DOSSIER NOUGHTIES :: Hoe internet alles veranderde

Als er één drijvende kracht is geweest achter het afgelopen decennium, van Napster tot Obama’s verkiezing, dan is het wel het internet. Ook op muziekvlak bleef niets hetzelfde sinds de bits and bytes het overnamen. Hieronder volgt een poging om de stand van zaken te schetsen in een revolutie die zijn eindpunt nog niet heeft bereikt.

Slechts een muisklik verwijderd

We pikken er een moment uit, ergens uit het midden van het afgelopen decennium. We interviewen Guy Swinnen, en het gesprek meandert naar zijn kinderen. "Ongelofelijk hoeveel muziek die al kennen op hun achttiende," vertelt hij. "Op een paar weken heeft mijn jongste alles van David Bowie leren kennen. Die gasten gaan veel dieper in de muziekgeschiedenis, dan wij op hun leeftijd deden. Wij konden het ook niet."

De reden daarvoor moet niet ver gezocht worden: downloaden. Wie vroeger als tiener die in muziek geïnteresseerd was, begon te graven, moest geduld hebben. Het occasionele Britse muziekmagazine uitpluizen, obscure namen als "The Smiths" of "Joy Division" opschrijven, wachten tot hun platen in de plaatselijke bib beschikbaar waren. En dan waren er vaak al maanden voorbij. Voor je dan via Joy Division bij John Cale of Iggy Pop’s The Idiot was aangekomen, was je minstens een jaar verder.

Nu? Honderden blogs sommen op, met luisterfragment er meteen bij, wat je zeker moet gehoord hebben, zonder dat Damon Albarn het je in een interview moet voorzeggen. En dan hebben we het maar over de legale mogelijkheden. Wie geen scrupules heeft, haalt zich met een beetje internetverbinding — en naarmate het decennium voortschreed, kon dat aan een steeds hogere bitsnelheid — de hele muziekgeschiedenis binnen op een paar kwartier, zonder dat er meters IKEA-rekken aangesleept moeten worden.

Natuurlijk: dat heeft ook zijn negatieve gevolgen gehad. Artiesten zijn minder gaan verdienen, platenfirma’s gingen over kop,… maar tegelijk hebben nog nooit zoveel mensen een plaat uitgebracht. En zijn er minder platen millionsellers geworden. Samengevat: internet was zakelijk dan misschien een ramp, artistiek opende het voor velen poorten. Neem nu MySpace.

Vriendjes maken!

Het concept was belachelijk eenvoudig, en net daarom misschien veroverde het in geen tijd de wereld: elke band, groot of klein, kon gratis en voor niets vier nummers integraal te beluisteren zetten op een eigen profiel. Niet langer moest je op het woord van een recensent afgaan om nieuwe muziek te leren kennen; een snel bezoek aan een MySpace-profiel was genoeg. En net zo goed als hitparades, draaide het om populariteit. Zij het dan niet uitgedrukt in verkochte platen, maar in een taal die door surfers beter begrepen wordt: het aantal vrienden.

En zo wordt, nadat de homestudio het opnemen al democratiseerde, ook de drempel om je muziek te promoten verlaagd. Het profiel dat een band aanmaakt kan perfect dienst doen als website: nieuws, foto’s en concertdata kunnen gedeeld worden met fans. Je hoeft dus geen dure website meer te laten ontwikkelen om aanwezig te zijn op het steeds aan gebruikers winnende world wide web. Nauwelijks enkele jaren na de start, is er geen band meer dat er niet aan denkt om een MySpace-profiel te starten. Sommige bands posten er zelfs nog eerder hun logo, dan hun muziek. "Omdat we nog geen goeie opnames hebben."

Voor veel opkomende bands is MySpace rond 2004 dé kar om op te springen: niet alleen wordt je muziek gehoord, er komt ook nog eens reactie op en je kunt er netwerken met andere bands of mensen uit de muziekindustrie. Zo gaat de sociale netwerksite de geschiedenis in als het platform dat Arctic Monkeys een platencontract bezorgde. Ironisch genoeg bleek de groep van niets te weten en hadden fans de profielpagina aangemaakt met demo’s die op concerten werden uitgedeeld.

Een platenfirma is dus niet langer nodig om succesvol promotie te voeren. Een MySpace en voldoende doe-het-zelfspirit is voldoende om al een heel eind te raken. Dit is het digitaal alternatief voor het uitdelen van demo’s zoals Arctic Monkeys deed. Een goed voorbeeld is Lily Allen. Het is een mythe dat ze haar platencontract aan MySpace te danken heeft, maar het heeft haar carrière wel een enorme boost gegeven. Toen Allen in 2005 werd binnengehaald, had EMI niet direct grote plannen met haar. De platenfirma stak alle tijd in grote releases van Coldplay en Gorillaz. Allen besloot dan maar, zonder medeweten van het label, demo’s op MySpace te posten, waarna de bal aan het rollen ging en de rest geschiedenis werd.

