballen, bewijst dat Hunger ze ook allemaal onder de knie heeft. Nergens valt ze echt door de mand — de Noir Désir-cover "Le Vent Nous Portera" hadden we niet gemist — en het enige dat we haar eventueel zouden kunnen aanwrijven, is dat haar nummers hier en daar wat fragmentarisch aandoen. De helft van de nummers op deze plaat klokt immers af onder de drie minuten waardoor je soms het gevoel hebt maar een glimp van de desbetreffende song op te vangen (zie het wat premature "Approximately Gone"). Maar een nummer niet nodeloos rekken is ook een kunst en daar is Hunger zich van bewust. Het angelieke, met een mondharmonica opgefleurde, maar op een bedje van droge beats drijvende "Broken English" is daarom met zijn 2’38" net lang genoeg om een baby in slaap te wiegen.

Ja, u leest, wij zijn enthousiast over deze Zwitserse. Een ontdekking zonder meer en iemand om in het oog te houden. Dat Sophie Hunger gemakshalve vaak in één adem genoemd zal worden met andere deutschsprachige Mädchen als Barbara Morgenstern of Ms. John Soda (waar ze natuurlijk ook muzikaal wel verwant mee is), zal ze er moeten bijnemen. Geografie speelt nu eenmaal niet zelden een belangrijke rol als recensenten muzikale vergelijkingen trachten te maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 8 =