Werchter 2008 :: een ijzersterke editie

Voor we met het echte werk van start gaan, eerst nog enkele
afzonderlijke winnaars in zijcategorieën. Ze mogen allen hun
enola-award komen ophalen…

  • Grootste ego op een podium: Lenny Kravitz,
    wiens ego zo groot is dat hij net niet door het podium zakte, op de
    voet gevolgd door Richard Ashcroft.
  • Meest mislukte outfit: Neil Young. De man
    droeg een overhemd, hemd en broek met een decoratief patroon van
    verspatten in verschillende kleuren. We horen het zijn vrouw nog
    zeggen: “Neen, Neil, niet opnieuw,” maar het mocht niet baten.
  • Beste volksmenner: Howlin’ Pelle Almqvist van
    The Hives. Dat die man nog geen Eurocommissaris voor Zweden is,
    begrijpen we ook niet.
  • Meest vervelende gitaarsolo: Ben Harper. Van
    minuut 1:45 tot minuut 49:21.
  • Meest verlegen frontman: Jónsi (Sigur Rós).
    Vroeg enkel degenen die echt wilden om mee te klappen.
  • Grootste babe: Duffy, althans vanuit de hoek
    waarin wij ze zagen. Dat rokje! Dat bloesje! Hoe ze haar microfoon
    sensueel ronddraaide!
  • Lekkerste voedsel: roodbaarsfilet met
    tomatencoulis. 52 bonnetjes.
  • Grootste grap: Hercules And Love Affair. Wat
    een excuus om de langbenige Nomi op een podium te zetten.
  • Meest ongezond uitziende frontman: Chris Wall
    (Air Traffic). Met zo’n halsslagader haal je doorgaans de betere
    medische vakpers.
  • Meest indrukwekkende pornosnor: Nick Cave, met
    een eervolle vermelding voor Kjartan, de pianist van Sigur Rós, die
    voor iets meer verfijning koos.
  • Meest indrukwekkende tatoeage: ongetwijfeld de
    duivel op het kale achterhoofd van Kerry King (Slayer). Gevolgd
    door die op zijn linkerdij en die in zijn rechter knieholte.

Donderdag 3 juli

Air Traffic *** (Main Stage)
Het kan niet makkelijk zijn om Werchter te openen. Wanneer de
beeldsynchronisatie goed fout zit, wordt het nog wat moeilijker, al
heb je daar als band weinig last van. Het was een leuk ‘Charlotte’
dat het hele gebeuren op gang mocht blazen, gevolgd door een
degelijke set feel good pop die wat weg heeft van een energieke
Coldplay met rock-‘n-roll-invloeden. Zanger Chris Wall wisselde
gretig tussen piano en gitaar en slaagde erin het publiek mee te
krijgen met ‘No More Running Away’. Toch was afsluiter ‘Shooting
Star’ het ware hoogtepunt met de gekende simpele maar doeltreffende
gitaarsolo er bovenop. Air Traffic keerde trouwens nog twee keer
terug, eenmaal voor een campingconcert op vrijdag en eenmaal later
die dag om problem child Pete Doherty en zijn Babyshambles te
vervangen. Het optreden op vrijdag was trouwens compleet hetzelfde.
(kvv)

Modern Skirts ** (Marquee)
Het favoriete bandje van REM met referenties aan Beach Boys en
Beatles. Een mens zou voor minder zorgen dat hij helemaal vooraan
postvat om de Pyramid Marquee te openen. De goeie moed en
adelbrieven die de jongens uit Athens, Georgia voorlegden ten
spijt, snapten wij de lof die de band te beurt viel niet goed. Het
was nooit slecht of vals, maar wel doorlopend saai, flets en
veilig. Als wij een mening hebben en Mike Mills heeft een andere,
zijn wij altijd verkeerd, maar zelfs de joodse meisjes naast ons
vonden dit iets te koosjer om opwindend te zijn. (nd)

Counting Crows *** (Main Stage)
Adam Duritz is een gelouterd man. Na vorige plaat ‘Hard Candy’
overviel hem een dissociatieve persoonlijkheidsstoornis, wat volgde
was een tocht in limbo, en een helaas slechts bij momenten
begeesterende plaat. De doortocht in Werchter bouwde verder op
datzelfde stramien, met een optreden dat net iets te vaak bleef
steken in goede bedoelingen. Zo waren de ‘Saturday Night/Sunday
Morning’-nummers weinig hoogstaand, en herinneren we ons ook een
pakken meer beklijvende versie van wereldsong ‘Mr. Jones’ een
lustrum geleden. In sterk contrast daarmee stond het stukje method
acting dat Duritz tentoonspreidde tijdens ‘Round Here’, of de wél
degelijke versies van ‘Colorblind’, ‘You Can’t Count On Me’ en
‘Hard Candy’. Genoeg voor een leuk halfuurtje, en een Greatest
Hits-tour, maar te licht bevonden als promotie voor nieuw en matig
materiaal.
Het doet een beetje pijn aan alles dat kan scheuren, maar misschien
zijn de heydays van de nazaten van Robbie Robertson wel aan hun weg
naar de Styx begonnen. (nd)

Vampire Weekend ***1/2 (Marquee)
Wervelend, fris, beweeglijk, het zijn enkele kernwoorden die we
kunnen bovenhalen om het concert van Vampire Weekend te
omschrijven. Hun indierock met invloeden uit punk, ska en Afrika
werd goed gesmaakt door een ontvankelijke Marquee. “Als jullie
willen dansen, is dit het moment,” liet zanger Ezra Koenig weten en
hij zette ‘A-Punk’ in. De tent ging uit haar dak. Terecht trouwens,
al hielden we ook van de leuke ritmesprongen van ‘Oxford Comma’ en
de opzwepende ritmesectie in ‘Walcott’. Wat het optreden meer tot
zijn recht had doen komen, was een iets hogere temperatuur, een
reden te meer voor het Amerikaanse viertal om die zelf te creëren.
(kvv)

The National ****1/2 (Marquee)
Hoewel Vampire Weekend de Marquee bijzonder goed had opgewarmd,
kwam het eerste absolute hoogtepunt van Werchter er met het concert
van The National.
We hielden nochtans ons hart vast toen de heren uit Brooklyn
inzetten met ‘Start A War’ en de geluidsmix even de mist inging.
Vanaf het tweede nummer zat alles echter goed en sleurde de
prachtige bariton ons van het ene hoogtepunt naar het andere.
Gelukkig hield Matt Berninger zich niet enkel bij de al te rustige
nummers, waardoor hij zich bij momenten met volle overgave de ziel
uit het lijf kon schreeuwen. De intensiteit en eerlijkheid waarmee
Beringer “I’m so sorry for everything” stond te schreeuwen was er
een van een zeldzame en overweldigende overredingskracht. Ons
hoefden ze al lang niet meer te overtuigen, maar waarschijnlijk
zijn er donderdag weer een hele hoop ongelovigen bekeerd tot het
Wonder dat The National heet. Absolute wereldklasse. (pc)

Lenny Kravitz *** (Main Stage)
Er zijn mensen die vinden dat Lenny Kravitz anno 2008 beter op
Night of the Proms of nog erger, Werchter Boutique had gestaan.
Akkoord, de gemiddelde tiener op de wei is minstens een half
decennium te jong om zich ‘s mans laatste relevante plaat nog te
herinneren, en na het middelmatige optreden op Werchter 2004 en de
dito laatste plaat ‘It’s Time for a Love Revolution’ zaten wij dit
jaar nu ook niet meer echt te wachten op The Krav.

