Hockey




Botanique, Brussel, 3 maart 2010

Onder het motto ‘indierock hoeft niet altijd uit het
Verenigd Koninkrijk te komen’ zette de Amerikaanse band Hockey
vorig jaar de aanval in op de harten van de indieliefhebbers. Maar
daar komt de ‘maar’ er al bij te kijken: Hockey is niet echt
indierock. Toch alleszins niet indierock zoals we daar sinds pakweg
2003 naar zijn beginnen refereren. Wat Hockey dan wel is? Volgens
Wikipedia is het new wave, maar daar gaan we al helemaal niet mee
akkoord. Laten we het houden op een aangename mix van LCD
Soundsystem, Talking Heads, Infadels en toch wel een beetje
Strokes, maar dan met – zijn rasperige stem spookte tijdens het
optreden meermaals door mijn hoofd – Rod Stewart op vocalen. En het
klinkt werkelijk zoals de omschrijving doet vermoeden: een beetje
vreemd, maar wel leuk.

De jongens uit Portland weten wel hoe ze zich moeten
presenteren. Hippe kapsels en schoenen, de zanger zelfs met een
grote veer aan ringetje door zijn oor. Hockey ziet er zelfs zo goed
uit dat je haast op voorbaat begint te vrezen voor de muziek.
Gelukkig is die vrees ongegrond, want de groep trapt af met ‘Work’,
een van de fijnste nummers op hun debuutplaat ‘Mind Chaos’. De song
blijft de volledige vijf minuten relatief ingetogen, maar knipoogt
desalniettemin subtiel naar de dansvloer.

Na een wat fletser ‘Learn To Lose’ – nochtans een
single – transformeert zanger Benjamin Grubin voor het eerst in Rod
Stewart voor het fantastische refrein van ‘Wanna Be Black’. Dat
krassende stemgeluid is zonder twijfel een van dé sterktes van
Hockey, alleen al omdat het hen iets meegeeft dat geen enkele
andere jonge indiegroep in huis heeft.
De andere kracht van de band is hun onbevreesde houding ten
opzichte van het mixen van verschillende stijlen. Het lekkere ‘3 AM
Spanish’ klinkt beurtelings als de Beastie Boys, onverbloemde disco
en sexy funk. In ‘Four Holy Photos’ keren de jongens terug naar hun
Amerikaanse roots en pakken ze zelfs uit met een ouderwetse
countrysong, al moeten we eerlijk bekennen dat we die toch vooral
ervoeren als een verplicht geeuwmoment.

Er worden ook enkele nieuwe nummers gespeeld, die
ons met een dubbel gevoel achterlaten. Geen enkel van de nieuwe
songs zou misstaan hebben op ‘Mind Chaos’, wat enerzijds een zeker
kwalitatief niveau garandeert, maar anderzijds ook duidt op het
uitblijven van verrassende wendingen of simpelweg een stap
vooruit.

Dan toch liever ‘Song Away’, een single die ons in tegenstelling
tot het eerder vermelde ‘Learn To Lose’ wel meteen weet te
overtuigen. Het nummer is een meezinger van formaat die het midden
houdt tussen Talking Heads en Razorlight. Het felle ‘Preacher’
houdt de sfeer erin, maar daarna wordt deel één van de set een
beetje in mineur afgesloten met het wat saaie en richtingloze
‘Everyone’s The Same Age’.

De bisnummers maken veel goed, met name de ‘Too
Fake’, een derde single van ‘Mind Chaos’ die misschien nog leuker
is dan ‘Song Away’. De song bulkt van de energie en laat het tempo
geen seconde afzwakken. Het refrein is onverantwoord geweldig en
geeft de kans aan een niet te versmaden ‘Rod Stewart’ om zijn
spierballen nogmaals te laten rollen.

Sowieso respect voor Hockey, want ze zijn zonder
twijfel experimenteler dan het merendeel van hun generatiegenoten.
Hun drang naar avontuur en hun talent (waar je na het horen van
songs als ‘Too Fake’ en ‘Song Away’ niet omheen kunt) zijn
voorlopig echter niet genoeg om een constant niveau te garanderen.
Een bijzonder fijne avond kunnen ze je wél beloven.

Meer afbeeldingen Hockey

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 11 =