MySpace was ook het begin van wat gemeenzaam "Web 2.0" wordt genoemd. Niet langer is een surfer iemand die passief leest wat op een website staat, hij reageert ook, interageert, is sociaal actief. Het online posten van demo’s was dan ook maar een eerste stap. Nu we vrienden hadden, kon het verhaal nog verder gaan. Hen laten weten waar we naar luisteren, bijvoorbeeld. Hop, daar was Last.fm; eerst niet meer dan een simpel lijstje van wat je computer allemaal had afgespeeld de laatste tijd, maar gaandeweg ontwikkelde de site zich dat tot één van de grootste muziekcommunities van het internet. Je kunt er een radio beluisteren, die songs voorstelt op basis van je voorkeuren, of die gewoon je grootste hits afspeelt. Maar net zo goed kun je de radio afspelen van één van je vrienden, met wie je misschien "hoog" of "super" compatibel bent. Want een muzieksmaak, dat kan tegenwoordig in een cijfermatig berekende verwantschap worden uitgedrukt.

Een vergiftigd geschenk

De voorlopig bovenste trede van de ladder der innovaties in ongetwijfeld Spotify. De online muziekdienst wil mensen naar eender welke muziek laten luisteren, eender wanneer en eender waar. De toepassing is gratis (al bestaat er ook een abonnementsformule zonder reclame) en het is slechts een kwestie van tijd voor de dienst ook in De Lage Landen beschikbaar zal zijn. Het is ook waarschijnlijk dat ’afwezige’ grote bands als Metallica of AC/DC hun oeuvre beschikbaar zullen stellen. Beeld het u in: een steeds maar groeiende databank van miljoenen songs permanent ter beschikking, zonder het risico tegen de lamp te lopen met illegale downloads of virussen binnen te halen.

"Het is geweldig om een bodemloze collectie muziek ter beschikking te hebben", aldus een van de bèta testers op de website van Spotify. Op het eerste gezicht is het dat ook, maar als je erover nadenkt, wordt het toch een beetje griezelig. Misschien is het een even vergiftigd geschenk als het eeuwige leven: waarom zou je morgen iets plannen als de lengte van dagen geen betekenis meer heeft?

Een oneindige muziekcollectie in een eindig leven dwingt je tot keuzes maken. Alles beluisteren is onmogelijk, dat is een probleem waar zelfs de verzamelaar met een paar duizend cd’s al onder lijdt. En wat met de charme van het herbeluisteren, voor veel platen een must om het werk deftig binnen te dringen? Ja; iedereen kan het hele oeuvre van David Bowie met een paar muisklikken binnenslepen, maar zouden meer mensen dan vroeger al die platen ook meer dan een paar keer beluisterd hebben? Wie neemt nog de tijd om een plaat te draaien en blijven draaien, als er nog zoveel muziek is die gehoord moét worden?

Op die manier wordt de single weer een belangrijk wapen. Vaak zijn ze de enige aanleiding om muziek uit het enorme aanbod te grabbelen en er je kostbare tijd aan te spenderen. Een mens kan veel tegelijk tegenwoordig, maar nog altijd geen twee nummer op hetzelfde moment beluisteren. En dus houden veel luisteraars na drie beluisteringen van een plaat uiteindelijk slechts de drie singles en die ene uitzonderlijke albumtrack over op hun computer. En: next! Misschien is in dit soort tijden van korte aandachtsspannes het idee van Radiohead om enkel nog EP’s uit te brengen dus nog niet eens zo gek.

En zo verschuift iets als het begrip "radiohit". Ze bestaan nog; denk maar aan hoe het onbekende Mumford & Sons, met de hulp van de ethersteun voor "Little Lion Man", op Crossing Border een volle zaal trok. Meer en meer echter holt de radio ook maar achter de feiten aan, en moeten ze plots een internetfenomeen als "I’ll Kill Her" van Soko tot Hotshot bombarderen. Of raakt Fixkes eindelijk op de radio, een half jaar nadat "Kvraagetaan" de MySpace van een vriendin opfleurde.

het veld ligt open

En hier zijn we dan, tien jaar nadat de mp3 en de almaar toenemende bandbreedte het op grote schaal uitwisselen van muziek mogelijk maakte. De industrie is in crisis, maar er zijn nog nooit zoveel platen uitgebracht. Die verkopen elk maar een fractie van wat ze vroeger zouden hebben kunnen doen, maar op concerten, waarvoor vaak meer mensen opdagen dan de laatste plaat over de toonbank ging, wordt elk nummer wel luidkeels meegezongen. Muziek leeft nog altijd, maar de vorm is minder vast geworden: cd’s zijn niet weg, maar net zo goed zijn downloads of streams gemeengoed geworden. Voor platenfirma’s en artiesten betekent dat een hoop kopzorgen, maar net zo goed levert het tal van mogelijkheden op voor wie creatief durft zijn.

Misschien was dat net de schoonheid van de noughties: dat alles kon. Dat Radiohead out of the blue zijn nieuwe plaat via het internet beschikbaar kon maken, tegen om het even welke prijs. Dat een nobody-actrice uit Frankrijk na een boos YouTube-liedje over een rivale plots Europa mocht afreizen. Dat Björk haar fans een nummer kan laten remixen voor een benefiet-cd. Niet alle zijn misschien oefeningen die het herhalen waard zijn, sommige misschien wel. En andere ideeën zullen opnieuw opduiken in gewijzigde vorm. Maar het speelveld ligt opnieuw open. Niet langer bepalen een paar firma’s hoe het spel gespeeld wordt, maar de luisteraar en de artiesten. Wat de regels van dat spel zullen zijn na deze jaren van vrolijke chaos, zal langzamerhand misschien duidelijk worden de komende jaren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 − 7 =