Hannelore Bedert :: ”Wie zijn lief bedriegt, mag in ‘t zak gezet worden”

"Mijn grote voorbeeld is Ani DiFranco", zegt Hannelore Bedert halfweg het gesprek. "Ik vind dat heel straf: ze schrijft iets en je hebt het gevoel dat ze gewoon iets tegen jou aan het zeggen is, zoals ik nu tegen jou aan het babbelen ben." Wel, dat treft: dat is net een van de voornaamste redenen waarom Bederts Wat Als zelf zo’n prachtplaat is. Gaat u haar vooral ook eens live bekijken, ver zal u daarvoor uw deur niet uit moeten de komende maanden.

enola: Is er een gemeente in Vlaanderen waar je niet gaat optreden?
Bedert: (lacht) "Er zijn er nog een paar, ja. Het is inderdaad een lange lijst. Kijk, er zijn zoveel mensen die vijf dagen per week werken, dus dan treed ik vijf keer per week op. Ik kijk er echt wel naar uit, natuurlijk. Als ik het zo bekijk, mag ik mijn beide handjes kussen dat ik zoveel kan spelen."

enola: Tien meter verderop van dit café ligt de Studio Herman Teirlinck, waar je je opleiding hebt genoten. Je geeft me in interviews wel de indruk dat dat bijna een juk is dat je van je af wilt werpen.
Bedert: "Goh … Ik heb daar een heel dubbel gevoel bij, zonder dat ik slecht wil spreken over die school. Ik heb daar zeker dingen bijgeleerd, maar ik ben daar ook een soort spelplezier kwijtgeraakt. Dat was vaak zo intensief; ze willen dat je echt tot het alleruiterste gaat. Een mishandelde vrouw spelen alsof ik zelf mishandeld ben, zo ver hoeft het voor mij niet te gaan. Ik wil mezelf blijven en had daar vaak het gevoel dat ik andere dingen moest doen dan ik wilde doen. Het is goed dat je je grenzen opzoekt, maar op een bepaald moment weet je wel waar die liggen. Om dan nog iedere keer verder te gaan, dat hoefde voor mij niet. Maar dat zijn acteurs he. Je voelt je daarin thuis of niet, en ik kwam hier gewoon terecht uit een klein dorpje. Je moet dan plots alles zijn, plots volwassen zijn, en dat botste wel wat in het begin."

enola: Je speelt blijkbaar wel graag met verwachtingen. De mensen die je kennen, verwachtten een pianoplaat, maar Wat Als begint met een slepend rocknummer. Men verwachtte een plaat met "bleitliedjes", maar de eerste single is het relativerende en zowaar funky "Janker". Is dat bewust?
Bedert: "Echt bewust ben ik daar niet mee bezig geweest. Ik denk wel dat ik bewust geen "pianoplaat" wilde maken, omdat ik gewoon ook andere dingen kan en wil schrijven, omdat ik ook nummers op gitaar schrijf en al eens andere arrangementen gebruik. Ik wilde tonen op de plaat dat ik wat meer kon dan gewoon het meisje aan de piano zijn. Of het meisje dat met Bart Peeters gezongen heeft op de Nekka-nacht dit jaar."

enola: Dat "meisje van Bart Peeters" zul je volgens mij niet snel zijn. Je had het je immers veel gemakkelijker kunnen maken door een geheide single te schrijven en samen met hem op te nemen. Dat doe je niet.
Bedert: "Net omdat ik niet alleen een zangeres wil zijn. En ik had ook wel wat schrik dat mijn plaat na de Nekka-nacht niet goed onthaald zou worden — "kijk eens aan, dat meisje dat met Bart Peeters zong heeft ook eens geprobeerd een plaat te maken". Vandaar dat de druk eigenlijk wel wat groter was. Oké, ik besef wel dat ik mijn stem mee heb, ik vind dat tof en wil die onderhouden, maar ik heb wel een eergevoel: ik wil niet zomaar een zangeres of frontvrouw zijn van een groep. Ik wil instrumenten bespelen en mijn liedjes schrijven."

enola: Als Peeters je de "Vlaamse Tori Amos" noemt, reageer je geprikkeld.
Bedert: "Direct vergelijkingen opdiepen vind ik een makkelijkheidsoplossing. "Aha, het is een vrouw, ze zit aan de piano, dus ze is ofwel Tori Amos, ofwel An Pierlé omdat ze Belgisch is, ofwel Mira omdat ze in het Nederlands zingt". Dan denk ik: mensen, je kunt echt wel verder kijken dan je neus lang is. Ik snap dat ook wel hoor. Als er een nieuw album uitkomt en je wilt uitleggen hoe dat klinkt, kom je snel uit op die of die plaat."

