DOSSIER NOUGHTIES :: Het festivalgevoel van de noughties :: ”We komen voor de sfeer”

Natuurlijk; festivals bestonden ook al in de jaren tachtig en negentig. En ook toen ging er al veel volk heen. Maar de voorbije tien jaar verliep de groei plots exponentieel. Terwijl de platenverkoop instortte, ontplofte het festivalwezen. En er was ook sprake van anders gaan festivallen. Een verhaal met drie kanten.

Kant 1: Het Clouseau-in-het-Sportpaleisgevoel

Tien jaar is het ondertussen geleden dat Rock Torhout chirurgisch werd verwijderd, om Rock Werchter te laten overleven. Het zag er toen even niet goed uit voor het festival van Herman Schuermans, maar in de jaren nadien vonden plots nog meer jongeren de weg naar de vergrote weide. Hetzelfde zag ook Chokri Mahassine met zijn Pukkelpop gebeuren, en net zo goed Carlo Di Antonio, wiens Dour Festival van een obscuur Waals festival voor zéér hardnekkige alternativo’s in de jaren negentig uitgroeide tot de hoogmis van all things subcultuur die het vandaag is.

Aan de andere kant van het spectrum, in de bebouwde kom, ging het ook hard. Marktrock Leuven mag dan al spectaculair zijn elan hebben verloren, tegenover dat ene tragisch verhaal, staat het verbazingwekkende succes van Suikerrock Tienen (dat dit jaar zelfs naar vijf festivaldagen gaat) en vooral: de Lokerse Feesten. Vlaanderen, België, was in de noughties een volkje voor wie "zomer" gelijk staat aan "festivallen". En we zijn er goed in, getuige de terugkerende bekroningen voor Rock Werchter, het feit dat Dour zelfs het nieuws van het in het wereldje gerenommeerde Pitchforkmedia haalt en vanzelfsprekend de vaststelling dat Metallica echt elke zomer hier wil spelen.

Festivallen: het is iets wat je moét doen des zomers als je jong bent. Wie er ook komt, hoeveel het ook kost; je gaat. Het Clouseau-in-het-Sportpaleisgevoel, zeg maar. Gevolg is dan ook dat festivalcultuur een pak veranderd is. Campinghangen werd een nationale sport, muziek komt vaak op de tweede plaats. Mensen komen "voor de sfeer".

Dat geldt niet alleen voor de campings van Werchter, die iets weg hebben van scoutskampen of gemeentelijke reünies, ook op Graspop — lang geen nichefestival meer — slepen de metalfans zich niet langer van ’s middags af naar de festivalweide maar ze pakken liever pinten met de collega’s van het jeugdhuis vanuit de luie campingzetel. Opmerkingen zoals Graspop is toch niks voor u? met als antwoord maar ik ga mee met de hoop zijn een goede illustratie. Genrediscussies verdwijnen, of het nu om Wercher, Dour of Tomorrowland gaat, de kamperende compagnie is het belangrijkste.

De camping is niet de enige aandachtsafleider, ook de talrijke festivalstandjes, waar Proximus, Randstad, KBC en Win For Life zich als gulle schenkers presenteren, krijgen genoeg aandacht. Het jonge volkje schuimt alle sponsors af en maakt er een sport van om zo veel mogelijk festivalgadgets te verzamelen. Andere populaire randactiviteiten zijn de demonstraties op de skateramp en de tientallen distro’s op Groezrock of de Coca Cola-dj sessies en "alternatieve" markten op Werchter. Wat originaliteit betreft krijgt Graspop de eerste prijs: in Dessel kan je naast een heuse metalmarket en kledijwinkeltjes ook een luchtgitaarpodium en botsautokraam terugvinden. Zelfs aan je lijf kan je van alles laten veranderen: piercingkraampjes zijn er al lang geen onbekenden meer.

Kant 2: Alles kan, alles mag

Met het begin van het nieuwe millennium kregen we ook de heropleving van de dance-beweging en dat is niet alleen te merken aan de opkomst van grote dance-festivals zoals Polsslag, I Love Techno en Tomorrowland, maar ook de splinterbom aan genres die ook op de grote festivals barst.

