Fool’s Gold :: Fool’s Gold

U bent qua zomerfestivals eerder het Couleur Café- of het Sfinkstype? Dan hebben wij een groepje voor u: Fool’s Gold. Op zijn titelloze debuut pakt dit gezelschap uit Los Angeles(!) — wij verklaren dit uitroepteken dadelijk nader — uit met het soort sfeer en live-gevoel waar u gewoon gek op moet zijn.

"Wat krijgen we nu op ons bord?" dachten we bij een eerste draaibeurt van Fool’s Gold. Opzwepende Afrikaanse en Oosterse ritmes drongen deze westerse indie-oortjes binnen en even moesten we denken aan die geheime Midden-Oosterse undergroundmuziekscene waarover hier wel eens druk wordt gedaan, omdat ogen uit koppen vallen als we bijvoorbeeld naar Heavy Metal In Baghdad kijken. Dat westerse muziek daar verboden is enz.: ongeloof en uitroeptekens.

Niks daarvan echter bij Fool’s Gold. Dit is gewoon een veelkoppige band uit Los Angeles die voornamelijk zo exotisch klinkt , omdat zanger Luke Top in het Hebreeuws zingt, een taal waar wij slechts noties van hebben. Top is van joodse komaf en buit zijn talenkennis ten volle uit om Fool’s Gold een eigen gezicht te geven. "Yeasayer meets Tinariwen" klinkt niet eens zo gek als het op een omschrijving aankomt, maar Fool’s Gold blijft voldoende uit de buurt van die twee bands om zijn eigenheid te rechtvaardigen.

Opener "Surprise Hotel" — zes van de acht nummers op deze plaat krijgen een voor een westerling begrijpelijke titel mee — zet meteen de festivalpoorten open. Een ijle fluit en Afrikaanse percussie plegen een aanslag op uw heupen waar je wel van moet gaan shaken en onwillekeurig dwalen onze ogen naar die Oxfamkalender aan de muur waarop een Afrikaans meisje ons stralend aankijkt. Dansen?
Tops klagerige zang — op z’n Oosters — past uitstekend bij dat energieke geluid en geen kat die zou geloven dat we werkelijk naar een band uit Los Angeles aan het luisteren zijn wanneer er in de bridge een en ander onverstaanbaars over en weer wordt geroepen. Dit zou niet misstaan op een Best Of African Music-compilatie — of zo denken wij.

Al even opzwepend is het instrumentale "Night Dancing" dat klinkt als die lang uitgesponnen jam aan het einde van een geslaagd optreden. Een denderende trein van ritme nodigt u uit tot een multicultureel verantwoorde polonaise. Blazers en nog meer blazers stapelen de laagjes op tot alles na een intense minuut of vier in wat vaag gewauwel en het geluid van klinkende glazen uitmondt. Uitstekend optreden en even off stage gaan voor de bis.

In "Nadine" krijgen we een ander, maar nog steeds zeer herkenbaar Fool’s Gold te horen. Dit nummer is ingetogener en legt niet de nadruk op de instrumenten als wel op de zang van Top. Sfeervol is het wel, maar Tops stem gaat na enige tijd — en dat is met zijn zes minuten best lang — toch een beetje vervelen. Gelukkig zijn daar opnieuw die euforische blazers om de boel op te tillen en ons de eerste afrit naar de zon te doen nemen.

Rustpunten moeten op deze plaat, net als bij een echt concert, op tijd en stond worden ingelast. Het veeleer lome "The World Is All There Is" vormt daarvoor halverwege de plaat met een tamboerijn dan ook een uitstekend moment. In "Poseidon" moeten daarna de dansers onder ons immers weer volop aan de bak.

Enige opmerking die wij aan het eind van de rit nog kunnen maken, is dat het hier en daar misschien iets beknopter had gekund. De gemiddelde duur van de nummers op deze plaat ligt ruim boven de vijf minuten en ook al wanen we ons op een sfeervol zomerfestival, nu en dan kijken wij op ons uurwerk als dachten we: "wie speelt er zo dadelijk ook weer op dat andere podium?" Zeker geen groep die hier in het genre tegenop kan, zo leert ons het programmaboekje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − vijf =