Maar toch, Lenny blijft wat we een ‘rasartiest’ noemen, een
performer met genoeg charisma om elk publiek anderhalf uur lang te
entertainen. Kravitz verloor zichzelf veel minder dan vier jaar
geleden in vervelende, ellenlang uitgesponnen solo’s en hield het
optreden strakker, bondiger en boeiender. Zwakker nieuw werk werd
telkens afgewisseld met een hitje als ‘It Ain’t Over Till It’s
Over’, zodat het publiek steeds bij de les bleef. Na een toch
vijftien minuten durend ‘Let Love Rule’ (je bent nu eenmaal een
nazaat van Jimi Hendrix of je bent het niet) bleek Kravitz zijn
belangrijkste wapen nog achter de hand te houden. ‘Are You Gonna Go
My Way’ deed de weide voor het eerst die dag echt ontploffen, zodat
Kravitz al bij al kan terugkijken op een redelijk geslaagde
doortocht in Werchter. Maar of we hem ooit nog terug zullen zien in
eender welk eindejaarslijstje, valt te betwijfelen. (md)

Shameboy ***1/2 (Marquee)
Na gitaargroepen als Vampire Weekend en The National zwaaide koning
Beat met z’n scepter in de Marquee op de openingsdag. En wie kon
ons beter het nirwana van de electro binnenleiden dan Shameboy?
Buscemidrummer Luuk Cox en dj Bobby Ewing (Jimmy Dewit voor de
vrienden) hebben op korte tijd een paar precisieraketten van hits
gesmeed en ‘Heartcore’, hun tweede plaat, heeft al in heel wat
locaties het plaaster van de muren doen daveren. Shameboy wordt
(niet onterecht) soms een one trick pony genoemd, maar de
galopperende beats en synths kregen de tent moeiteloos aan het
stomen. Met ‘Rechoque’ viel de eerste bom en vanaf dan werd het
momentum van collectieve extase volgehouden tot het orgastische
een-tweetje van ‘Splendit’ en ‘Strobot’. Goedkope truken van de
electrofoor of opzwepende, intense dansmuziek? Shameboy kent zowel
fanatieke voor- als tegenstanders, maar in de danstempel op
Werchter werden opnieuw heel wat zieltjes bekeerd. (sv)

Soulwax ***1/2 (Marquee)
Er was op voorhand in het kamp wat speculatie welke vorm het
Soulwax-optreden zou aannemen en ons vermoeden dat ze geen rockset
zouden brengen, leek bevestigd toen ze in hun witte pakjes op het
podium kwamen, een teken dat we de Soulwax van Nite Versions zouden
zien. Het optreden was eigenlijk promotie voor hun binnenkort te
verschijnen dvd ‘Part of the Weekend Never Dies’, een documentaire
die op basis van dit optreden (en de trailer die we zagen) wel eens
heel leuk zou kunnen worden. Iedereen in de Marquee was nog op adem
aan het komen van de beats van Shameboy en die van Soulwax – alles
live met instrumenten gebracht – vielen in zeer goede aarde.
Onmiddellijk was de grotere complexiteit en subtiliteit van de De
Waele Brothers (in vergelijking met Shameboy) duidelijk en de
merkbaar creatievere omvang met samples en beats. Soms probeerde
Soulwax er iets te veel in te stoppen, zodat het zeker interessant
was, maar de dansbaarheid niet werd bevorderd. De lange trip die
het optreden was, bereikte een hoogtepunt met ‘NY Excuse’, van het
beste dat de broers ooit hebben gemaakt. (kvv)

R.E.M. **** (Main Stage)
Zeven doortochten hebben van REM de perfecte Werchterband gemaakt.
Toegankelijk en mainstream, maar evenzeer rebels en tegendraads.
50.000 man laten meewiegen met een mandoline op een nummer dat je
zelf verafschuwt. If the storm doesn’t kill me, the government
will. De plaatselijke krant had het over het quasi-einde van een
regering, REM lijkt met ‘Accelerate’ aan een tweede ambtstermijn
begonnen.

We herinneren ons dat Georgia’s finest niet altijd even snedig
startten. ‘Begin the Begin’ of ‘The Finest Worksong’ zijn dan wel
leuke nummers om tournees af te trappen, ‘Orange Crush’ is een
knaller hors catégorie. Laat dat volgen door een combo van het
betere recente (‘Living Well Is The Best Revenge’) en oudere
(‘What’s The Frequency, Kenneth’) werk, en je rijdt de proloog die
je al vrij riant in het geel zet. En toch was dit niet het beste
REM dat we ooit hebben gezien. Lag het aan het feit dat de mannen
drie jaar ouder zijn geworden sinds ze België voor het laatst
aandeden, de vermoeidheid halfweg een ongetwijfeld slopende tournee
of een mindere dag (if so kunnen ze dát alvast beter verbergen dan
de zieke Beck Hansen zo’n 72 uur later op hetzelfde podium), maar
de snedigheid en viriliteit die we altijd zo bewonderden bij REM
bleef een beetje achterwege. Zo was zanger Stipe opvallend
statischer dan anders, de slangenmens leek even bezworen. Wel
fantastisch was de mengelmoes van nieuw, bekend en ouder werk.
Naast het gros van ‘Accelerate’ en een handvol klassiekers werd
voor het eerst sinds jaren nog eens geput uit minder bekend
materiaal dat uit de ‘IRS’-jaren stamt. Waar ‘Pretty Persuasion’
nog wel eens werd opgedist, was het veel langer geleden dat ‘Fall
On Me’ of ‘Driver 8’ in de show werden verwerkt. Ook opvallend: de
band speelde geen enkel nummer uit ‘Around The Sun’, de door de
leden zelf verguisde vorige cd, die live met ‘The Ascent Of Man’ en
‘Electron Blue’ nochtans prachtige herwerkingen kreeg.

Een eerste hoogtepunt viel te noteren bij een kil gearrangeerd
‘Walk Unafraid’. De intense a capella strofe aan het begin werd
jammerlijk achterwege gelaten, het nummer staat desalniettemin als
een huis. Ook erg mooi was de illusie van Mulholland Drive, door
het publiek gecreëerd met een stuk of wat mobiele telefoons tijdens
‘Electrolite’, wereldsong ‘Bad Day’, voor deze tour lichtjes
bewerkt en misschien zelfs net ietsje verfijnd, en het hedonistisch
fatalistische ‘I’m Gonna DJ’ dat de apocalyps aankondigt en de
hoofdmoot afsloot. Van de bissen onthouden we naast bovengenoemde
nummers nog de werkelijk exquise single ‘Supernatural Superserious’
(die baslijn!), en vaste afsluiter ‘Man On The Moon’, dat het gemis
van ‘It’s The End Of The World’ nu al enkele jaren behoorlijk
camoufleert. ‘Losing My Religion’ hoeft dan misschien niet langer
per sé elk optreden, als Stipe zegt “see you soon”, doet dat toch
weer wat twinkelen ter hoogte van de irissen. Er zijn weinig bands
die de afgelopen twintig jaar zo belangrijk zijn geweest voor de
popmuziek als REM. Er zijn tevens weinig bands die zo alledaags
zijn als REM, zo kritisch en zo zalvend tegelijkertijd. Dit is een
heel erg sterke groep. (nd)

 

Vrijdag 4 juli

The Blackbox Revelation ***1/2 (Main Stage)
Dat Jan Paternoster en z’n nog niet tot volle wasdom gekomen
kompaan Dries Van Dijck een stevig potje konden rocken, wisten we
al sinds hun lichtjes geweldige debuutplaat. Dat ze live nog een
pak sterker waren, hadden we slechts durven dromen. Met z’n
tweetjes slaagde het uiterst charismatische duo er wonderwel in om
de main stage volledig te vullen, of hoe deze jonge knakkers het
klappen van de zweep al kennen. Terwijl Van Dijck zijn status als
drumsensatie middels gekke bekken en wild galopperende drumstokjes
alle eer aan deed, schudde de ietwat schriele Paternoster de één na
de andere kloeke riff uit z’n gitaar. Dit resulteerde in een
daverend optreden. Van de eerste tonen van ‘We Never Wondered’ tot
de laatste cimbalenslag uit het weergaloze ‘Set Your Head On Fire’,
wij soleerden lustig mee, en dat is een hele prestatie zo vroeg op
de ochtend. (avdm)

Monza **1/2 (Main Stage)
Het moet van de hondsdagen van 1948 geleden zijn dat we Stijn
Meuris eens niet zagen op een zomerfestival en dat is een zegen
voor dit landje. Meuris weet namelijk als geen ander een homp
mensen een kopstoot om Bart Debie tegen te zeggen aan te smeren.
Ook die vrijdag gingen de Hollandermopjes er vlot in, de set was
helaas iets weerbarstiger. Geen walk-over met ‘Van God Los’,
nauwelijks andere hits, net iets te veel uit recenteling ‘Attica!’.
Zij die ‘Tanken in Luxemburg’ zien als the corruption of the
working classes dwalen, zij die nog neerzaten tijdens ‘Gigant’
dolen. Overgave, bloed, zweet en tranen, maar geen klinkende
overwinning. (nd)

Slayer ***1/2 (Main Stage)
Slayer op een zaterdagmiddag tussen Monza en Air Traffic gepropt?
Het klinkt even logisch als Dana Winner die Graspop afsluit. De
thrashmetal-iconen lieten het echter niet aan hun hart komen en
beukten met een sardonisch genoegen het roos uit onze haardos.
Hanneman, King en Araya hebben dan al wat kilo’s te veel aan het
lijf kleven, maar het overtollige vet bengelde gretig mee op de
mid-tempo-napalm en het verschroeiende mitraillettevuur dat door
Dave Lombardo vakkundig werd dichtgeplamuurd. Vanaf ‘Cult’ was
Slayer z’n secularistische, compromisloze zelve en de versies van
‘Chemical Warfare’ en ‘Mandatory Suicide’ schroeiden moeiteloos
menige wenkbrauw weg onder de loden zon. Enige minpuntje: Araya
haalde soms de vaart uit het optreden door het publiek iets te lang
dankbaar aan te kijken, maar ‘Raining Blood’ en ‘Angel of Death’
ramden die kritische noot al snel kapot door als een demonische
paardenspan over het publiek te daveren. En hoe Satan Schueremans
op z’n hoorns zal spiesen voor het belachelijke uur waarop Slayer
mocht aantreden, mag u zelf invullen. Wij houden het op een volgend
optreden van Ben Harper met nóg langere solo’s (the horror).
(sv)

Babyshambles (/) (Main Stage)
Houdt u het even bij. Pete Doherty komt niet naar Pukkelpop. Pete
Doherty komt wel naar Les Nuits Botanique. Pete Doherty komt niet
naar Petrol. Pete Doherty maakt het plots een stuk beter, en komt
naar de AB. Hij wordt geboekt voor Rock Werchter, en in alles lijkt
het er op dat Doherty ook daadwerkelijk zal aantreden op T/W. Maar
problemen met de wetgevende macht nopen de Babyshamblesfrontman om
toch af te zeggen. Belastingontduiking, heet het. Is het een nieuwe
stommiteit van het laatste punkrestant dat Albion muzikaal zo
rebels maakte? Is het de preutsheid van de stiff upper lip die de
heksenjacht op het enfant terrible van het eiland niet kan opgeven?
We raden Doherty aan om zijn Londen even te verlaten voor wat
anonimiteit, en de concertorganisatoren om Babyshambles even links
te laten liggen, want deze grap is al wel even niet grappig meer.
Nu blijkt dat hij gewoon de geboorte van zijn kat wilde meemaken,
nog veel minder. (nd)

My Morning Jacket **** (Marquee)
Jim James en kompanen hebben met ‘Z’ naar onze bescheiden mening
een van de beste platen van de laatste vijf jaar uitgebracht, maar
kwamen dit jaar met ‘Evil Urges’ een ietwat teleurstellende
opvolger op de proppen. Het was dus met gemengde gevoelens dat we
ons naar de Marquee begaven, maar met de openingsriff van
‘Mahgeeta’ werden alle twijfels meteen weggeblazen. De Jackets
hadden er duidelijk zin in en bliezen met hun psychedelisch
gitaargeweld de hele tent van hun sokken. De onweerlegbare
kwaliteit van de groep werd nog eens in de verf gezet met ‘Off The
Record’ en ‘Gideon’, twee wereldnummers van ‘Z’ die met veel vuur
gespeeld werden. Zelfs de songs van hun laatste album die we minder
konden smaken, wisten live veel meer bekoren.
Dat het concert bij momenten wat slordig of rommelig klonk, is hen
bij deze dan ook vergeven. Omdat een echt festivalconcert
natuurlijk niets is zonder het obligate meewiegmoment, kweten de
heren zich met ‘Golden’ bijzonder professioneel van hun taak. Met
‘Anytime’ en ‘One Big Holiday’ tenslotte, vertrokken de heren zoals
ze gekomen waren: groots, luid en overweldigend. (pc)

Jay-Z ***1/2 (Main Stage)
Werchter heeft een moeilijke verhouding met zwarte hiphop. We
kunnen ons het schaamrood op Herman Schueremans’ wangen voorstellen
als hij terugdenkt aan recente escapades van Sean Paul of
Wu-Tang-Clan. Festivals hebben dan weer een moeilijke verhouding
met Jay-Z. Muziekminnend Engeland (met Oasis op de barricades)
stond op zijn kop toen bleek dat Mr. Knowles Glastonbury mocht
headlinen, iets wat de man raak beantwoordde door zijn set aldaar
met ‘Wonderwall’ te openen. Op Werchter geen Oasis, wel AC/DC
enerzijds, Rihanna en Beyoncé (tot spijt van wie’t benijdt niet mee
afgereisd) anderzijds. Het jammere aan dit soort optredens is dat
de goodwill van het publiek goeddeels wordt afgekocht met samples,
en dat 80% van de show op band staat. Als je dat even naast je
neerlegt, dan heb je gezien waarom Jay-Z een van de rijkste, beste
en meest gewaardeerde (Obama, iemand?) hiphoppers van dit moment
is. Restecp! (nd)

Duffy **1/2 (Marquee)
De nieuwe commercieel aantrekkelijke soulqueen van Groot-Brittannië heet Aimee Anne Duffy of gewoon Duffy. De niet onaantrekkelijk uitgedoste en bewegende blondine pakte de Marquee moeiteloos in met haar zachte pop. Een licht nasale stem deed een verkoudheid vermoeden maar dat weerhield de Welshe er niet van te demonstreren waartoe ze vocaal allemaal in staat is. Het moet gezegd, het kind kan fantastisch zingen en weet hoe ze een publiek moet bespelen, maar om echt indruk te maken zal het songmateriaal toch wat gevarieerder en overtuigender moeten. ‘Mercy’ was sterk, ‘Warwick Avenue’ en ‘Distant Dreamer’ leuk, maar een song als ‘Stepping Stone’ blonk uit in saaiheid. Ach, ze komt er wel. (kvv)

The Verve ***1/2 (Main Stage)
Om eerlijk te zijn: niemand zat nog echt te wachten op The Verve. Richard Ashcroft had met ‘Keys To The World’ een plaat afgeleverd die ‘s mans herwonnen positie in het wereldje wel gebeiteld had, en net zoals een nieuwe Oasisplaat de laatste jaren altijd een beetje pathetisch is, vonden wij de pose van Ashcroft ook al even passé. Maar kijk, op Werchter straalde de cool er wel weer af, en speelde The Verve best een aardige set bijeen. Uiteraard waren de nieuwe nummers niet veel meer dan bindweefsel tussen oudere gloriën als ‘Sonnet’ en ‘The Drugs Don’t Work’, maar de schijnbaar nonchalante manier waarmee Ashcroft over de Main Stage dartelde, werkte zo aanstekelijk, dat de weide tegen ‘Bitter Sweet Symphony’ klaar was voor een moment van extase. In afwachting van de absolute grootmeester. (nd)

Neil Young ****1/2 (Main Stage)
Twintig minuten te laat stapte het grootste icoon van deze editie het hoofdpodium op, klaar voor de langste show (twee uur) van deze Werchter. Met het werk dat Neil Young al heeft uitgebracht, kan je twee volledige Werchterdagen interessant houden. Het samenstellen van een beperkte setlist van zeventien songs kan dus geen makkelijke klus zijn en het resultaat ervan is voor de fan (die nog niet op de hoogte was van zijn setlists van de voorafgaande dagen) bijna even belangrijk als de uitvoering ervan.

In zijn behoorlijk opvallende kledij maakte Young via een gitaarsolo in ‘Love and Only Love’ meteen duidelijk dat dit voornamelijk een rockoptreden zou worden. De gemiddelde leeftijd van de verschillende muzikanten on stage, inclusief vrouw Peggi als backing vocalist, zal rond de zestig gelegen hebben, maar de oudjes maakten meteen duidelijk dat ze perfect stand kunnen houden tussen al het jonge geweld en hen zelfs nog heel wat te leren hebben.

De set was opgedeeld in een (country)rockgedeelte van zeven songs, een rustiger folkgedeelte van zes nummers, om dan terug te grijpen naar rock voor de laatste vier songs. Neil Young gaf een mooi overzicht uit zijn fantastische back catalogue met slechts twee nieuwe songs (‘No Hidden Path’ en het bijzonder lange ‘Spirit Road’) en een grote nadruk op de vroege jaren zeventig. Vooral ‘Harvest’ was met vier nummers een belangrijke leverancier, op de voet gevolgd door ‘Ragged Glory’ uit 1990, dat drie songs mocht leveren.

In het rockgedeelte, gekleurd door een fantastisch solerende Young, was het aardig meegezongen ‘Hey, Hey, My, My (Out of the Blue)’ beslist een hoogtepunt. Toch was het vooral het rustige middenstuk waar onze grootste bewondering naar uitging. Het akoestisch gebrachte ‘The Needle and the Damage Done’ was hemels, ‘Old Man’ en ‘Heart of Gold’ bleken schitterende publiekslievelingen. Niet toevallig vinden we deze drie songs op ‘Harvest’ terug.
Via twee covers bracht de ene grootheid ook nog eens hommages aan collega’s uit dezelfde gewichtsklasse. Dylan (en ook een beetje Hendrix) kreeg een eerbetoon met ‘All Along the Watchtower’, terwijl het bisnummer ‘A Day in the Life’ bleek, een bedankje aan Lennon en McCartney. Beide songs kregen we in de typische freewheeling rock-‘n-roll-stijl die een groot deel van Youngs oeuvre en dit optreden kenmerkt. Het was niet dat de covers het origineel overtroffen, maar leuk waren ze alleszins.

Het geeft geen zin u druk te maken welk nummer Neil Young niet heeft gebracht of hoeveel het gekost heeft hem op Werchter te krijgen. Dit is een optreden dat je je voor de rest van je leven herinnert en waar deze Werchtereditie verdomd trots op mocht zijn. (kvv)

Hot Chip ***1/2 (Marquee)

“Ready for the Floor”, dat waren ze zeker en vast. Terwijl Neil Young liedjes zong voor de serieuze mensen, zetten de heren van Hot Chip de harde kern feestvierders aan het dansen in de Marquee. Zanger Alexis Taylor zag er met zijn kleine gestalte, grote bril, witte broek en blauwe sweater als een uit de kluiten gewassen brilsmurf uit, maar dat leek niemand te storen. Hot Chip balanceerde in gekende stijl netjes tussen kitsch en kunst, tussen pop en dance, tussen heerlijk en steengoed. De Hot Chip hits ‘Over and Over’, ‘Boy From School’ en ‘Ready for the Floor’ passeerden netjes de revu; het publiek (waaronder opmerkelijk veel Britten) liet het zich duidelijk smaken. En nee, zelfs de cover van ‘Nothing Compares To You’ op het einde van de set, kon de feestvreugde die avond niet bederven. (ss)

Moby **** (Main Stage)
Een van de opmerkelijkste doorbraken van de late jaren ’90 was ongetwijfeld die van Richard Melville Hall. Door het introduceren van blues-samples in zijn muziek en enkele lucratieve reclamedeals met grote bedrijven werd Moby van obscure techno-artiest plots tot wereldster gebombardeerd. Het succes van ‘Play’ werd sindsdien nooit meer geëvenaard (met het schabouwelijke ‘Hotel’ als triest dieptepunt), maar op deze tournee beloofde de New Yorker iets speciaals: ‘Moby Live: Remixed’.

Speciaal aan dit concept was dat Moby zowat al zijn hits bracht in het gezelschap van live instrumenten en het indrukwekkende keelgat van Joy Malcolm. Het werd een groot feest met oude bekenden in een nieuw kleedje. De nummers vloeiden naadloos in elkaar over, en het optreden kende weinig zwakke momenten. Afsluiter ‘Feeling So Real’ was de kroon op het werk, en het blijft live een geweldige vloervuller waar weinigen zich mee kunnen meten. “Er zijn weinig dingen indrukwekkender dan zestigduizend mensen tegelijk op en neer te zien springen” schreef Moby daags na het optreden op zijn blog. Right on! (md)

Digitalism *** (Marquee)

De tent was nog broeierig heet door het optreden van Hot Chip als de heren van Digitalism het podium mochten betreden. De in onze geest opwellende stereotiepen van een schriele janet en een dikke Turk – pardon our French – deden ons even twijfelen, maar het Duitse duo gooide nog wat extra kolen op het vuur en kreeg de opeengedrukte, zweterige masse zonder moeite direct weer aan het dansen. Minder live, minder subtiel en minder doordacht dan het optreden van Hot Chip, maar wel dubbel zo strak en vierdubbel zo hard. En het was duidelijk dat het volkje in de Marquee precies daarop zat te wachten. (ss)

Zaterdag 5 juli

Gossip **1/2 (Main Stage)
Nog geen kleine teleurstelling op Werchter als u het ons vraagt, want of het nu de übergeile deuntjes uit hun ‘Standing in the Way of Control’ zijn, of het excentrieke voorkomen van frontvrouw annex playmate Beth Ditto, The Gossip weet wel degelijk met verve de platgetreden paden te vermijden. Maar dat het dansen op een dunne koord is, bewezen ze zaterdag met verve. Übergeil ruimde baan voor matig interessant en excentrieke voorkomen voor behoorlijk irritant. Krakers op plaat zoals ‘Coal to Diamonds’ werden uiterst lusteloos afgehaspeld als waren ze beschaamd om ze op de wei los te laten, al gokken we eerder op een al te dol avondje uit de dag voordien. Allemaal zeer jammer want, naar het einde toe toonde Gossip met ‘Jealous Girls’ hoe het wel moest en liet de hit ‘Standing in the Way of Control’ zowaar een bommetje vallen op de dansvloer. Niettemin, gemiste kans. (avdm)

MGMT ***1/2 (Marquee)
Ze zijn razend populair in de Verenigde Staten, maar op Werchter was het gewoon een van de velen. MGMT is in feite de perfecte band om bij het ondergaan van de zon haar psychedelische klanken op de weide af te vuren. Het lot – Herman Schueremans dus – besliste er echter anders over, en het duo (live zijn ze met z’n vijven, weliswaar) trad als tweede band van de dag aan in de Marquee.
Geen probleem hoor, want waar en wanneer ook, het is altijd genieten van eclectische nummers als ‘The Youth’ en ‘Pieces Of What’ en absolute publieksfavorieten als ‘Time To Pretend’ en het freestylend uitgevoerde ‘Kids’. (lve)

Band Of Horses ***1/2 (Marquee)
Een eerste regenbui zorgde ervoor dat meer mensen dan gepland een plaats probeerden te bemachtigen in de tent. Het weer bleek een opsteker voor Band Of Horses, dat het taltijk opgekomen publiek bedankte door er via ‘Is There A Ghost’, ook al opener op hun laatste full album, de sfeer direct in te brengen. Hun muziek zou je makkelijkheidshalve kunnen omschrijven als de structuur van The Shins met de vocals van My Morning Jacket of Flaming Lips. Het ene geslaagde nummer volgde het andere op, waarbij zanger Ben Dridwell er een gimmick van maakte zijn songs als ‘woew’ aan te kondigen, iets waarop het publiek aardig anticipeerde. Hoogtepunten? ‘The Funeral’, uiteraard, maar ook ‘No One’s Gonna Love You’ en ‘Detlef Schrempf’. Schitterende band! (kvv)

The Hives ***1/2 (Main Stage)
Hun livereputatie was deze in het maatpak gestoken Zweden vooruitgesneld. Het vet mocht op ‘The Black and White Album ‘dan wel wat van de soep zijn, op, naast en soms zelfs boven een podium staan deze heren steeds garant voor een joelend en wild springend publiek. De vraag was echter of The Hives er ook op zo’n onzedelijk uur, voor een maar half uitgeslapen menigte, in zouden slagen het vuur aan de lont te steken. Het antwoord is een volmondig ja! Zanger/standup-comedian Howlin ‘Pelle’ Almqvist had de Werchtermassa meteen op z’n hand en maakte er uiterst dankbaar gebruik van. Als een volleerd volksmenner stuurde hij het applaus met een vingerknip of een geinige opmerking. Wat we te horen kregen (een soortement best of) mocht dan wel een stukje minder zijn, dit was misschien niet één van de beste optredens, maar wel het vetste.

