DOSSIER NOUGHTIES :: Tien jaar elektronische muziek in een notendop

Wellicht waren de jaren nul het laatste decennium waarin dancemuziek als aparte categorie besproken werd. Groepen als Yeah Yeah Yeahs, Gossip, LCD Soundsystem, Soulwax en The xx deden ’dance’ en ’rock’ immers steeds vaker overlappen. Tegen 2020 zullen beide stijlen wellicht zodanig met elkaar verweven zijn, dat niemand er nog om zal geven of de muziek met samplers en laptops, dan wel met snaren of toetsen is gemaakt.

En of het ooit anders geweest is. Aan het begin van de jaren negentig werden ’rock’ en ’dance’ twee totaal verschillende werelden. Letterlijk zelfs. Ofwel scheurde je je spijkerbroek aan flarden en ging je op in de mistroostige generation x-gedachte van de grunge, ofwel ging je uit in de discotheken, waar exclusief techno of house gedraaid werd. Beiden waren onverzoenbaar. Zelfs op een openbaar radiostation als Studio Brussel — hoe open minded het zich vandaag ook moge profileren — waren grommende gitaren in de begindagen een conditio sine qua non om de playlist te halen. Hier kwam in het nieuwe millennium verandering in. Techno en house waren niet langer onaantastbare entiteiten, de toekomst was aan de genremixers. In de clubs, zowel als op de radio, gingen rocksongs en elektronische muziek hand in hand. Een samenwerking als die tussen Antony Hegarty en Matmos toonde aan dat de paden van de experimentele elektronica en de popmuziek elkaar steeds vaker kruisten. Meer zelfs, bij groepen als Daan, Enter Shikari of Klaxons viel het nog moeilijk uit te maken of ze nu rock, dan wel dance maakten. En wie in de jaren negentig had durven voorspellen dat Radiohead ooit een mix-plaat van technogod Carl Cox zou halen, werd wellicht terstond gek verklaard.

Ook nichefestivals als I Love Techno en Ten Days Off, in de jaren negentig begonnen als exclusieve technoaangelegenheden, programmeerden steeds vaker acts die buiten de lijntjes kleurden. Een gevolg hiervan is dat dit soort festivals zijn eigenheid verloor, al lokten ze tegelijk een pak meer bezoekers. "Als je alleen klassieke techno-dj’s op de line-up zet, krijg je hooguit tweeduizend man naar Flanders Expo", liet Boys Noize afgelopen zomer optekenen in Humo. Wat er ook van is, Klaxons, Kraftwerk, Goose en The Prodigy zijn namen die de afgelopen jaren evengoed de affiche van I Love Techno als die van Rock Werchter of Pukkelpop sierden. Hierbij werd ook niet langer moeilijk gedaan over het feit dat het ’slechts’ om enkele heren achter een laptop ging. Want meer dan ooit kwam het jonge volk naar een festival om zich te amuseren. Zolang er genoeg sfeer was, hoorde je hen niet klagen.

Terug naar de jaren tachtig

De versmelting tussen rock en dance is geen nieuw gegeven. De afgelopen jaren werd er immers — veel meer dan naar de jaren negentig — teruggegrepen naar de onbevangen cultuur van de jaren tachtig. Naar de periode van de postpunk, synthpop en electronic body music, toen er nog ongeremd geëxperimenteerd werd met beats en gitaren. Voor de grunge en de postrock enerzijds en de opkomende acidhouse en technoscène anderzijds, beiden uit elkaar dreven. Veel artiesten die de voorbije jaren met muziek bezig waren, groeiden op in de eighties, wat er vaak aan te horen was. Zo bracht Editors onversneden New Order, vond de synthpop van Zoot Woman en Ladytron aansluiting bij The Human League, en maakte de punkfunk van The Rapture, !!! en Bloc Party dankbaar gebruik van het baanbrekende geluid van postpunkgroepen als Gang Of Four en Cabaret Voltaire. Maar ook de indietronica-sound van het Morr-label (Styrofoam, Lali Puna, Tied & Tickled Trio, …) kende zijn oorsprong in de jaren tachtig, bij de gevoelige shoegazepop van Slowdive. Om nog maar te zwijgen van de hele electroclash-scène rond Felix Da Housecat, Dr. Lektroluv, Miss Kittin, Peaches, Goldfrapp en Client, die zijn geluid entte op dat van baanbrekende — vaak Vlaamse — EBM-groepen als Front 242.

