The Pigeon Detectives :: “Kate Moss stond aan de kant toe te kijken en stond ‘fight, fight, fight!’ te schreeuwen”



Het nieuwe festivalseizoen was al net uit de startblokken
geschoten, maar toch vonden The Pigeon Detectives – met hun
energieke live-act een van de blikvangers op de festivalpodia -de
tijd om eerst nog eens langs te komen in de Botanique. Bassist
Dave Best en drummer Jimmi Naylor
stonden zelfs paraat voor een interview. Uiteraard liet ik de kans
niet onbenut om de twee enthousiaste jonge Britten aan de tand te
voelen over hun nieuwe album, hun beruchte optredens en hun eigen
festivalervaringen.

Over het album

enola: Jullie hebben net jullie tweede album ‘Emergency‘ uitgebracht, en dit nog geen jaar na de
release van het debuut ‘Wait For
Me
‘. Een dergelijke productiviteit is uiterst zeldzaam
tegenwoordig. Wanneer vonden jullie de tijd om nieuwe nummers te
schrijven?

JN: We hebben de nodige tijd vrijgemaakt in december. De periode
daarvoor was zeer druk geweest en zeker omdat we gepland hadden ons
tweede album binnen een jaar na het eerste te releasen, keken we
ernaar uit om de studio in te duiken. We hebben dus twee of drie
weken vrijgenomen in december om te repeteren en nummers te
schrijven, en meteen daarna zijn we ze gaan opnemen. Zoals je zegt,
gebeurt het niet al te vaak meer dat bands zo snel tewerk gaan.
Maar kijk eens naar Bob Dylan, die bracht destijds minstens één
album per jaar uit.

enola: Zijn jullie ook nog steeds van plan om jaarlijks met een
nieuw album op de proppen te komen?

JN: Wel, we zijn van plan wat meer tijd te nemen om rond te toeren
in Europa, Japan, Amerika, Australië, overal een beetje eigenlijk.
We kunnen niet tegelijkertijd aan een album werken. Ik denk dat we
eind volgend jaar waarschijnlijk wel een nieuw album gaan
uitbrengen, dus dan zitten we inderdaad nog altijd aan één album
elk jaar. Maar we zullen zeker niet de tijd hebben die we nu
voorhanden hadden, gezien we nu amper buiten Groot-Brittannië
getoerd hebben.

enola: Waarin verschilt ‘Emergency’ van het eerste
album?

JN: De nieuwe cd is het betere studiowerk. Ons debuut was erg rauw,
‘Emergency’ is een stuk beter geproduceerd. Het klinkt ook echt als
één album, daar waar de eerste cd meer een reeks van nummers was
die we al een jaar of twee speelden. Dit album is bewuster
gecreëerd voor de studio en klinkt ook meer ontwikkeld, gewoonweg
omdat we beter geworden zijn op onze instrumenten. Bovendien zijn
we hechter geworden als een eenheid, waardoor ook het album hechter
klinkt.

enola: Hoe zouden jullie zelf de muziek van The Pigeon
Detectives omschrijven?

DB: Als een soort van folky rock-‘n-roll band. We schrijven
popnummers. Ik veronderstel dat we een beetje klinken als de
Buzzcocks. Een beetje als Oasis, een beetje als de Beatles. Een
beetje een mix. (pauze) Zeer goed. (gelach)

enola: Wat is jullie eigen favoriet op het
album?

DB: Ik hou erg van ‘Keep On Your Dress’ omdat ik denk dat het een
nummer is dat het goed zal doen op festivals. Het steekt technisch
ook goed in elkaar. Jij, Jimmi?
JN: Ja, dat vind ik ook een goed nummer, net zoals ‘You Don’t Need
It’. Maar welk nummer mijn favoriet is, verandert wel eens. Het is
niet zo dat ik dit album al beu ben, misschien een beetje in
tegenstelling tot het vorige. (lacht)

enola: De meeste van jullie nummers gaan over relaties. Hebben
jullie bewust de beslissing gemaakt om niet te schrijven over
politiek of andere zwaardere onderwerpen?

