Coffins :: Buried Death

Bot, botter, botst. In tijden waarin doorgedreven technisch perfectionisme, ultracomplexe structuren en excentrieke stijlbotsingen de regel van uitdagende metal zijn gaan uitmaken kan het goed doen om af te dalen naar een primitief, dierlijk niveau. Dankzij Coffins bestaat er een tegengif voor moeilijkdoenerij, want Buried Death is lomper dan je voor mogelijk kan houden.

Coffins werd halverwege de jaren negentig opgericht, al leverde de oorspronkelijke koers — een combinatie van Godflesh en Swans — weinig op. De band gooide er na enkele jaren het bijltje bij neer, maar dankzij wat personeelswissels en een koerswijziging wist het trio zich toch opnieuw op gang te slepen. Die nieuwe richting werd bepaald door een ietwat aparte combinatie van vroege death metal, thrash en doom. Na Mortuary In Darkness (2005) en The Other Side Of Blasphemy (2006) vervolledigt Buried Death de eerste trilogie met een forse portie nucleair afval.

Zelden zo’n boertige, recht-voor-de-raapse plaat gehoord als deze. Uchino (gitaar/grunts), You (drums) en Koreeda (bas/gekerm) staan overduidelijk met minstens één been in de jaren tachtig; Slayer, Celtic Frost en proto-death metalbands Venom en Possessed zijn, net als de overige klassieke thrashbands, de voornaamste invloeden voor de rifffestijnen van het Japanse gezelschap. Terwijl death metal zich vanaf begin jaren negentig meer en meer ging wentelen in allerlei technische hoogstandjes, met energie- en charmeverlies tot gevolg, weet Buried Death enkel de basisingrediënten over te houden.

De sound is een kolossale combinatie van wanstaltigheid en immensheid. Grotesk vervormde gitaren klinken als bulldozers en de ritmesectie gaat tekeer met een neanderthaler-aplomb. De band heeft dit gemeen met andere pletwalsen als High On Fire en Lair Of The Minotaur, maar hier blijft het allemaal wat steken in verlammende monotonie. Coffins doet die andere bands immers klinken als barokke maniëristen. De songstructuren op Buried Death zijn zonder uitzondering rudimentair, en als er in het gitaarspel al variatie zou zitten, dan wordt die volledig gesmoord door de breed borrelende sound.

Het bijzondere is dat de band haar aan death/thrash ontleende structuren en grunts voorziet van een doomsfeer die hij haalde bij oldies als Cathedral en Saint Vitus. Echt slepen doen de drie niet zo vaak en dat is maar goed ook, omdat ze het best gedijen in midtempo stompers die een indrukwekkende ravage kunnen aanrichten. Zo toont Coffins zich meteen van zijn beste, meest ranzige kant tijdens opener "Under The Stench", dat na een onheilspellende start van een minuut haar plooi vindt en gezapig blijft doormalen. Weinig vernieuwend, maar wel groovy en erg, euh, aanstekelijk.

Hoogtepunten "Cadaver Blood" en "Altars In Gore" (uhuh) doen echter nog beter. De eerste opent traag, trekt een smerig slijmspoor, begeeft het haast onder zijn gewicht, en schakelt dan een versnelling of twee hoger, naar een snelheid die het perfecte headbangritme aangeeft. Het kan echter niet op tegen de imbeciele rechtlijnigheid van "Altars In Gore", dat zowaar het riffje van Duane Eddy’s "Peter Gunn" lijkt te recyleren en een dikke vijf minuten op de nekspieren werkt. En hoe! De monotone grunts neem je erbij. Dit is metal op z’n best: onweerstaanbaar kabaal waardoor je de boel op stelten wil zetten en het kot afbreken.

De snellere nummers (de titelsong, "Deadly Sinners", "Purgatorial Madness") weten minder op te vallen omdat ze enkel de voze sound hebben die hen onderscheidt van de waren van de competitie, terwijl het bij de langere doomlappen twee kanten uit gaat. "Mortification To Ruin" weet ongeveer vier van de zeven minuten te boeien, maar afsluiter "The Frozen Styx", het soort song dat voor 100% bestaat uit epische kwaadaardigheid en pekzwarte papperigheid, is een succes over de volledige lijn.

Dat Coffins ooit het status van een Boris, Melt Banana of Acid Mothers Temple zal bereiken lijkt onwaarschijnlijk, daarvoor weet de band net iets te weinig creatief om te springen met zijn invloeden. Toch weet het trio ondanks alle beperkingen op de proppen te komen met een geslaagde plaat, net omdat het zijn grootste troef, dat monsterlijk massieve geluid, zo effectief weet uit te buiten. En geen enkele band kan verweten worden dat hij zijn sterkste kaart op tafel blijft gooien. Buried Death is uitgelezen kost voor zij die graag wat meer ’heavy’ in hun metal hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 − vier =