In Memoriam Lux Interior

Lux Interior, de frontman van de legendarische psychobilly en garage punkband The Cramps, is niet meer. Interior, die door zijn moeder Erick Lee Purkhiser werd genoemd, overleed op 4 februari in Glendale Memorial Hospital in California.

Lux Interior richtte in 1973 samen met Poison Ivy, die ook zijn vrouw zou worden, The Cramps op. De band trok van Ohio naar New York waar ze in de vroege punkscene rond de CBGB’s belandden. Hun debuutplaat Songs The Lord Taught Us verscheen pas in 1979.

Lux Interior, die zijn naam haalde bij een oude reclame voor auto’s, overleed aan een hartkwaal. Hij werd 62 jaar oud.

Met het heengaan van Lux Interior (Erick Lee Purkhiser), frontman van legendarische punkband The Cramps verloor de rock-‘n-rollwereld gisteren een van zijn meest kleurrijke artiesten. Interior, een rasperformer wiens maniakale podiumact menig concert tot legendarische waanzin stuwde, werd 60.

Interior en echtgenote Poison Ivy (Kristy Wallace) stonden met The Cramps midden jaren zeventig mee aan de wieg van de Amerikaanse punk. Terwijl de rest van de wereld terug te vinden was aan het altaar van theatrale excessen en halfzachte singer-songwriters en zich voorbereidde op de discomanie die snel de wereld zou veroveren, waren zij in het legendarische CBGB’s aan de zijde van o.m. Ramones, Patti Smith en Television bezig een revolutie te bekokstoven die het rocklandschap voor eens en altijd zou veranderen.

Dat The Cramps vandaag niet hetzelfde krediet toegekend krijgt als zijn tijdsgenoten kan verschillende redenen hebben, maar de hoge camp-factor zal er zeker voor iets tussen zitten. In tegenstelling tot de poëziepriesteres Patti Smith, de cerebrale gitaarrock van Tom Verlaine & Co. en de turbopunk van de Ramones presenteerden The Cramps zich immers als een ongegeneerd parasiterende act die zich te buiten ging aan overacting en slechte smaak: ze celebreerden het Amerika van de 50s, van Elvis, Link Wray en Johnny Burnette, van een traditie van wansmakelijke B-films en ze gingen zich te buiten aan freakshowgedrag en dat alles met een resolute afwijzing van zelfbewust sérieux.

Toch wordt de band de dag van vandaag beschouwd als een cruciale schakel in de punk- en garagerock. Interior en Ivy waren hardcore platenverzamelaars, op zoek naar alles wat enigszins apart, obscuur en aanstootgevend was, en dit verwerken ze in ontbeende rock-‘n-roll en een opzichtig podiumcircus dat de weg bereidde voor The Stray Cats, The Birthday Party, The Gun Glub, Jon Spencer Blues Explosion en generaties garage- en punkbands. Namen als Lost Sounds, Black Lips en hele garagelabels zouden niet bestaan, of toch in een radicaal andere vorm, zonder The Cramps.

Net als zo vele andere punkbands zou ook The Cramps het meest indruk maken met zijn vroege werk: de Gravest Hits-e.p. (1979) en albums Songs The Lord Taught Us (1979) en Psychedelic Jungle (1981) horen thuis in de kast van elke rockliefhebber. Daarna, en zeker vanaf de late jaren tachtig, werden de albums steeds onevenwichtiger, maar de zaadjes waren geplant en live bleef The Cramps aanspreken. In augustus 2006 speelde de band, die vele bezettingen kende, maar steeds draaide rond Interior en Ivy, nog een geruchtmakend optreden tijdens de Lokerse feesten. Ook toen viel Interiors geschifte act – deels Elvis, deels Iggy Pop, deels slangenmens – in de smaak.

De laatste jaren was de studiocarrière van The Cramps niet bepaald indrukwekkend: laatste studioplaat Fiends Of Dope Island (2003) moest het afleggen tegen oudjescompilatie How To Make A Monster (2004). Gelukkig worden artiesten echter niet afgerekend aan de consistentie van hun oeuvre. Op hun best belichaamden The Cramps en Lux Interior immers de rock-‘n-roll in zijn puurste vorm: rauw, wild en heel erg vunzig.

Reageren op dit nieuwsbericht? Dat kan op ons forum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + 3 =