Editors **** (Main Stage)
Afgaande op de passage van Editors op de vorige editie van Pukkelpop en hun optredens in de Hallen van Schaarbeek en de Ancienne Belgique, was ik ervan overtuigd dat de band – en dan vooral de diepe stem van Tom Smith – toch nog net dat ietsje meer meekrijgt tijdens zaaloptredens.
Ik zal voortaan echter moeten afzien van die stelling, want wat de jongens uit Birmingham op de derde dag van Rock Werchter lieten zien, was indrukwekkend te noemen. Beter bij stem dan ooit liet Smith zijn prachtige bariton weergalmen over de weide tijdens een aaneenschakeling van absolute topmomenten. Het publiek kreeg het warm en koud tegelijk dankzij aangrijpende uitvoeringen van onder meer ‘Munich’, ‘Bullets’, ‘The Weight Of The World’, ‘Fingers In The Factories’, ‘Smokers Outside The Hospital Doors’, ‘Escape The Nest’ en ‘You Are Fading’. (lve)

Kings Of Leon ***1/2 (Main Stage)
Vorig jaar stond Kings Of Leon al op het podium van Pukkelpop. Dat was een allerminst onaardige passage, maar dit keer wisten ze pas écht te overtuigen. De verschillen met het optreden van vorig jaar: zanger Caleb Followill die krachtiger performde (op Pukkelpop sukkelde hij met een vermoeide en aldus nogal hese stem) en de band die als geheel ook veel meer enthousiasme en energie wist over te brengen. Oh ja, en Caleb daagde dit keer zonder lange lokken op. (lve)

Kate Nash *** (Marquee)
Het is me het jaartje geweest voor Kate Nash. Monsterhit ‘Foundations’ bracht haar naar steeds groter wordende zalen over de hele wereld, en ook de andere singles van debuutalbum ‘Made of Bricks’ werden radiohits. Of Nash’ volgende album even veel succes zal brengen, is nog maar de vraag. De nieuwe nummers die we in de Pyramid Marquee te horen kregen, haalden in ieder geval geenszins het niveau van perfecte popliedjes als ‘Mariella’ en ‘We Get On’. Muzikaal zat het niet allemaal even goed en toonvast, maar Kate’s ontwapenende charmes alleen al zorgden ervoor dat de gietende regen buiten de tent even vergeten werd. De net 21 geworden Nash maakte op Werchter een vermoeide indruk en wist zelfs niet welke dag het was, maar het publiek zong luidkeels “uh-oh on a Saturday night” en ook wij hebben ons uitstekend vermaakt. (md)

Sigur Rós ****1/2 (Main Stage)
Het was sympathiek van Herman om Sigur Rós niet gelijktijdig met Radiohead te programmeren, want hij beseft ook wel welke hartverscheurende keuze dit voor velen had opgeleverd. Het is bijzonder jammer dat geen van onze acht recensenten de ongetwijfeld fantastische sets van Gnarls Barkley of Róisín Murphy kon bijwonen, maar geen van hen wilde het meer dan magische duo op de Main Stage missen. Sigur Rós op het hoofdpodium, dat kon toch niet goed overkomen, hoorden we u denken. Wel, onze favoriete IJslanders maakten iedereen snel duidelijk dat niets minder waar is.

Best vriendelijk van Sigur Rós om ons een min of meer best of voor te schotelen. Een schitterend uitgedoste Jónsi zette zijn 75 minuten in met ‘Svefn-g-Englar’, ook wel het internationale doorbraaknummer van de eilandbewoners. Even stuurde hij letterlijk zijn falsetstem door zijn gitaar, terwijl hij afsloot met een bijzonder lang uitgerokken vocale eindklank. Alles zat goed en Sigur Rós was op weg om een zo goed als vlekkeloos en hemels mooi parcours af te leggen.

Wie de band een beetje volgt of al gezien heeft, had kunnen weten welk nummer de set zou afsluiten. Het onaardse ‘Popplagid’ (of ‘Untitled Nr.8’) was ook nu weer het eindsignaal en meteen het hoogtepunt, al was het in zijn climaxvorming net niet zo overweldigend als de albumversie. Het ander kleine minpuntje was het niet helemaal overtuigende ‘Gobbledigook’, al maakte het visuele spektakel met duizenden vallende papiertjes (vlinders) veel goed.

We kregen twee songs uit Sigur Rós’ net uitgebrachte plaat. ‘Glósóli’ was fantastisch. ‘Ny Batterí’, voorafgegaan door een bevreemdende intro vol chaos en rust, een ware beleving. In november spelen deze jongens in Vorst. Durf het eens te missen. (kvv)

Radiohead ****1/2 (Main Stage)
De lange buizen die al de hele dag aan de zijkant van de Main Stage hingen waren dus geen IJslandse religieuze symbolen, maar vormden een onderdeel van de straffe lichtshow van Radiohead. Zou het een set vol (vroege) klassiekers worden of eerder een greep uit het recentere, meer elektronische werk? Radiohead durft zijn setlist optreden per optreden goed door elkaar schudden en besloot zich op Werchter voornamelijk te concentreren op ‘In Rainbows’, doorspekt met leuke songs uit hun carrière. Zowaar een fantastische keuze.

Wie beweert dat een band als Radiohead alle verwachte klassiekers dient te spelen omdat ze headliner zijn en omdat het publiek dat vraagt, heeft het niet bij het rechte eind. Ten eerste heeft Radiohead alle recht hun nieuw album voor te stellen. Ten tweede is hun enige verplichting tegenover het publiek anderhalf uur vol te maken met fantastische muziek. Het getuigt dan nog eens van lef en creativiteit van de Britten om het grootste deel van hun bekendere nummers (en ook een aantal van de nieuwe) in licht andere versies te brengen. ‘The National Anthem’, de eerste bom van de set, kreeg een extra sample, ‘Nude’ werd een stuk donkerder gebracht en ‘The Gloaming’ klonk bijna onherkenbaar. Het gevaar van deze herwerkingen is uiteraard dat de liveversies magerder kunnen uitvallen dan de albumversies, wat in het geval van ‘The Gloaming’ zeker het geval was. Het is sowieso moeilijk om een bijna perfect nummer nog beter te maken. Ook het complexer gemaakte ‘Videotape’, en het sterk herkwerkte ‘Climbing up the Walls’ leden hieronder. Versta ons niet verkeerd: deze songs bleven fantastisch maar we kenden ze net iets beter.

‘Reckoner’ was een van de beste momenten op Werchter, ‘You and Whose Army?’ was buitengewoon mooi, terwijl het ook fantastisch liep bij ‘2+2=5’ en ‘Paranoid Android’, de klassieker die ze er dan toch hadden tussen gestoken.

Radiohead bracht beslist geen optreden enkel bestemd voor hun fans maar maakte kordaat duidelijk waarom zij de grootste headliner van Werchter waren. Veel beter dan dit heb je niet. (kvv)

Zondag 6 juli

Devotchka ***1/2 (Marquee)
Geen betere manier om de slapers uit de ogen en de slaapzakgeur uit het lijf te krijgen dan een stevige portie heetgeblakerd eclecticisme. We hebben nog maar zelden zo’n gevarieerd muzikaal beleg op onze ochtendlijke boterham gekregen als tijdens het optreden van Devotchka, en de Amerikanen tekenden meteen voor een eerste hoogtepunt op de slotdag. Nick Urata klonk ietwat hees waardoor ‘We’re Leaving’ en The Clockwise Witness’ de impact van de plaatversies niet bereikten, maar de wat moegehuilde wolf zorgde toch nog verschillende keren voor weke knieën. Tijdens het fabeltastische ‘How It Ends’ sprong het publiek gretig op de zigeunercaravan van Devotchka en tijdens ‘Basso Profundo’ en ‘Enemy Guns’ werd er gretig gegraven in het muzikale zand van de Mexicaanse woestijn. Het mag duidelijk zijn: met Devotchka hebben Calexico en Beirut er een stevige concurrent bij. (sv)

Tim Vanhamel ***1/2 (Marquee)
Deze Belgische Beck hadden we met Millionaire slechts eenmaal aan het werk gezien, en toen waren we eerlijk gezegd not impressed. Wat Vanhamel live met z’n vrij zachte debuutplaat ‘Welcome to the Blue House’ zou aanvangen, wisten we dus niet, maar echt hoog waren de verwachtingen alvast niet. Bij deze onze excuses aan onze favoriete krullenbol, want hij en zijn gelegenheidsband gaven in de Marquee een optreden dat zeer te genieten was. Waar Devotchka een uurtje voor hen een bescheiden volksfeestje was begonnen, moesten heerlijke nummers als ‘Like a Fire’ en ‘Sometimes I Wanna Run’ het vooral van zacht meewiegende heupen en aarzelend opgestoken handjes hebben. Dit alles drukte de ambiance misschien wat, maar een goed optreden blijft een goed optreden. Punt. (avdm)

Anouk *1/2 (Main Stage)
Ternauwernood aan de Werchteraffiche toegevoegd (de beste inzending met een grap over Werchter Boutique wint 5000 tickets) mocht Anouk op zondagmiddag haar favoriete publiek een uurtje komen vermaken. Veel meer dan dat bracht Anouk – gehuld in iets waarmee we ons vuilnis niet zouden willen omgorden, maar dat was vast een statement – helaas niet, muzikaal stelde het optreden zwaar teleur. Het Haagse geweld boetseerde een synopsis van de setlist die ze enkele maanden terug in Antwerpen tentoonspreidde, maar maakte de foute keuze om vooral nummers uit ‘Who’s Your Momma’ in de shortlist te laten. Tel daar nog eens bij dat ‘Nobody’s Wife’ veel van zijn kracht verloren heeft eens gezongen door een meervoudige moeder van middelbare leeftijd, en u begrijpt dat enkel de gratuite doch in deze samenleving zo gewaardeerde doortocht van zoonlief Benjamin de handen even op elkaar kreeg. Wij vrezen dat Anouk anno 2008 niet meer Werchter-approved is. (nd)

Hercules And Love Affair *1/2 (Marquee)
Wie naar de Marquee was afgezakt om een glimp op te vangen van Antony, was eraan voor de moeite. Wie er was om een leuk feestje mee te maken ook. Antony bleek vervangen door Nomi, een ietwat mannelijk ogende babe die wellicht de slechtste zangeres van deze Werchtereditie was. De koperblazers vroegen zich ter plekke af wat ze er in godsnaam stonden te doen en de songs zelf ontvouwden zich als een ongeïnspireerd zootje, met een matig uitgevoerd ‘Blind’ en een opvallende cover van ‘Don’t Fear the Reaper’ als schaarse lichtpuntjes. Pover. (kvv)

Mark Ronson **** (Marquee)
Dat de hippe producer Mark Ronson ook met zijn eigen band live sterk voor de dag komt, bewees hij al eerder in de Handelsbeurs. Op Werchter werd zijn set een verademing na de slappe koffie die Hercules And Love Affair zonet geserveerd had. Vier bevallige strijksters die steeds synchroon bewogen, drie koperblazers, een drummer, een percussionist, een bassist en gitarist Ronson zelf zorgden voor fantastische bewerkingen van veelal bekende songs als ‘Toxic’ (Britney) en ‘Just’ (Radiohead). Op ‘Apply Some Pressure’, leuk ingeleid door ‘Eleanor Rigby’, moest het publiek nog voor de vocals zorgen, maar dat werd vanaf de volgende songs afgelost door een kleurrijk gezelschap soul-, pop-, r&b-, en hiphopzangers die elkaar afwisselden. Hilarisch was ‘Oh My God’, vooral omdat Kaiser Chief Ricky Wilson op het podium werd gehaald met de opdracht de tamboerijn te spelen. Hij stond er erg onwennig bij en durfde het bijna niet aan mee te zingen met zijn eigen teksten. Met een resem klassemuzikanten zorgde Mark Ronson voor de eerste voltreffer op de laatste Werchterdag. (kvv)

Grinderman ***1/2 (Marquee)
Vergeet The Hives en het maatpak van Mauro: de ware masters of cool op Werchter waren die van Grinderman. Nick Cave lijkt zich bij zijn tweede band beter thuis te voelen dan bij de volledige Bad Seeds en in de Pyramid Marquee kraste Koning Kraai ziedender dan ooit. Onder auspiciën van een manisch drummende Jim Sclavunos baande Grinderman zich vol overgave een weg door haar debuut en twee nieuwe songs lieten het beste vermoeden voor de toekomst van de band. In ‘Get It On’ droop het geil van Martyn Caseys bassnaren, het repetitieve ‘Grinderman’ was een duiveluitdrijvende danse macabre, de angels van ‘Honey Bee (Let’s Fly To Mars)’ zinderden nog lang na en tijdens een geweldige versie van ‘No Pussy Blues’ werd het zeil van de Marquee bijna kapot gereten door de giftige, rudimentaire noise van Cave en co. Grinderman klonk nog rauwer en directer dan op plaat en zette probleemloos orde op zaken na het zoutloze optreden van Hercules And Love Affair. Reken daar nog Warren Ellis bij die als een bebaarde wildeman tekeer ging op viool en percussie en u weet dat we ons stevig geamuseerd hebben. (sv)

The Raconteurs ***1/2 (Main Stage)
Mocht u ons ooit voor het hartverscheurende dilemma plaatsen om te kiezen tussen The Raconteurs en The White Stripes, we zouden (we riskeren hierdoor uiteraard de verenigde woede van de ‘Seven Nation Army’-generatie op ons hals te halen), zij het ietwat aarzelend, voor eerstgenoemde opteren, zeker nadat ze ons twee edities geleden met ‘Bang Bang: She Shot Me Down’ hét kippevelmoment van Werchter bezorgd hadden. Dit moest en zou dan ook een van de beste optredens gedurende deze vierdaagse worden. Helaas, na rijp inwendig beraad, moeten we vaststellen dat deze heren onze top 5 net niet haalden, maar laten we er geen twijfel over bestaan: het was nog steeds zeer sterk. Zo zorgden opener ‘Consolers of the Lonely’ en het welhaast speciaal voor een volksmassa geschreven ‘Hold Up’ voor een verschroeiend begin, liet ‘You Don’t Understand Me’ jong en oud zachtjes meesnikken, en haalde ‘Level’ ons definitief uit onze Kooks-mode. Ondertussen ergerden we ons soms wat aan White’s gesoleer. Na het Neil Young-optreden waren we misschien wat verwend, al was de vingervlugheid van ‘Your Blue Veins’ één van de hoogtepunten van deze editie, en bezorgde hij ons met ‘Steady as She Goes’ ei zo na wederom kippevel. Zoals het een beetje voor dit gehele optreden geldt, jammer genoeg nét niet. (avdm)