DB: Ik denk dat we gewoon niet echt geïnteresseerd zijn in dat
soort zaken. Er is niets mis met het schrijven van politieke songs,
maar ik denk niet dat een alledaags persoon zich daar aangesproken
door voelt. Ik ervaar alleszins niet dat die onderwerpen mij echt
aanbelangen en eerlijk gezegd, geef ik er gewoon ook niet zoveel
om. Ik denk dat je daar meer geneigd toe bent wanneer je wat ouder
wordt, want nu zien we het niet echt als iets belangrijks.
JN: Bovendien kan er gediscussieerd worden over waar onze nummers
echt over gaan. Je kan het zien als typische meisje-jongen praat,
of als nummers over vrienden, of over een jongen-jongen situatie of
meisje-meisje… (lacht)

enola: Dragen alle bandleden evenveel bij wanneer jullie aan
een album werken, of is er toch iemand die het meeste werk
verricht?

DB: Meestal beginnen we aan een nummer te werken wanneer onze
gitarist Oliver naar ons toekomt in de repetitiestudio met een
aantal akkoorden op zijn gitaar. Dan leggen we alles bij elkaar.
Matt voegt nog wat tekst toe. Vervolgens is Jimmi aan de beurt die
iets probeert te forceren op de drums (Jimmi lacht). Ik doe mijn
baslijn en vertel Ryan (gitarist) ongeveer wat te doen, ’cause Ryan
is bit clueless’ (gelach). Nee, ik ben maar wat aan het lachen.
Iedereen is betrokken bij het proces. Oliver begint iets op zijn
akoestische gitaar, sommige van ons werken aan een refrein, de rest
houdt zich bezig met de andere gedeeltes die bijdragen tot de
melodie – zo komen we tot een structuur.

enola: Jullie kennen elkaar al jaren. Maakt dat de zaken niet
té persoonlijk wanneer jullie een muzikaal meningsverschil
hebben?

JN: Ja hoor, en dan moet ik iedereen vertellen wat te doen omdat ik
de laatste was die bij de groep kwam.
DB: Jimmi is de enige die we niet kennen sinds we een jaar of
twaalf waren; de rest van ons zijn al vrienden sinds onze
kindertijd. We leerden Jimmi een aantal jaar geleden kennen en we
dachten dat hij wist waar hij mee bezig was, maar meestal…
(lacht)
Nee, we komen meestal goed overeen. Er zijn soms
woordenwisselingen, maar daar gaan we eerder op een broederlijke
manier mee om. We discuteren en daarna zijn we opnieuw
‘mates’.
Neem nu die keer dat we in een hotel verbleven en Jimmi een glas
water over me heen kapte. Ik zou hem gemakkelijk in elkaar geslagen
kunnen hebben – want ik ben sterker dan hem – maar ik heb besloten
om het er zo bij te laten omdat we uiteindelijk toch vrienden
zijn.
JN: hoe sympathiek van je. (gelach)

enola: Heel wat bands worden opgedoekt na twee of drie albums.
Denk je dat The Pigeon Detectives het langer zullen
uithouden?

JN: Ik denk het wel. Als er niets ernstigs gebeurt, denk ik dat we
toch nog een aantal albums in ons hebben. Ik weet niet of we nog op
ons tachtigste gaan spelen zoals de Stones, maar ik denk dat we op
z’n minst nog vijf albums in ons hebben.

Over het leven als rockster

enola: Jullie zien er vrij gelukkig uit, maar zijn er toch
enkele minder leuke aspecten aan het behoren tot een
rockband?