enola: Ik stoor me zelf enorm aan dat hokjesdenken hier in Vlaanderen. Zo ben jij een Radio 1-meisje geworden en loop je met de sticker "dialectpop" rond. Punt. Terwijl je, bijvoorbeeld, al songs in je taal schreef voor die lelijke term was uitgevonden.
Bedert: "Ja, blijkbaar. Tja … Ik heb altijd al mijn liedjes zo willen schrijven, in een zo natuurlijk mogelijke taal, of dat nu West-Vlaams is dat dicht bij mij ligt, of Verkavelingsvlaams, speelt dat nu een rol? Ik wil daar geen keuzes in maken. Waarom? Vlaanderen is zo klein, je gaat me niet vertellen dat een Limburger een West-Vlaming niet verstaat. Oké, er zijn gradaties natuurlijk. Flip Kowlier heeft er bijvoorbeeld voor gekozen om in zijn platste dialect te zingen. Het West-Vlaams dat ik thuis geleerd heb is verstaanbaarder. Al volstaan drie nummers in het West-Vlaams wel op mijn plaat."

enola: Je bent zowat vijf jaar aan Wat Als bezig geweest, klopt dat?
Bedert: "Het zijn allemaal liedjes geschreven over een periode van ongeveer vijf jaar ja, maar het is niet dat ik die hele tijd met deze plaat bezig ben geweest. Ik heb van de voorbije vijf jaar de liedjes gekozen waar ik het meest voor voelde, en daarvan wilde ik mijn debuut maken. Er zijn nog liedjes die op de plaat hadden kunnen staan, maar die misschien op de tweede belanden. Of de derde, de vierde. (lacht) Je weet maar nooit."

enola: Je teksten hebben weliswaar een hoog "lief dagboek"-gehalte, maar ze ontsnappen aan die val. Moet ik me voorstellen dat jij ze op eenzame uurtjes op je zolderkamer hebt geschreven, zoals dat gaat?
Bedert: "Ik denk dat dat cliché wel een beetje klopt. Ik heb vijf jaar op kot gezeten, dan leef je in je kleine wereldje van enkele vierkante meter. Het was mijn plaatsje waar ik tot rust kwam na een dag op de Studio en het weer allemaal even niet meer zag zitten, of als het in een relatie slecht ging … Ik richtte dat ook helemaal naar mijn smaak in, dus dat was eigenlijk mijn zolderkamertje, ja."

enola: Je teksten komen heel spontaan en persoonlijk over, alsof het nooit de bedoeling was om ze uit te brengen. Had dat besef anders een soort remming kunnen zijn?
Bedert: "Als ik iets heel eerlijk opschrijf, denk of dacht ik nooit van "oei, de mensen gaan dat kunnen lezen". Als ik het zo stel, zou ik nog eerlijker of directer kunnen schrijven. Dus sowieso is wat ik zeg, voor mij al wat uitgepuurd, hoewel voor het sommige mensen heus wel confronterend kan zijn. Plus, als je daar alleen in je kamertje aan zit te schrijven, ga je nooit denken dat dat ooit op een plaat zal staan, of dat andere mensen dat ooit goed zullen vinden. Zolang je met dat idee schrijft, schrijf je vrijer."

enola: Dat idee ga je nu wel kwijt zijn bij het schrijven voor een volgende plaat.
Bedert: "Wel, ik hoop echt van niet. Ik hoop dat ik zal blijven denken dat die tekst waaraan ik bezig ben wel nooit op een plaat zal komen. Ik heb daar heus wel wat schrik voor hoor, omdat de reacties toch wel overweldigend zijn, de verkoop loopt goed … Er komt ooit een moment dat ik aan een tweede plaat begin, en dan hoop ik dat ik niet geconfronteerd word met die druk die er zo vaak bij lijkt te horen van "het moet goed zijn, het moet anders zijn" enz."

enola: Een van je leermeesters Bram Vermeulen heeft je geleerd niet te veel rekening te houden met de verwachtingen van je publiek. Dat lijkt me gemakkelijker gezegd dan gedaan. In alle recensies bijvoorbeeld werden steeds dezelfde — uptempo — nummers als "Meneer" en "Vocabulaire" eruit gepikt als een soort ’maar’ tussen alle lof. Ga je daar dan geen rekening mee houden?
Bedert: "Die kritiek vind ik ook niet erg. (denkt na) Ik vind "Meneer" nog altijd een song die heel dicht bij mij ligt. Maar ik snap wel dat dat nummer het minste overkomt. Voor mij is dat echt zo’n "kwade" song, en wat ik daarin zeg, hoeft echt niet meer te zijn dan dat. Gewoon omdat ik dat wilde zeggen en aan die man waar het over gaat niet meer woorden vuil wil maken. Voor mij klopt dat gevoel heel hard, en live ook. Iemand zei me onlangs dat het opvalt dat ik dan echt kwaad lijk. Ik herbeleef dat ook veel meer dan alles wat ik in mijn triestige liedjes schrijf. En ik heb heel hard getwijfeld om "Vocabulaire" op plaat te zetten, maar live werkt het echt."

