White Lies :: 29 oktober 2009, AB

Nauwelijks een jaar geleden was White Lies niet meer dan één van de vele Britse groepjes die in de Amsterdamse Paradiso optraden, in de hoop ook op het vasteland voet aan grond te krijgen. Donderdag haalde de groep met zijn naar new wave en gothic zweemende songs een uitverkochte AB, maar bleek ook dat het dan toch allemaal wat te snel is gegaan.

Al was dat eigenlijk al wat duidelijk bij het verschijnen van debuut To Lose My Life… eind januari. Met een tweetal sterke, naar Joy Division en Depeche Mode zwemende singles had White Lies heel wat ogen op zich weten te vestigen, maar de handtekening onder dat platencontract werd te snel gezet, de studio te snel geboekt, en nieuwe songs waren dan ook verre van voldragen toen ze moesten worden opgenomen. Het resultaat is een plaat als de eerste van Franz Ferdinand: bij momenten geweldige singles, maar het vulsel voldoet niet.

Zo is het ook in de AB, waar “Farewell To The Playground” nog wel puik opent, maar met b-kantje “Taxidermy” al meteen de dieperik ingaat. Dan valt op dat — hoe knap hij op sommige nummers ook wordt uitgespeeld — de stem van frontman Harry McVeigh al bij al beperkt is. De holle pathos ligt dan al snel op de loer bij gezwollen verhalen als “From The Stars”. In de Talking Headscover “Heaven” tijdens de bisronde, wordt zelfs helemaal onelegant van de toonladder gegleden.

Het helpt ook niet dat de band zichzelf niet in de hand heeft. Regelmatig zet de groep het onder aanvoeren van drummer Jack Lawrence-Brown op een lopen. Het erg knappe “To Lose My Life”, een donkere discosong zoals er vandaag te weinig worden gemaakt, wordt zo al te snel afgehaspeld en verliest van zijn impact. Grappig trouwens hoe dat al te romantische “Let’s grow old together/And die at the same time” massaal en met overtuiging wordt meegezongen.

Ook het briljante “Unfinished Business” gaat zo uiteindelijk wat de dieperik in. Nochtans is het nummer één van de knapste voorbeelden van de sterkte van de groep. Waar genregenoten als Editors of The Killers voor het anthem gaan, pakt deze groep het narratiever aan en de muziek bouwt dan ook mee met de tekst van bassist Charles Cave; geen strofe-refrein, maar een verhaal dat zich ontvouwt. Op plaat heeft dat impact, maar te snel afgerammeld hier, loopt het fout.

Pas bij het afsluitende “Death” — de grootste hit van de band tot nu toe — valt alles plots op zijn plaats. De band speelt nét niet te snel, wat het nummer nog extra kracht geeft, de drums crashen op de juiste plaats als betonblokken, en met nog wat extra rookzuilen is het plaatje compleet; zo had dit hele optreden moeten zijn.

White Lies heeft een boerenjaar gehad. De naam is gemaakt, en To Lose My Life… zal her en der wel de eindejaarslijstjes halen. Nu moet de groep echter de rust opzoeken, en niet meer terugkeren voor er een nieuwe plaat met tien nummers van het niveau van “Death” of “Unfinished Business” is. Anders zou hun glorie wel eens van erg korte duur kunnen blijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × een =