Waar we als Vlaming in de jaren tachtig prat mochten gaan op dat soort groepen, mochten we de voorbije jaren trots zijn op Soulwax. Niemand kon om de Gentse broers heen, die stilaan een genre op zich vormden. In de studio met Tiga, plaatjes draaien op een privé-feestje van Kylie Minogue, opgebeld worden door DJ Shadow of Robbie Williams voor een remix, … Stephen en David Dewaele waren overal. Ze slaagden er zelfs in om de internationale dance-scène niet één, maar wel twee maal flink door elkaar te schudden. Een eerste keer met As Heard on Radio Soulwax Pt. 2, de plaat waarmee ze de hele mash-upcultuur in gang zetten. Plots was wàt je draaide weer belangrijker dan de manier waarop en passeerden de hits van een resem ’foute acts’ als Dolly Parton en Destiny’s Child de revue in de hipste clubs over de hele wereld. In eigen land braken de Dewaeles een lans voor Milk Inc, door ze te programmeren tijdens één van hun hippe SoulwaxXmas-feestjes. Met de Nite Versions-bewerking — een concept dat dateert uit de jaren tachtig, of wat had u gedacht? — van hun album Any Minute Now wisten de Dewaeles een tweede keer indruk te maken. De impact hiervan was zo mogelijk nog groter dan die van hun mash-ups; LCD Soundsystem, Tiga, The Subs, Justice, … allen lieten ze zich meermaals ontvallen geïnspireerd te zijn door dit album van de broers Dewaele. Waar dEUS in de jaren negentig het pad effende voor tal van gitaargroepen in eigen land, deed Soulwax dit in het nieuwe millennium voor dancegerichte crossover-acts, zij het op internationaal niveau.

In de marge

Ver weg van deze dancerocksymbiose, aan de andere kant van het spectrum van het elektronische muziekveld, vond de meerwaardezoeker zijn gading bij tal van artiesten die met afwijkende elektronica een alternatief boden voor al dat dansgeweld. In de beginjaren van de elektronische muziek moest alles een zeker beats per minute-gehalte hebben, een restrictie die in de jaren nul vaak wegviel. Sommige artiesten, denk maar aan Fennesz en Murcof, verhieven zelfs het proces tot compositie-element: de ruis van een analoge opname, het verknippen van bestaande geluiden of de hapering van een instrument werden geïntegreerd in de nummers. In navolging van Warp en R&S rezen onafhankelijke elektronicalabels als paddestoelen uit de grond. In tijden van crisis konden zij overleven, mede door een positieve instelling en reële doelstellingen, ver weg van de struisvogelpolitiek van de majors. Hyperdub, Type, Kompakt en raster noton, om er maar enkele te noemen, waren in de eerste plaats geïnteresseerd in de zoektocht naar een ’nieuw geluid’.

Deze labels brachten twee nieuwe grote stromingen voort: minimal techno en dubstep. Over dubstep komt u binnenkort alles te weten op goddeau, minimal techno vond zijn oorsprong in de zogeheten second wave van de Detroit techno. Het repetitieve karakter van deze muziek werd volmaakt met soundscapes uit de ambient en minimale beats. Dit leverde een vreemde oefening in ruimtelijkheid, herhaling en reductie op. De grootste verdienste van deze artiesten (The Field, Nathan Fake, James Holden, Dominik Eulberg, …) is zonder twijfel dat ze techno ontdeden van de negatieve bijklank die eraan vasthing. Plots was het ok om er voor uit te komen dat je naar techno luisterde. Wellicht vinden deze stromingen binnen afzienbare tijd hun weg naar de mainstream, zoals dat in het verleden ook met house, drum ’n bass en triphop gebeurde. Hoe de toekomst er verder uitziet, valt moeilijk te voorspellen. Als in navolging van de jaren tachtig, het komende millennium de jaren negentig geplunderd zullen worden, houden wij ons hart al vast. Een revival van noorse bubblegumdancepop op zijn Aqua’s zien we namelijk niet meteen zitten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + twaalf =