The Streets :: Everything Is Borrowed

Middelmaat versiert de straat. Met een fors aangedikte bankrekening kan Mike Skinner zich op zijn vierde plaat niet langer voordoen als arme luis in de pels van de Britse upper class. En dan komt de rapper oog in oog te staan met zijn eigen beperkingen.

Ten tijde van Original Pirate Material, het debuut van The Streets, zag het er nochtans veelbelovend uit. Die eersteling zocht de grenzen van de two-step op en haalde terecht een nominatie voor de gerenommeerde Mercury Prize Award binnen. Toen niet veel later Dizzee Rascal, Kano en Lady Sovereign met zijn vernieuwende beats gingen lopen, kwam de Britse lefgozer met A Grand Don’t Come For Free aanzetten. Een niet minder dan briljante opvolger waarop Skinner liet horen bovenal een begenadigd verteller te zijn. Semi-autobiografische vertellingen en rake observaties sierden de plaat, meestal met een cynische ondertoon.

Op zijn derde plaat raakte Skinner stilaan uitgepraat, maar op Everything Is Borrowed is het vat helemaal leeg. Bier werd champagne en dat vertroebelde de scherpe geest van de Brit. “I’m really ok, thanks. There’s nothing to witness”, klinkt het in “On The Edge Of A Cliff”. In plaats van gevatte verhalen over de kleine dingen des levens, snijdt Mike Skinner nu grootse thema’s als godsdienst en liefde aan. Iets waar hij duidelijk minder sterk in is. De teksten lijken krampachtig bijeengepend en verzanden vaak in het grote gebaar: “I came to this world with nothing. And I leave with nothing but love.”

De waakzame straathond van weleer is gedomesticeerd en niets meer dan een tam huisdier. Een dier dat zijn jagersinctinct kwijt is en bovendien te veel tijd heeft om te piekeren over thema’s waar hij weinig of geen voeling mee heeft. Zo beweert de Brit dat hij ditmaal meer songs in de vuilnisbak kieperde dan op zijn vorige drie platen samen. Als Skinner tijdens het opnameproces met andere woorden een pak nummers bijeenpende die zelfs het niveau Everything Is Borrowed niet halen, kan dat niet anders dan op een acute inspiratiedip duiden.

Ook muzikaal gaat het er plots een pak conventioneler aan toe. Een streepje jazz en een toefje funk daar, maar weinig echt uitdagends. Waar de pientere vondsten vroeger zomaar voor het rapen lagen, zitten ze nu diep verscholen. Zo steekt enkel “The Sherry End” er bovenuit: onrustige blazers, een aanstekelijke beat en Skinner die verbaal op dreef is. Geezer-funk van de bovenste plank. Ook op “The Way Of The Dodo” wordt er eindelijk nog eens gerapt. Jammer genoeg verkiest Skinner veel vaker te zingen over melige pop-arrangementen, met als dieptepunt het haast gênante “The Strongest Person”. Werkelijk van een tenenkrullend niveau. “I make bangers not anthems”, Skinners oude lijfspreuk lijkt niet langer op hem van toepassing.

“We haven’t even started and it’s almost the end”, stelt Mike Skinner na enkele nummers vast. Met dat gevoel zit je als luisteraar op het einde van de rit nog steeds. Dat de Brit zelf ook niet helemaal tevreden is van het resultaat, liet hij onlangs in The Guardian optekenen: “My new album is quite good, although I've heard it so many times that it's just noise to me now”. Hij voegde eraan toe wellicht nog één album te maken om zich dan op een filmproject toe te leggen. Pas als hij daar een spannende, snedige prent van maakt, zal hem deze makke vertoning vergeven worden.

Op 20 november stelt The Streets Everything Is Borrowed live voor in de Hallen van Schaarbeek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − 8 =