enola: Het is een van die nummers waarin je jezelf hard relativeert.
Bedert: "Dat is absoluut de bedoeling, en ik wil mezelf echt wel blijven relativeren. Natuurlijk kun je alle dagen ongelukkig en dramatisch rondlopen, maar dat heeft geen zin. Het heeft ook geen zin om jezelf fantastisch te vinden. Ik wil mezelf heus wel onderuit halen: ik weet dat ik fameus dramatisch kan doen en kan zagen en janken. Zodra je beseft dat je niet beter bent dan iemand anders, ben je goed bezig denk ik."

enola: Jij durfde dat tot in het extreme door te trekken: je excuseerde je als het ware voor je publiek dat je op een podium stond en hun tijd kwam verdoen …
Bedert: (lacht) "Goh, dat heb ik veel gedaan hoor. Nu is het verminderd."

enola: … dat vloekt wel met de confronterende vragen die je aan je publiek durft te stellen als: "Wie heeft er zijn lief al eens bedrogen".
Bedert: "Ik herinner me nog goed de eerste keer dat ik dat vroeg aan de mensen … toen viel er echt zo’n bom in die zaal. De lichtman deed dan ook nog eens het zaallicht aan. (lacht) Je zag bijna een soort groepsgevoel in die zaal ontstaan: "Ah, de anderen zeggen het niet, dan zeg ik het ook niet." Dat is inderdaad confronterend, maar kijk: hoeveel mensen houden dat inderdaad verdomme niet achter? Ik ben zelf eens vier keer bedrogen geweest door een lief. Ze mogen daar eens mee geconfronteerd worden en daarvoor in ’t zak gezet worden. Dat laat sporen na. En een plaat." (lacht)

enola: Je hebt enkele wedstrijden moeten winnen, vooral in Nederland, eer ze in België doorhadden dat er wel iets broeide rond de naam Hannelore Bedert.
Bedert: "Tja, dat is Belgisch he. Er is zoveel talent in Vlaanderen … er wordt altijd maar van buitenaf talent binnengehaald, en daar zitten uiteraard ook fantastische dingen bij, maar steun ook eens de mensen van eigen bodem die mooie dingen kunnen en willen doen? België moet eerst een schop onder z’n gat krijgen eer ze met iets mee zijn."

enola: Ik denk dat zulke wedstrijden niet altijd even fijn zijn om aan mee te doen.
Bedert: "Het concept ’wedstrijd’ is niet tof. Je moet echt die knop omdraaien en zeggen: hier kunnen misschien deuren mee opengaan. Maar het hele concurrentiegevoel, die competitie, is echt hels. Ik denk dat ik daar geleerd heb negatieve commentaar op wat ik doe naast mij neer te leggen. Bijvoorbeeld op gastenboeken rond die wedstrijden, vooral in Nederland, kan het soms echt hard gaan. Die mensen weten je te pakken op dingen waarvan je zelf niet weet dat ze zichtbaar zijn. Als ik zo eens een keer ongemakkelijk op het podium stond, of een rokje aanhad dat hen niet aanstond, kwam daar meteen commentaar op. Of als ik eens tijdens het zingen een flesje water vasthad, werd mij zelfs arrogantie en desinteresse verweten."

enola: Hou je eigenlijk bij wat ze over je schrijven?
Bedert: "Ik lees dat wel, ja. De artiesten die zeggen dat ze hun eigen naam niet googlen, geloof ik niet. En toch heb je nog steeds de neiging om jezelf te verdedigen, ook al weet je dat je dat beter niet doet. Negatieve commentaar kan ik heus niet altijd zomaar negeren, maar ik kan er wel beter mee omgaan. Vroeger was ik daar als het ware een maand niet goed van. Nu zaag ik gewoon even tegen mijn lief van "ze zijn weer bezig" en dan is dat voorbij."

enola: Let je daar ook meer op omdat je in het Nederlands zingt? Het cliché luidt dat je je zo meer bloot geeft.
Bedert: "In het schrijven niet, maar wel in de reacties van het publiek. Als je "trap het af" zingt in een nummer, verstaat iedereen dat direct. In Engelse of Franse nummers ben je wel snel mee met het verhaal, maar passeren er veel dingen omdat je ze op dat moment niet kunt vertalen. En in het Nederlands verstaat iedereen dat gewoon. Ik vind het leuk om daarmee te gaan spelen. Vroeger zong ik ook in het Engels (in haar eerste band Rheen, pn), en daar ondervond ik dat dingen die ik op dat moment aan het zingen was gewoon niet overkwamen, dat niemand reageerde. Ook omdat je vlugger in clichés begint te schrijven. Maar in het Nederlands geraak je nooit verder dan België en Nederland. Hoewel … Zuid-Afrika … daar verstaan ze West-Vlaams, en wij verstaan Zuid-Afrikaans. Dus waarom niet? Dat zou ik echt tof vinden. Ik ben nog zo jong, ik mag nog dromen, ik mag nog fouten maken."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 − vijf =