Étoiles Polaires dag 2

Vooruit, Gent, 4 december 2008

Dag 2 van dit fijne Gentse muziekfestival, en meteen ook een dag
waar we al het langst naar uitkeken: die dag stond namelijk het
allereerste Belgische optreden van Wolf Parade op het programma; de
groep die met ‘Apologies to the Queen Mary’ ons hart een tel
sneller deed slaan en dit jaar nog hun immense talent bevestigden
met ‘At Mount Zoomer’. Wie schetst dus onze blijdschap toen bleek
dat we diezelfde dag nog bij zanger/gitarist Dan Broeckner mochten
aanschuiven voor een exclusief interview (weldra hier op enola te
lezen !). Het werd een bijzonder aangenaam gesprek, al vergaten we
één vraag te stellen: waarom ze voor het verschrikkelijke Pas Chic
Chic als voorprogramma hadden gekozen …

“Met zijn kompanen van Pas Chic Chic laat hij zich echter
beïnvloeden door
Serge Gainsbourg, France
Gall
en Stereolab
met als resultaat lichtjes tegendraadse popmuziek die menige
Montréalse heupen aan het wiegen brengt”
zo beloofde de site
van de Vooruit ons.
Wel, onze oren hebben getuit, onze ogen rolden bedenkelijk in hun
kassen en onze voeten maakten aanstalten om zich naar de uitgang te
begeven, maar onze heupen wiegden op geen enkel moment heen en
weer. De nerveuze synthpop van dit zestal mag in Canada dan
misschien wel voor hip doorgaan, ons werkte het vooral op de
zenuwen. Enkel in bepaalde veelgelaagde, instrumentale
tussenstukken (die het postrock-verleden van verschillende
bandleden duidelijk verraadde) konden wij nog even meegaan, maar
deze werden al even vaak te lang uitgesponnen, waardoor de groep
voornamelijk deed verlangen naar het Vooruit Kafee. We vrezen dat
deze groep het etiket van ‘voorprogramma’ niet snel zal kwijtraken

Bon. The moment we’ve all been waiting for: Wolf
Parade
! Op het podium kregen we echter geen 5 maar 4
groepsleden te zien. Hadji Bakara, de man die de groep normaal van
wat extra pyschedelische synthesizer-geluiden voorziet, is er niet
bij op deze toer. “Hadji couldn’t make it to Europe” was
de enige uitleg die de groep ons daarbij gunde. Maar goed, de groep
zette onmiddellijk stevig in met ‘You Are A Runner and I Am My
Fathers Son’, een van de sterkhouders van hun debuut. Ook met hun
vieren hadden ze er duidelijk geen problemen mee hun kenmerkende,
rauwe sound op het podium te brengen. Terwijl bassist en drummer
eerder weinig geïnteresseerd (of vermoeid?) stonden te spelen,
gaven Spencer Krug en Dan Boeckner wél het beste van zichzelf met
stevige versies van ‘Soldier’s Grin’ en ‘Language City’.
Hoewel het geluid in de Vooruit niet altijd optimaal was (een
probleem dat wel vaker opspeelt in de Concertzaal daar), waren
beide heren zeer goed bij stem en konden ze ons, zoals verwacht,
het kippenvel op de armen zingen.

‘Fine Young Cannibals’ werd aangekondigd als “a song about a
great documentary about global warming I once saw.
With
Kevin Costner. It’s called Waterworld”.
We kunnen kort zijn:
de song was beter dan de film. Veel beter.
Verder onthouden wij van dit concert graag het intense ‘This Is

Dit laatste nummer is er zo eentje dat de een hopeloos pretentieus
en saai vindt, terwijl de ander er een psychedelisch meesterwerkje
in ziet.

Wij waren al een tijdje overtuigd van de kwaliteiten van het
nummer, maar reken ons vanaf nu maar helemaal tot het groepje der
believers.
Het grootste nadeel aan dit festivalconcept is dat de groepen
meestal niet de tijd krijgen om een volwaardige set te spelen, wat
ook bij Wolf Parade het geval was. Slechts een uur werd hen gegund,
net genoeg om met twee oude nummers “I’ll Believe In Anything” en
“We Built Another World”, een schitterend orgelpunt aan het concert
te breien.

We kregen Wolf Parade niet in de volledige line-up, niet in de
beste omstandigheden en zelfs niet in hun beste vorm te zien, maar
toch hebben we van de eerste tot de laatste minuut genoten. Het
blijven fantastische muzikanten die geweldige songs brengen: soms
heeft een concert echt niets anders nodig.
Laten we vooral hopen dat ze snel mogen terugkomen.

Ter afronding van de avond besloten we ook boven, in de Balzaal nog
eens een kijkje te gaan nemen. Met een double bill (zet u schrap)
van ‘Rene Lussier en RadioKUKAorkest + Sam Shalabi’s
Egyptian Light Orchestra
‘ was daar de wat minder voor de
hand liggende Montréalse muziek geprogrammeerd. Experimenteel,
avant-garde, freejazz, chanson actuelle: kies maar uit. Om eerlijk
te zijn, hebben wij met deze genres evenveel voeling als met pakweg
Gregoriaanse gezangen uit het Karolingische tijdperk. Maar goede
muziek blijft goede muziek, en aangezien wij altijd openstaan voor
nieuwe muzikale ontdekkingen, besloten we met onbevangen blik
binnen te stappen. Helaas. Het intellectualistisch gepingelpangel
en de kakofonie van nummers als ‘Le Oisea Fou’ of een speech die
werd omgezet in een klarinetsolo deed ons weinig tot niets.
Eigenlijk hebben we vooral 2 uur onze hersenen gepijnigd met de
vraag wie er nu eigenlijk iets zou hebben aan dit soort muziek.
Mensen die het antwoord kennen, laat het hier gerust na.

We vonden het pretentieus, eentonig en vervelend, en het valt ons
dan ook zwaar om hier een objectief oordeel over te vellen. Als we
naar muziek luisteren, hopen we altijd iets te vinden dat ons
raakt, ons iets doet en waarin we, al ligt het bedolven onder een
dikke laag gitaren of synthesizers, toch nog dat sprankeltje
schoonheid kunnen ontdekken. Bij het luisteren naar dit soort
muziek overvalt ons steeds weer het gevoel dat we naar een
inside joke luisteren, die ons nooit goed werd
uitgelegd.

Maar toch, onze oprechte felicitaties aan de Vooruit die het
aandurft om ook dit soort muziek te programmeren en zo een dappere
poging doet om de muziekscene van Montréal in zijn volledigheid te
vatten.
Het werd geen over de hele lijn geslaagde avond dus, maar het
optreden van een band zo eigenzinnig en uniek als Wolf Parade maakt
veel goed.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =