Tilly And The Wall :: o

Het vijfkoppige Tilly And The Wall zal altijd ‘de groep met de tapdanser in plaats van een drummer’ blijven. Van dat juk geraken ze nooit meer af. Jammer, want dit groepje heeft al drie platen lang zoveel meer te bieden dan deze pseudo-gimmick: vrolijke, aanstekelijke pop die zeker zijn plaats heeft in het hedendaagse indiewereldje.

Tilly And The Wall’s debuut Wild Like Children was een ode van de outcasts van de Amerikaanse tienercultuur aan hun toen-nog-leeftijdsgenoten. “Night Of The Living Dead” was het kantelpunt, een nostalgisch anthem met de slogan “I wanna fuck it up and feel so alive” die het gevoel van het debuut perfect wist weer te geven. Op de opvolger Bottoms Of Barrels bleef de groep gelukkig trouw aan de typische sound. Het jeugdige enthousiasme werd dankzij producer Mike Mogis– nu ook weer van de partij — in betere songs gegoten.

Is het nu Tilly And The Wall of o, naar het ovaalvormige artwork? Verwarring troef over de titel van deze derde langspeler. De brand prefereert het tweede dus zullen wij hetzelfde doen. Het goede nieuws is hoe dan ook dat Tilly And The Wall niets heeft ingeboet aan pit. Geleid door de twee frontvrouwen Neely Jenkins en Kianna Alarid, geflankeerd door gitaristen/zangers Derek Pressnall en Nick White en van geweldig aanstekelijke ritmes voorzien door Jamie Pressnall levert Tilly And The Wall met o zijn beste werk af.

Het orgelpunt is “Pot Kettle Black”, een meezinger van formaat die zelfs niet had misstaan in het repertoire van de Yeah Yeah Yeahs. “What a ho, what a tramp, what a slut” vuilbekken de dames, waardoor verwijzingen naar Karen O snel gemaakt zijn. “Pot Kettle Black” is voor het eerst een Tilly And The Wall-nummer met geweldig hitpotentieel. De toon is iets agressiever en er wordt wat meer geëxperimenteerd dan op de voorgaande platen, maar het komt het geluid van de groep enkel ten goede. Ode ook aan tapdanseres Jamie Pressnall die nog meer dan op de twee voorgaande platen durft spelen met haar stijl. Luister bijvoorbeeld naar de aanstekelijke ritmes van het silly “Jumbler” en probeer níet te dansen.

“Falling Without Knowing” is dan weer een elektronisch experiment waaraan we nog moeten wennen terwijl het warme “Chandelier Lake” en “I Found You” perfect zouden passen op Bottoms Of Barrels of Wild Like Children. Ook nog het vermelden waard is “Poor Man’s Ice Cream”, een nummer over de Amerikaanse immigratiepolitiek.

En zo vliegt dit uitstekend plaatje aan een rotvaart voorbij, met slechts één nummer dat langer is dan vier minuten. o is iets potiger en gewaagder dan zijn voorganger maar blijft dezelfde stempel dragen. Het luchtige, soms zelfs puberale Tilly And The Wall blijft een verademing in een indiescène vol groepjes die zichzelf veel te serieus nemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 7 =