Motek :: Port Sunshine

Als we de verklaringen in de pers mogen geloven, tast Motek het proces dat muziek maken is uiterst voorzichtig af. Daarom werd er eerst naar een sound gezocht en kwam er daarna pas zang aan te pas. Wanneer alles dan helemaal geperfectioneerd was, konden de heren aan een plaat beginnen sleutelen en nu die plaat er is volgt met "Tryer" meteen een vette Afrekening-hit in haar spoor. Geen weg terug voor deze perfectionisten.

"Motek maakt post-rock" lezen wij in de media, maar dat label lijkt ongelukkig gekozen voor de sound die deze Oost-Vlamingen voortbrengen. Single "Tryer" heeft weliswaar een zeer atmosferisch geluid waarin duidelijk wenken naar de distortion van Explosions In The Sky terug te vinden zijn, toch biedt Motek meer dan dat en gaat het palet breder met zanglijnen en duidelijke melodieën in songs die van Port Sunshine een filmische rockplaat pur sang maken.

Wel correct is dan weer om te stellen: "Motek maakte post-rock". Op het titelloze debuut uit 2006 met name en met de muziek bij de performance "Do You Us Too?". Zelf blikt de band op dat debuutalbum terug als was het een vingeroefening voor wat nu een meer uitgepuurde, meer veelzijdige sound is geworden, meer plaat dan soundtrack. En wat betreft zijn performances is Motek anno 2008 klaar om zichzelf als een exclusief muzikaal project te beschouwen. Daar leent de nieuwe plaat zich dan ook toe.

En of dat zo is. Met een nummer als "Tryer" heeft de band een hit — het moge dan een onverwachtse zijn, maar toch. Met zijn overstuurde gitaren en bepalende pianoaanslagen kan het nummer op een catchy refrein rekenen dat als een mantra je hersens aanvreet. Al even hitgevoelig is opener "Resist" dat in zijn refrein van ver iets met die piano van Coldplays "Clocks" gemeen heeft. Hier horen we Motek niet op z’n avontuurlijkst, maar het up tempo marsritme en de plechtige zang van Steven Biebaut maken van deze song een prima plechtstatige binnenkomer.

Dat Motek heel wat aankan bewijst een song als "Combi Collina". Daarin wordt een gamma opengetrokken dat zowat van foute synthpop tot beukende gitaarrock reikt. Motek brengt deze trip vlekkeloos tot een goed einde en dat onderstreept de kunde van dit gezelschap. Ook als er halverwege met oosterse ritmes wordt geflirt, blijft de song overeind door een subtiel post-rockgitaartje. In "Immer Blei" trekt Motek dan weer een nieuw klankregister open met beukende distortion-gitaren, om na een zweverig intermezzo met ijle stemmen halverwege, opnieuw bij dat beginthema te belanden. Battlesiaans.

Nog beter is het gejaagde "Epoxy" dat in zijn eenvoud en rechtlijnigheid aan kracht wint en pas na enkele minuten ontploft met een schreeuwende Biebaut en een geluidsmuur die apocalyptische gedaanten aanneemt. Helemaal anders dan weer: "Sevves °Confetti Girl", een nummer als een zoete droom, met de zusjes Gijsel van ondermeer Zita Swoon als achtergrondkoor. Deze song zorgt halverwege voor een keerpunt van rust op een tot dan toe vrij jachtige plaat. Vooral de heldere piano die het nummer op gang trekt is erg mooi.

Belangrijk om weten (en dan vooral voor de Afrekening-fans onder ons) is dat deze Port Sunshine wel degelijk voor nog één derde uit vrij klassieke post-rocknummers bestaat. We spreken dan met name over het afsluitende drieluik "Ponderosa", "Corvo" en "Carnivale" die elk boven de zes minuten afklokken. In deze tracks gaat Motek opnieuw zijn instrumentale gang; is een song als "Corvo" met zijn up tempo American Analog Set-ritme nog lekker weg te kauwen, dan is het zware "Carnivale" dat al heel wat minder.

Maar die ene opmerking daargelaten is

Port Sunshine een straffe Belgische release geworden die in onze contreien nadrukkelijk nieuwe paden verkent. Motek verdient met deze plaat een (Afrekening-)publiek en perfectionistisch als de heren zijn durven wij met een gerust hart te stellen dat deze band de toekomst heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 12 =