PUKKELPOP 2008 :: The Shelter, drie dagen lang

Wat weggestoken achteraan het terrein, ligt nog steeds de heilige grond van al wat muzikaal metaal aanbidt. Goddeau stuurde zijn volledig uit staal opgetrokken (vm) en doomkenner (jbg) de wildernis van The Shelter in. Wat volgt is het relaas van hun drie dagen lange tocht doorheen de duistere onderbuik van Pukkelpop.

Zette Max Cavalera op Graspop met zijn Cavalera Conspiracy nog de festivalzomer in gang, dan mocht hij met Soulfly het boeltje langzaamaan terug beginnen opruimen op de Pukkeldonderdag. Lag het aan het feit dat we een nummer als “Refuse/Resist” nu al door drie verschillende bands hebben zien spelen, of de vaststelling dat elke Soulfly-show onderling inwisselbaar is — of is het dan toch het sluimerende besef dat Cavalera de toekomst van zijn hoofdproject gehypothekeerd heeft met het veel sterkere CC-debuut? Vast staat dat het nieuwe werk vanavond niet veel soeps was (en waarom dan openen met het vreselijk matige “Blood Fire War Hate” en de geslaagde single “Unleash” achterwege laten?) en dat enkel onvoorziene omstandigheden dit optreden van de vergetelheid zouden redden: wanneer de lichten het tijdens “Primitive” begeven, gaat de moshpit in het aardedonker gewoon door. Toch nog iéts dat het déjà-vu-gevoel ontsteeg.

In het programmaboekje mochten ze er dan wel schamper over doen (het is dan ook hun job), wij waren er vrijdag volledig mee weg. Zoon van een Kinks-gitarist of niet, Daniel Davies en zijn Year Long Disaster brengen verdomd smakelijke en stevige bluesrock. Nu eens een paar loden riffs, dan weer een heerlijk oeverloze solo: het zit de frontman, die ook niet vies is van een paar vocale uithalen, in het bloed. Natuurtalenten, ze hebben toch nog altijd dat ietsje méér.

Na Year Long Disaster lijken met Witchcraft de seventies helemaal terug van weggeweest: enkel een volslagen idioot heeft na vier maten nog niet in de mot dat dit Zweedse viertal op jonge leeftijd een paar honderd keer te veel aan Black Sabbath is blootgesteld. Wie daar niet zwaar aan tilt, zag een oersympathieke band (met die jongensachtige grijns van zanger-gitarist Magnus Pelander, bij het inzetten van alweer een vettige riff) een stevige pot rock-‘n-roll-zonder-gedoe neerzetten, daarbij niet uit zijn lood geslagen door een nukkig tegenpruttelende versterker. Kwaliteitsvolle “classic heavy metal” met een knipoog, soms moet dat niet meer zijn.

Getrakteerd op enkele schampere blikken en “ge zijt gij niet goed zeker”-fronsen zakten we zaterdag dan maar op ons eentje af naar The Ocean. Toegegeven, de beslissing om deze sludgende Duitsers nog voor de middag van de laatste festivaldag te programmeren, getuigt van een bijzonder sadistisch gevoel voor humor. The Ocean bedankte het desalniettemin talrijk opgekomen publiek met een uiterst korte maar des te agressieve set met epische kleppers als “Orosirian” (a.k.a. “For The Great Blue Cold Now Reigns”). Meshuggah en Neurosis gaan hun perverse gangetje na een geslaagde blind date: dit is de high-brow metal van de toekomst, die u zonder probleem mag namedroppen op het volgende intellectueel verantwoorde society-feestje/goddeau-verjaardagsconcert. Een uitgestelde ontdekking van jewelste die de ferme ontgoocheling na het missen van het driedubbel in ons programmaboekje aangestreepte Meshuggah (heeft iémand op het festivalterrein het vervroegen van hun set aangekondigd gezien?) dan toch een beetje verzachtte.

Voltijds grapjurk Peter van de Veire die Amen Ra aankondigt: sinds zaterdag kennen we het festivalequivalent van een paaldansende Vladimir Poetin in stars-and-stripes-string. En de waanzin bleef doorgaan, met dank aan de verwarde pinnetjeshalsband die het een puik plan vond om een pit op te starten. Leek het bijna op een test, dan slaagde Amen Ra met glans: het liet zich niet van zijn stuk brengen en overtuigde zoals gewoonlijk. Meer zelfs, sinds de komst van Mass IIII kunnen de Kortijkzanen putten uit dubbel zoveel oerdegelijk materiaal, wat resulteert in een nog sterkere setlist – versie 2.0. Het intense “Razoreater” kreeg ons op de knieën en gouwe ouwe (nouja) “Die Strafe. Am Kreuz” klaarde de klus finaal. De zonder aflaten brandende zon had na afloop een flinke klus aan het wegstralen van de mokerslag.

Wie drie dagen rondloopt aan The Shelter is wel iets gewoon, qua lawaai, maar niets kan een mens voorbereiden op de geluidsgolf die bij Neurosis op al dan niet vrijwillige toeschouwers inbeukt: het moment dat Scott Kelly en Steve Von Till het eerste akkoord van “Given To The Rising” aanslaan, is het alsof er een gezonde eik in onze strot geramd wordt, of één van Hannibals oorlogsolifanten zijn slagtanden in onze buis van Eustachius plant. En al werkte de geluidstechnicus niet echt mee, de climax was er niet minder om: zo intens en verschroeiend dat we er brandwonden aan overhielden. Voor een goed uurtje leek een verblijf in het hellevuur een aangenaam alternatief.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − acht =