JN: Al dat reizen kan soms een beetje tegensteken. Onlangs waren we
in Amerika, waar we iedere dag moesten vliegen. We brachten dus
heel wat tijd door in luchthavens, wat best hard kan zijn na een
tijdje. Verder ook de vuile douches en toiletten (toont mij meteen
de douche in zijn kleedkamer om te concluderen dat die nog goed
meevalt). En al het wachten dat gepaard gaat met een show die maar
een uur duurt. Eigenlijk spendeer je maar een schamele 5 procent
van je tijd op het podium.

enola: Op een vrolijkere noot: wat is dan weer het leukste
gedeelte van het leven als rockster?

DB: Voor mij is dat het zien van al die verschillende plaatsen en
festivals. Als kind krijg je meestal maar één festival per jaar te
zien. Wij krijgen de kans om naar enorm veel festivals en enorm
veel landen te gaan.

enola: Nu jullie zelf ook deel uitmaken van de Britse muziekscène,
krijgen jullie vaak de kans om
andere artiesten te
ontmoeten?

DB: Je loopt voortdurend mensen tegen het lijf op festivals en zegt
dan eens hallo. Met verschillende bands zijn we ook goed bevriend
geraakt. Iedereen zit wat vast in de scène, dus je komt elkaar de
hele tegen. Meestal is iedereen erg vriendelijk.

enola: Met wie zijn jullie bevriend?
DB: The Wombats.
JN: The Enemy.
DB: The View. The Rascals. We zien elkaar heel vaak, maar soms
noodgedwongen enkel in het voorbijgaan.

enola: Enkele mindere ervaringen?
DB: Iedereen is gewoonlijk aardig. Bands zijn meestal wel in orde.
Het zijn soms de mensen rond hen die een beetje vervelend kunnen
zijn. Journalisten bijvoorbeeld, die kunnen – en nu heb ik het niet
over jou – zijn soms echt…(stiller) eikels.
(lacht)

enola: Zijn er bepaalde artiesten – jullie eigen helden – die je
nog graag zou ontmoeten?

DB: Ik zou het fijn vinden Paul McCartney te ontmoeten. En ik zou
ook Morrissey zeggen, maar dat zou waarschijnlijk alleen maar op
een teleurstelling uitdraaien. Hij zou allicht arrogant en irritant
zijn en mijn dromen helemaal wegspoelen.
JN: Paul McCartney, Ringo Starr. Mick Jones. Ik heb Paul McCartney
en Mick Jones wel al eens gezien, maar nog niet echt tegen hen
gesproken.
DB: Jimmy Paige.
JN: Ja, we hebben Jimmy Paige onlangs gezien. Eigenlijk heb je
meestal niet echt iets te zeggen. Mensen komen meestal naar je toe
en beginnen meteen over de band terwijl je het echt graag eens over
iets anders zou willen hebben.

Over de live-act

enola: Jullie zijn altijd al aanzien geweest als een
uitstekende liveband. Heeft dat jullie ervan weerhouden te proberen
die live-act nog te verbeteren?

JN: We geven ons altijd de volle honderd procent wanneer we spelen,
of het nu is voor een publiek van een paar honderd of een paar
duizend mensen. Ik weet niet of we nog verbeteren, maar we hebben
wel altijd veel voeling met wat er gebeurt op het podium. DB: Ik
denk, algemeen gezien, dat je show er sowieso op vooruit gaat
wanneer je groter wordt. Je krijgt bijvoorbeeld een betere
lichtshow en geluidskwaliteit.
Ook onze attitude is geëvolueerd. Aan het begin van onze carrière
brachten we meer een punkrockshow. We waren ‘in your face’ rockers
en deden maar wat met de lichten en het publiek. Nu voelen we de
verantwoordelijkheid om een goede show te brengen, qua belichting
en qua sound, maar ook muzikaal.

enola: Wat is volgens jullie het geheime ingrediënt voor een
geslaagd optreden?

DB: Het publiek!
JN: Ja, het publiek is erg belangrijk. Als het publiek goed is,
reflecteert dat op ons. Het geeft ons energie. Natuurlijk hebben we
al gespeeld voor een publiek dat er maar kalmpjes bijstaat en we
proberen er dan nog steeds het beste van te maken, maar het helpt
zeker en vast wanneer het publiek goed is.

enola: Wat is het beste optreden dat je zelf ooit hebt
meegemaakt?