Kaiser Chiefs *** (Main Stage)
Kaiser Chiefs zingt “it makes me sick to think of you undressed”. Dat vinden wij nu eens geestig, zie. Ricky Wilson is ook een man naar ons hart. Zelfs als zijn hele familie zou worden afgeslacht door Tom Araya himself, zou hij nog staan springen en bekken trekken. Helaas is eenzelfde grap een keer grappig, nog een keer leuk, en daarna best irritant. Vermits Kaiser Chiefs nu al sinds puberheugnis op elk festival in Vlaanderen staat dat twee podia heeft en op gras georganiseerd wordt, wordt het al eens saai en voorspelbaar. Komt daar nog eens bij dat we ‘Ruby’ eigenlijk een vreselijk kutnummer vinden, en u maakt de som: Kaiser Chiefs, tot over een jaar of zes. Maar ‘Oh My God’ blijft een zo goed als perfecte popsong. (nd)

Justice *** (Marquee)
Al tijdens het optreden van Grinderman stonden mensen vooraan met een zelf vervaardigd kruis in de hand. Net na hun set was de toeloop naar de Marquee enorm want het bijzonder populaire Franse duo Justice maakte zijn opwachting. Wie er eerder dit jaar in de AB bij was, zal zich misschien beklaagd hebben dat deze set een zo goed als exacte kopie bleek, maar ook zij stelden vast dat Justice er fantastisch in slaagde een mensenmassa tot beweging te brengen. In essentie is hun muziek erg schatplichtig aan Daft Punk en maakt het duo alles nog een stuk zwaarder. Het is een recept dat perfect werkt voor een groot publiek, dat nog het meest genoot van ‘We Are Your Friends’, een song die min of meer uitgroeide tot het anthem van Werchter. Je vraagt je af wat die twee exact doen aan hun ‘tafeltje’, maar hun hommage aan hun vrienden van Soulwax met ‘NY Excuse’ was sympathiek en hun bewerking van ‘Master of Puppets’ zullen we maar als ‘grappig’ beschouwen. (kvv)

Beck *** (Main Stage)
Na enkele geweldige shows die we de laatste jaren ook op onze festivals konden zien (herinner u onder meer de marionettenop Pukkelpop 2006), zou Beck Hansen zich naar eigen zeggen op deze tournee weer focussen op de muziek in plaats van op het visuele. Terug naar de roots dus, en dat mag u gerust letterlijk nemen. De Amerikaan heeft dezer dagen opnieuw lang haar en kwam op in een très grungy houthakkershemd. Toen hij dan ook nog eens begon met ‘Loser’ waanden we ons helemaal weer vijftien jaar terug in de tijd.

De setlist was om van te smullen. Vrijwel elke fan favourite passeerde de revue, de Korgis-cover ‘Everybody’s Gotta Learn Sometimes’ incluis. Nummers als ‘Lost Cause’ en ‘Where It’s At’ werden live in een noisier en hardere versie gespeeld, geknipt voor een festivalpubliek. Ons definitieve oordeel over de nieuwe nummers van het deze week verschenen ‘Modern Guilt’ houdt u nog van ons te goed, maar op een eerste gehoor vielen ze toch wat magertjes uit. Misschien lag dat deels ook aan Beck zelf, die er niet helemaal met zijn gedachten bij leek te zijn. Dat laatste was dan ook het grote probleem van heel dit optreden: op de meeste nummers valt niets af te dingen, maar veel meer dan degelijke maar wat futloze interpretaties viel er ook niet te beleven. Zelfs helemaal vooraan was de sfeer ver te zoeken, en bij een artiest als Beck is dat niet wat we verwachtten. Volgende keer beter! (md)

dEUS **** (Main Stage)
Met als plan de regen en de herinnering aan het concert twee jaar terug voor te zijn, plaatste dEUS het slotakkoord achter een van de betere Rock Werchteredities van de laatste jaren. De nog steeds – zij het steeds stiller – weerklinkende dissidente klanken als zou dEUS geen gepaste headliner zijn, mogen onder de noemer ‘geneut’ worden geklasseerd, daar geen mens zou zagen als krèk dezelfde band van over de plas kwam.

Of dEUS beter was dan in 2006 is voer voor microscopici, feit is dat België’s grootste alweer anderhalf uur oerdegelijk stond te concerteren. Na mishit ‘Slow’ als opener dommelde de set op geen enkel moment in. Het energieke ‘Oh Your God’ werd gevolgd door ‘Instant Street’, voor ons nog steeds een van de vijf (maak er drie van) beste nummers van de Antwerpse band, zeker sinds Mauro de helft van de zang- en gitaarpartijen op zijn conto mag schrijven. Ook altijd leuk, al vonden we dat twee jaar geleden dan weer net iets straffer: de chaos die dEUS creëert in nummers als ‘Fell Of The Floor, Man’ en ‘Theme From Turnpike’. Neem daarbij de wereldhum die ‘Nothing Really Ends’ is, de explosie die ‘Bad Timing’ – opvallend: een van de weinige nummers uit ‘Pocket Revolution’ – brengt of de klasse van een nummer als ‘Is A Robot’, en je beseft dat deze band van een ijle, zeldzame hoogte is. Enkel met ‘The Architect’ blijven we wat worstelen. Ook gisteren was het lelijke eendje niet moeilijk aan te duiden.

Maar wat gezegd van toegiften als ‘Popular Culture’, met voorsprong het beste nummer op ‘Vantage Point’, op Uw Weide enig mooi aangevuld met koor, en ‘For the Roses’, nog een van die topvijfnummers als het op dEUS’ repertoire aankomt. Het feit dat ‘Hotellounge’ zelden op de bühne komt, is naast erg spijtig ook gewoon het bewijs dat dEUS de enige Belgische band is die het zich kan permitteren tien fantastische songs niét te spelen en toch met een wereldset weg te komen. ‘Suds & Soda’ was een salvo dat zeven maal doel trof en iedereen in en rond groot Rotselaar-Haacht deed beseffen dat dit met voorsprong de best mogelijke bezetting van de best mogelijke headliner is. Het slotakkoord van dEUS’ set viel samen met het traditioneel afsluitende vuurwerk van wat vier dagen lang de absolute hoogmis van de goede smaak was. (nd)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − vijf =