Een korte geschiedenis van de dance-invasie op T/W geeft mooi de evolutie: In 1996 kregen Moby, Underworld en The Prodigy een voorlopig nog slechts bescheiden plaatsje op het Studio Brussel-zijpodium. Een jaar later hadden The Chemical Brothers en The Prodigy elk een nacht om af te sluiten, terwijl Daft Punk op het kleinere podium een "bescheiden" massa in beweging bracht. Vanaf 1998 duiken The Chemical Brothers, Underworld en Basement Jaxx als vaste waarden om de zoveel jaar op. Dat bands zoals Klaxons, Soulwax, Justice en Kraftwerk dit decennium zowel op Rock Werchter, Pukkelpop en I Love Techno stonden is iets dat halfweg de nineties waarschijnlijk niemand had zien aankomen.


Daarnaast trokken de programmatoren de blik ook open naar wat buiten het Studio Brussel-wereldje gebeurde. Hitartiesten als Sugababes, 50 Cent, Sean Paul en P!nk mogen zonder schroom op de grote podia aantreden zonder dat er uit het publiek noemenswaardig protest komt. De aanwezigheid van Milk Inc. op Rock Werchter 2009 is misschien wel het culminatiepunt van deze evolutie.

Naast de elektronische muziek vonden ondertussen ook andere nichegenres hun weg naar de grote festivals. Slayer past voortaan zowel op Graspop als Rock Werchter en Flogging Molly heeft intussen zowel Rock Werchter, Pukkelpop, Groezrock als Folk Dranouter op haar palmares. Dat laatste festival is dan ook systematisch geëvolueerd van een exclusief folkfestival naar een gemixt evenement van folk, wereldmuziek, pop, rock en soms zelfs lichte dansmuziek. Het geitenwollensokkenimago van weleer heeft het festival in de Westhoek al lang van zich afgeschud.

Ook het Meerhoutse Groezrock (hardcore/punk) en Graspop (metal) in Dessel, die aanvankelijk hun gezicht en levensvatbaarheid vonden door zich in een niche terug te trekken, gooiden opnieuw deuren en ramen open. Op Groezrock kan je voortaan naast traditionele punk en hardcore ook de emocore van Bullet For My Valentine, de mainstream rock van Lost Prophets of beukende deathcore van Bring Me The Horizon aanschouwen. Graspop is afgestapt van de formule met heavy metal-zwaargewichten als Iron Maiden, Saxon en Manowar, en heeft al meermaals de nu-metal formule, met Slipknot of System Of A Down als sprekende voorbeelden, beproefd.

Kant 3: Koken kost geld

Die verbreding is er natuurlijk niet zomaar gekomen. Eind jaren negentig had pure rockmuziek afgedaan, en de publieksaantallen vertoonden dan ook een knik naar beneden. Wilde een festival overleven, dan moest er anders gedacht worden. Meer marktgericht. Was een festival tot dan toe meestal een sympathiek vzw-gebeuren dat boekhoudkundig zo goed en zo kwaad als kon werd gerund, dan werd bedrijfsmatig denken een noodzaak. Natuurlijk zat men daar in Werchter al verder mee dan elders, maar even verderop, in Leuven, heeft de neergang van Marktrock veel te maken met een gebrek aan financiële realiteitszin.

Een mooie illustratie van deze "vermarkting" is Groezrock. Ooit begonnen als een jeugdfuif georganiseerd door de Sint-Jorisgilde, gegroeid tot een klein rockfestival met 400 bezoekers in 1992, is het gebeuren sinds enkele jaren uit zijn voegen gebarsten tot dé punk– en hardcore-hoogmis van Europa, met 30000 bezoekers per dag. Niemand die er nog bij stil staat dat de eerste edities kleine festivalletjes waren met een Kempens karakter, gericht op de lokale jeugd.

Hoe is het zover gekomen? Ten eerste bleek er voor punk en hardcore eind jaren negentig een gat in de festivalmarkt te zijn: er was nog geen festival waar topacts en talentvolle bands samen voor het juiste publiek stonden. En kijk: in 1996 waren Deviate en de Brotherhood Foundation de eerste bescheiden publiekslokkers uit de scene, in 1998 was de affiche al een light-versie van de Vans Warped Tour. De organisatoren namen het organisatorische model van deze Amerikaanse pakkettour — een mix van punk- en hardcoregeweld en extreme sporten — over en rekenden daarvoor op de ideale timing van de voorjaartournees van dezelfde bands. Een markt was aangeboord, een unserved audience bediend.

