Anne Clark :: 5 november 2008, CC De Werf (Aalst)

Een schouwburg! Net nu Anne Clark eindelijk haar elektronische roots opnieuw omarmd heeft, moet ze haar nieuwste plaat voorstellen voor een zittend publiek. Geen wonder dat het trekken en sleuren werd, maar daar zat ook het wat mangelende groepsgeluid voor iets tussen.

Neen, het zat niet helemaal goed woensdagavond. In tegenstelling tot wat de new wavedichteres zelf beweert, is haar band immers niet de beste die ze zich kon dromen. Dat was volgens ons, de geweldige groep muzikanten die we halfweg de jaren negentig rond haar zagen. Wat Jef Aug, Murat Parlak, Jann Michael Engel en Niko Lai wel zijn: de beste akoestische band die ze al had. Maar nu is ze dus opnieuw elektrisch gegaan, of beter: elektronisch, want knoppentovenaar Rainer Von Vielen vervolledigt de line-up.

Niet dat het nooit goed zit: we hebben nog even onze twijfels bij de keuze van "If" als openingsnummer — zo uit het niets gesproken voelt Clarks tekst nogal kig aan — maar van zodra de band invalt voor een rondje halve industrial, zit het wel goed en even voelt het aan als: eindelijk nog eens.

Storende geluiden komen echter meermaals van rechts vooraan, waar Aug er het grootste deel van de tijd niet in slaagt om iets zinnigs bij te dragen aan de grootste klassiekers van Clark. We hebben ongelovig zitten luisteren naar de lelijke metalige licks die "Counteract" en "Wallies" verstoorden. Maar bon, één iemand heeft toch al de euvele moed gehad om uit zijn zetel te komen en te gaan dansen.

{image}Met de akoestische gitaar is Aug wél een meester en wanneer "Elegy For A Lost Summer" zijn climax bereikt, valt opnieuw op hoe bepalend hij de laatste jaren is geweest voor het geluid van Clarks optredens. Wanneer de groep dus rustiger werk aansnijdt als "The Heardest Heart" of "Psalm" zit het dus best snor, al scheert ze dan al eens langs de grens van het al te meditatieve. Het is maar een onoplettende verspreking van new wave naar new age, zo blijkt.

En dan is er nog een vervelend neveneffect van dat groot respect dat Clark voor haar bandleden heeft: ze krijgen bijna allen vrij spel in een solospotje, dat vooral lijkt te draaien om snelheid en notenneukerij en weinig bijdraagt tot de set. Het moment dat Von Vielen de microfoon mag hanteren is zelfs van een wel heel erg tenenkrullen allooi dat we alleen nog maar kennen van nare dromen over die ene Eurorock die we ooit meemaakten.

Hits? Ze worden gespeeld, en in verschillende mates van vertimmering. Een vrij getrouwe lezing van "Our Darkness" vormt het laatste orgelpunt van een uitgebreide bisronde — al valt op dat met de jaren haar stem milder is geworden en scherpte mist., "Sleeper In Metropolis" krijgt de van gefluister-naar-beats behandeling op zijn "If"’s. Maar kom: twee mensen dansen nu. Of neen. Drie! Vier, zelfs!

Een staande ovatie volgt na "Our Darkness", maar het bewijst vooral hoe Clark vooral is blijven preken voor reeds bekeerden. Van de vele keren die we haar al zagen optreden, was dit met voorsprong het slechtste, al is er nog geen man overboord: de teugels van de bandleden aanhalen, Aug wat meer naar de achtergrond mixen als hij zijn elektrische gitaar omgordt, en als we dan niet meer moeten neerzitten, willen we het gerust nog eens proberen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × vier =