Phoenix :: 27 maart 2010 , AB

Als engelen die uit de hemel zijn geworpen verscheen Phoenix van achter een maagdelijk wit gordijn. Anderhalf uur lang wist de Franse popgroep de Ancienne Belgique in vuur en vlam te zetten met verfijnde popdeuntjes die het publiek tot extase brachten.

Het is maar liefst tien jaar geleden dat Phoenix met zijn debuut United op de proppen kwam. Met hun laatste laatste langspeler Wolfgang Amadeus Phoenix slaan ze opnieuw dezelfde weg in als met dat debuut: electronica neemt de bovenhand en rock wordt naar de achtergrond gedreven. In het decennium dat deze full circle duurde, maakten de groepsleden een enorme evolutie mee van lokale pophelden tot wereldtoppers. In een nokvolle AB werd bewezen dat de groep die titel meer dan waard is.

Het witte doek dat het publiek van het podium scheidt, is even mystiek als datzelfde doek dat ook The XX een kleine maand geleden gebruikte. Het grote verschil: Phoenix’ projectieshow is nog beter, nog extremer en veel agressiever dan die van de Londense tieners. De perfecte mise-en-scène dus om een feestje af te trappen. Dat gebeurt meer bepaald met “Lisztomania”, de catchy single die een hele avond door je hoofd spookt. Meermaals toont Phoenix aan een neus te hebben voor aantrekkelijke, catchy meezingers en trakteert de groep ons op een dinner dat enkel bestaat uit haute cuisine.

In volle vaart wordt er met “Lasso” een eerste maal een adrenalinebom op het publiek losgelaten, waarbij het publiek uitbundig meezingt met frontman Thomas Mars, die zich vol overgave in het publiek werpt. Muzikaal zit alles perfect — dankzij de frisse gitaarriffs, verslavende drums én de perfecte zang van Mars –, maar vooral de interactie die de groepsleden met het publiek creëren, zorgt voor een perfect concert. Even vrezen we dat het oudere werk het spel zal bederven, maar net op die momenten steekt Phoenix een tandje bij. Zo ontpoppen “Long Distance Call” en “Napoleon Says” zich tot twee popklassiekers, en is “Too Young” het bewijs dat Phoenix tien jaar geleden al evenveel kwalitatieve popsongs had als nu.

Dat Phoenix een topper is, merken we nadrukkelijk tijdens “Love Like A Sunset”, het rustpunt van de avond, waar de Fransmannen zich van hun eerder psychedelische kant laten zien. Bassist Deck D’Arcy spot op speelse wijze met het publiek, maar het is vooral opmerkelijk hoe gitaristen Christian Mazzalai en Laurent Brancowitz op elkaar zijn ingespeeld. Hun snedige gitaarriffs zijn genietbaar, bijna perfect, en het agressieve, hyperactieve drumspel van Thomas Hedlund houdt de hele AB in de ban.

Toch blijft het vooral het recente werk dat het jonge publiek aan het dansen brengt. Mars lijkt ervan te genieten dat meer dan de helft van de aanwezigen Franstalig is: “Je vais parler en français”, geeft hij meermaals aan. Los daarvan lijkt de band er zelf ook echt van te genieten, getuige feilloze versies van “Girlfriend” en “Armistice” en de dansbare afsluiter “Funky Squaredance”.

Het publiek is nog maar net aan het uitblazen of Mars en Mazzalai staan al terug op het podium voor een akoestische versie van “Everything is Everything”, één van Phoenix’ doorbraakhits. Maar de groep heeft voor deze speciale avond nog een verrassing in petto: een cover van — wie anders — Johnny Halliday. Phoenix’ versie van “La Fille Aux Cheveux Clairs” schiet zijn doel voorbij, maar ach; dat minpunt wordt meteen rechtgezet met het catchy “If I Ever Feel Better”, één van de vele hoogtepunten van een uiterst genietbare avond.

Anderhalf uur feest eindigt met een onstuitbaar “1901”, waar het publiek een laatste maal de longen volpompt om op zijn beurt uit volle borst “Falling” mee te roepen. Er wordt gezongen, gedanst en gezweet, en dat is allemaal de verdienste van Wolfgang Amadeus Phoenix. Neem het van ons aan: die Wolfgang Amadeus Mozart heeft er vanaf nu grote concurrentie bij.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 6 =