DB: Voor mij was dat wanneer The Strokes headliner waren op het

DB: 2001. Het was het eerste festival waar ik ooit naartoe gegaan
ben en ik zag The Strokes die aan het toeren waren met hun eerste
album. Dat is zo’n briljante plaat, en ze hebben zowat elke song
ervan gespeeld. De sfeer was echt bijzonder goed.
JN: Ik denk dat mijn beste optreden dat van Oasis in het Londense
Finsbury Park was, ik geloof in het jaar 2000. Ze speelden veel oud
materiaal en niet al te veel nieuw materiaal.
(lacht)

enola: Op het podium zijn jullie enorm energiek. Is dat ook zo
naast het podium?

JN: We zijn naast het podium wat rustiger, vind je niet? We
veranderen gewoon in andere wezens wanneer we op een podium staan.
Off stage zijn we vrij ‘laid-back’ en ‘cool’, maar on stage zijn we
rock-‘n-roll.

enola: Jullie hebben al met heel wat bands getoerd. Wie was het
beste gezelschap?

DB: Hmm.
JN: The View, waarschijnlijk. Vriendelijke jongens, heel grappig
ook. En ze zijn heel klein. We zijn samen met hen uitgegaan, hebben
ons straalbezopen gedronken en zo.
DB: Het zijn net kleine elfjes die in je leven komen, je doen
huilen van het lachen en dan weer weggaan.

enola: Jullie hebben ook getoerd met Dirty Pretty Things. Hun
leadzanger Carl Barât heeft al een vrij tumultueuze carrière achter
de rug. Hebben jullie iets opgestoken van iemand met zoveel
ervaring?

DB: Wel, hij was nogal introvert en verlegen, eigenlijk. Carl is
echt een vriendelijke kerel, maar ik denk niet dat we iets
speciaals van hem geleerd hebben. We kwamen goed overeen met hem en
doen dat nog steeds, maar we zagen hem nooit echt als een
leraar.
JN: We hebben wel iets geleerd van de optredens die we met hen
gedaan hebben. Rond die tijd deden we vooral kleine optredens en
het was dan ook een grote sprong van onze eigen optredens naar de
shows die we met Dirty Pretty Things deden. Het was de eerste keer
dat we als support met een andere band toerden, dus we hebben veel
respect voor hen.

enola: Ontstaan er nooit onderlinge spanningen wanneer jullie
gedurende een lange periode toeren?
DB: Soms zijn we het
wel een beetje beu, maar meestal is het eerder de crew die ons een
beetje moe wordt, terwijl wij samen blijven hangen. De meeste van
ons hebben samengewoond in Leeds, dus we zijn het gewoon om heel de
tijd in elkaars gezelschap te verkeren.

Over festivals

enola: Het nieuwe festivalseizoen is net van start gegaan.
Verkiezen jullie festivals of gewone optredens?

DB: Festivals zijn leuk omdat de druk dan niet helemaal op jou
ligt. De mensen komen naar heel wat verschillende bands kijken,
waardoor de druk op jezelf vermindert. Zo kan je er zelf meer van
genieten. Langs de andere kant zijn je eigen optredens wel goed
voor je ego, omdat het publiek dat speciaal naar jou komt kijken en
zo zijn interesse betuigt.
Maar we hebben altijd erg van festivals gehouden. We vinden het
leuk om een groot publiek voor ons te winnen en we weten dat we
daartoe in staat zijn met onze liveshow.

enola: Wat is jullie gekste festivalverhaal?
JN: Wel, een bijzondere ervaring was die keer dat Dave en Matt in
een gevecht verwikkeld waren. Het ging er toen echt wild aan
toe.
DB: We waren beiden heel, héél dronken en op de een of andere
manier is het in een gevecht ontaard. Matt brak twee beentjes in
zijn hand. Kate Moss stond aan de kant toe te kijken en stond
“fight, fight, fight!” te schreeuwen. (lacht) Op de duur stond
iedereen met iedereen te vechten. Maar dat is al een aantal jaar
terug, we zijn iets volwassener tegenwoordig.

