Dirty Projectors :: Bitte Orca

De avant-gardistische pop van Dirty Projectors heeft altijd gebalanceerd op de slappe koord tussen experimentele pop en onbeluisterbare nonsens. Hun nieuwe plaat Bitte Orca, de eerste op Domino, is nog steeds een erg taaie brok, maar wel de meeste toegankelijke tot nu toe.

Dirty Projectors is al jaren een goed bewaard geheim van de New Yorkse indiescene. Het is het geesteskind van David Longstreth, het hart van de band, die met bijna elke nieuwe worp andere muzikanten en zangeressen uitnodigt om te helpen zijn hersenspinsels op plaat te zetten. Maar David Longstreth maakt het de luisteraar nooit makkelijk. Je herkent briljante popmelodieën en beseft bij elke noot dat hier een genie aan het werk is. En toch is het vaak onmogelijk volledig op te gaan in wat je voorgeschoteld krijgt, omdat het zo apart en complex gestructureerd is, dat je zelfs na ettelijke luisterbeurten niet goed doorhebt wat je ervan moet vinden.

Ook Bitte Orca is een plaat die heel erg moeilijk binnen glijdt, al is hij met voorsprong de meest toegankelijk tot nu toe. En toch is er iets dat ontbreekt. Het is alsof je naar een kunstwerk staat te kijken waarvan je ten volle beseft dat hier een genie aan het werk is, die het materiaal van penseel tot canvas perfect beheerst en iets wonderlijks weet te creëren. Maar tegelijkertijd mis je een band, een emotioneel raakvlak. Bitte Orca is een klein kunstwerk, maar zelden ga je mee in de unieke wereld van Longstreth en zijn kompanen.

Maakt dat van Bitte Orca een slechte plaat? Uiteraard niet. De harmonieën zijn overweldigend mooi. Opener “Cannibal Resource” creëert met hoekige gitaren en veel samenhang een zomers sfeertje. Klinkt een beetje als Vampire Weekend na een nachtje stappen met Animal Collective. “Temecula Sunrise” lijkt een silly liefdesliedje: “And what hits the spot yeah, like Gatorade? You and me, baby, hittin’ the spot all night.” Bizar hoogtepunt van de plaat is “Stillness Is The Move”, een song waar menig r&b-sterretje een moord voor zou begaan. Misschien betekent die voor Dirty Projectors wat “My Girls” betekende voor Animal Collective, nog zo’n popgroep die meer buiten de lijntjes kleurt dan de gemiddelde peuter.

Het tweede deel van de plaat laat het tempo wat zakken. “Two Doves” is een doorleefde ballad, terwijl “No Intention” live een uitgekiend meeklapmoment wordt. Daartussen zit “Useful Chamber”, een kantelmoment waarop de stemmen van zangeressen Amber Coffmann en Angel Deradoorian als een climax heerlijk mooi samenvloeien.

Dirty Projectors creëert met Bitte Orca opnieuw een bizarre eigen wereld. Geen emotionele rollercoaster, maar een beter georchestreerde popplaat zal je dit jaar niet horen.

Dirty Projectors staat op zaterdag 19 september in de Botanique in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 9 =