Ben Weaver :: The Ax In The Oak

‘The Ax In The Oak’ – zelden vonden we een titel beter passen als
deze – is een erg ambigue plaat geworden. Enerzijds schrijft Ben
Weaver zich in een traditie van dit jaar erg succesvolle projecten
als Bon Iver,
Fleet Foxes
en Silver
Jews
in, anderzijds gaat hij met wat niet-meer-zo-experimenteel
gepingel helemaal de andere kant op. De nummers zijn op hun best
als de twee samen komen.

Al in ‘White Snow’ wordt duidelijk waar het op Weavers vijfde om
draait. Hij vat het op het daaropvolgende ‘Red Red Fox’ nog eens
perfect samen: “All the stars are little scars”. Het is niet meer
dan een parafrase van de titel, het leven in Weavers universum,
diepe melancholie met licht aan de einder. Hoewel er voor het eerst
wat wordt gespeeld met elektrotoetsen – al is de aanwezigheid ervan
nog een pak latenter dan op latere nummers – is de song net als
zijn voorganger weinig avontuurlijk, hoewel bloedmooi. Op wat
afwisseling is het dan ook wachten tot halfweg ‘Dead Bird’, het
zevende nummer van de plaat, zijn intrede doet. Het begin neigt
naar een Oberst in mindere
doen, het glijdende Air France-deuntje trekt het geheel niet echt
omhoog. ‘Said In Stones’ is een organisch vervolg en leuk
intermezzo waarin Air France overgaat in Yorke’s Eraser en een lichte
Modeselektor. Het is een van de betere, hoewel geen volwaardig,
nummers op de plaat.

Maar het gros van de plaat legt toch vooral de manco’s waarmee Ben
Weaver kampt iets te nadrukkelijk bloot. Zeiden we daarnet nog
Oberst en Yorke, dan is ‘Alligators And Owls’ een niet eens zo goed
verborgen knipoog naar eels, opnieuw niet de beste eels overigens.
Waar andere artiesten nummers maken die wat neigen naar hun
voorbeelden, gaat Weaver wat te nadrukkelijk hun stijl nabootsen.
Hetzelfde kan gezegd worden over ‘Anything With Words’ en Bonnie ‘Prince’
Billy
, al is dit wel een nummer waar een meer dan matig goed
muzikant een vadermoord voor zou begaan.

Tweede minpunt voor ‘The Ax In The Oak’: al te vaak maakt Ben
Weaver hetzelfde nummer. De woorden en de bridges zijn dan wel
anders, doorgaans zien we geen intrinsiek verschil tussen de
nummers. Zowel bij ‘Pretty Girl’ als ‘Hawks and Cows’ hadden we het
gevoel dat we het allemaal wel al eens gehoord hadden, en ook na
het betere middenstuk vinden we op ‘Hey Ray’ en ‘Out Behind The
House’ meer van hetzelfde, zij het hier wel wat meer
geïnspireerd.

Ook ‘Soldier’s War’ is zo’n geval van ‘Ben kan het, maar moet nog
wat schaven’. Het ‘ik denk nooit meer aan jou’ stramien is
genoegzaam gekend in de popmuziek, het hanteren is geen zonde, maar
frasen als “beneath the dust, there’s a picture of us” mag
mijn dertienjarig zusje dan wel op haar MySpace zetten, wij vinden
het allemaal wat te makkelijk. Het is het mannelijke antwoord op
wat Carla Bruni eerder dit jaar schreef, maar Carla schreef luider,
mooier, gevoeliger en hé, wie van de twee slaapt in het
Elysée?

Zijn we dan echt zo ontgoocheld in Ben Weaver? Nee, zeker niet. De
popgeschiedenis zal Weaver met ‘The Ax In The Oak’ niet veranderen,
zelfs nauwelijks penetreren. Hij heeft wel eens te meer aangetoond
dat hij een plaat ineen kan gieten die er van begin tot einde
staat, die over een begin, een slot, een einde en met de ode aan
stilte ‘History Of Weather’ (heerlijke titel, dat) zelfs een
epiloog bevat, en heeft genoeg lieflijke klanken voortgebracht om
dat klein joenk hier drie uur op haar kamer te houden. Wij content,
zij content.

Ben Weaver – geen alias van Bart De Wever – speelt op 1 oktober
in de Beursschouwburg te Brussel.

http://www.benweaver.net
http://www.myspace.com/benweavermusic

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × drie =