enola: Krijgen jullie de kans om andere bands te gaan bekijken
wanneer jullie op festivals spelen?
JN: Ja. We hebben
vorig jaar op vrij veel festivals gespeeld en toen ben ik gaan
kijken naar Kings of Leon en Arcade Fire die op een aantal
festivals speelden die wij ook aandeden.
We profiteren ervan om andere bands te zien spelen, want doorheen
het jaar hebben we onze eigen optredens en krijgen we de kans niet
om naar andere bands te gaan kijken.

enola: Welke bands zou je dit jaar graag aan het werk
zien?

DB: Kings of Leon headlinen een paar festivals in Engeland, ik kijk
er naar uit om hen aan het werk te zien. Naar het schijnt doen we
ook een festival in Spanje met R.E.M. en nog een paar andere bands.
Dat zou wel eens zeer goed kunnen zijn. We hebben R.E.M. nog nooit
live gezien en ik denk dat je dat toch eens moet meemaken, dus we
kunnen maar beter gaan kijken.

Over de invloeden

enola: Naar welke bands luisteren jullie zelf graag op dit
moment?

DB: Vampire Weekend. Ik vind hun album erg leuk. Ik heb hen nog
niet live aan het werk gezien, maar tot dan zal ik verder van de cd
genieten. Verder ook nog bands die wel redelijk recent zijn, maar
ook niet meer splinternieuw. Zoals Arcade Fire, Interpol, Rufus
Wainwright etc.

enola: En oudere bands? Wie zijn jullie
invloeden?

JN: Heel veel. Led Zeppelin. The Beatles. Rolling Stones.
DB: The Clash.
JN: The Clash. Oasis. The Cribs. Heel wat.

enola: Mocht je een droomband in elkaar kunnen steken, wie zou er
dan deel van uitmaken?

JN: Jimi Hendrix op gitaar, John Bonham op drums. Mick Jagger als
zanger. Waarschijnlijk Flea van Red Hot Chili Peppers op de bas.
Dat is het. (DB knikt instemmend)
JN: Nee wacht, we hebben ook nog een ritmegitarist nodig.
DB: Ritme, Cash.
JN: In orde.

Over de toekomst

enola: Het lijkt erop dat heel wat mensen genoeg beginnen te
krijgen van al die indierock bands, gewoonweg omdat er zoveel zijn.
Ben je niet bang dat de mensen weldra ook de Pigeon Detectives beu
zullen geraken?

DB: Nee. We hebben een groot talent binnen onze band – Jimmi is een
excellente kok. Als de band er de brui aan geeft, start Jimmi een
restaurant en komt alles op zijn pootjes terecht.
(gelach)
JN: We maken ons niet teveel druk over wat de mensen denken. Zolang
er mensen zijn die naar onze muziek blijven luisteren, blijven we
doorgaan. Ik denk ook niet dat ze ons beu zullen geraken, zolang we
wat vernieuwing in onze muziek weten blijven brengen.

enola: Wat zijn jullie hoofddoelen voor het komende
jaar?

DB: We willen succesvol blijven in Engeland, maar ook ons
territorium uitbreiden naar Europa, Japan en Amerika. Dat is waarop
we ons willen concentreren: de wereld verkennen en overal proberen
door te breken. Dat lijkt me het beste voor ons.

enola: Tenslotte, wat zou je verkiezen: een enorm succes in de UK
of een matig succes in Amerika?
DB: Ik zou liever groot
zijn in de UK. Het is altijd leuk om groot te zijn in het land waar
je vandaan komt.
JN: Ik zou het liefst van al overal succesvol zijn, maar moest ik
kiezen, dan zou ik ook voor de UK gaan.

The Pigeon Detectives spelen op 3 november in Cactus
(Brugge).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 5 =