Groezrock werd de Belgische punk- en hardcore-bijeenkomst bij uitstek, waar Millencolin, Bad Religion en Lagwagon vaste huisorkesten werden. In een tweede fase profiteerde Groezrock van de explosie van de commerciële metal– en emocore. Steeds meer metalheads en emokids vonden de weg naar Meerhout, en ook hier paste het festival zich aan aan het veranderde muzikale landschap. Het resultaat: Groezrock vormt vandaag het podium voor beloftevolle core-packages en strikte de laatste jaren het kruim van de emo-scene (Bulllet For My Valentine en Taking Back Sunday), hardcore (Sick Of It All of Hatebreed) en punk met klinkende namen als Pennywise en Sum 41.

Een veel extremer geval is zonder twijfel Rock Werchter, dat in 2003 werd verkocht aan de Amerikaanse concertgigant Clear Channel (nu: Live Nation). Nadat dat ook het concurrerende Make It Happen van Paul Ambach opkocht, kreeg dat bedrijf een wel heel grote greep op de Belgische concertmarkt. In ons land is Live Nation verantwoordelijk voor Graspop Metal Meeting, Rock Werchter, I Love Techno en een hele resem concerten in de AB, het Sportpaleis, Vorst Nationaal en de Lotto Arena. Dat het bedrijf ook 360°-deals met een aantal grote artiesten afsloot, zorgt er ook voor dat die ook langs België passeren. Denk maar aan Madonna afgelopen zomer.

Het gevolg is echter ook dat geen enkel festival echt nog een sterk omlijnde identiteit heeft. Programmatoren spelen op veilig, en smeren hun identiteit soms wel heel ver uit, om toch maar publiek te lokken. Dat je Placebo zowel op Pukkelpop als Werchter kan zien headlinen, tot daar aan toe. Dat Dranouter artiesten als Ozark Henry of K’s Choice programmeert is een wel heel opzichtige poging om toch maar een "normaal" festival te zijn als alle andere, alle slogans over "the new tradition" ten spijt.

Enkel Dour lijkt af en toe nog radicale keuzes te maken door geen overdreven bedragen te willen betalen voor een headliner, maar wordt gefnuikt door Live Nation dat zijn grote namen liever aanbiedt aan het concurrerende Les Ardentes, niet toevallig een festival dat het bedrijf tenminste wel volledig in eigen handen heeft.

Het gaat dus goed met onze festivals. Of niet? We zijn in elk geval opnieuw waar we begonnen. Met het Main Square-festival in het Noord-Franse Arras heeft Werchter er opnieuw een broertje bij. Net als eind jaren zeventig is het opnieuw interessanter geworden om groepen meerdere speeldata te kunnen aanbieden; een grootafnemer betaalt immers altijd minder. Maar ondanks het voorspelbare uitverkopen, blijft ook het erg subjectieve gevoel hangen dat het nog altijd dezelfde headliners zijn als vijftien jaar geleden die voor het vuurwerk moeten zorgen. Niemand wordt wild als Muse of Arctic Monkeys mogen afsluiten, een Placebo dat headlinet geeft toch altijd het gevoel "Metallica komt pas morgen, R.E.M. heeft dit jaar geen plaat uit en Thom Yorke voelt zich niet lekker, dus we hadden geen alternatief." En dat gevoel breidt zich ook uit naar Dessel, waar Judas Priest en Iron Maiden ook een abonnement op de topspots van Graspop lijken te hebben.

We kunnen dat echter ook anders bekijken: Coldplay mag de festivals dan bijna ontgroeid zijn, met The Killers, Kings Of Leon en Editors — om maar een paar namen te noemen — lijkt een generatie opgestaan, die vast van plan lijkt om de fakkel wel erg overtuigend over te nemen. Maar toch, op de rug van monsterhit "Sex On Fire" lukte het Kings Of Leon deze zomer om als "excuusheadliner" onverwacht te scoren, maar het is de vraag of dat ook een tweede keer lukt; het momentum kan snel voorbij zijn. Ook The Killers zullen eerst nog eens met een écht goeie plaat moeten uitpakken voor ze slechts occasionele luisteraars helemaal zullen overtuigen. En uiteindelijk is het dat wat een headliner van het kaliber R.E.M., Pearl Jam of Metallica kan: zelfs de grootste nonfan bij elk nummer laten denken "verdomme, dit is toch een sterk nummer". Dat kon de tussengeneratie niet, dat kan de nieuwe generatie nog niet. Voor het eerst lijkt een wisseling van de wacht misschien toch mogelijk. Maar dat is een verhaal dat we pas over tien jaar zullen kunnen vertellen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + 3 =