Yasushi Yoshida :: Little Grace

In het Westen kent Explosions In The Sky al een jarenlange dominantie, zeker nu Mogwai steeds meer op zijn lauweren rust en Godspeed er voorgoed de brui aan lijkt gegeven te hebben. Maar vanuit het Oosten komt Mono opzetten. De Japanners mag dan wel een gebrek aan originaliteit verweten worden, hun groep kent iedereen.

De vaak bombastische en energieke klanken van het viertal kunnen dan ook moeilijk genegeerd worden: Mono’s geluidserupties overstemmen het gefluister van stillere landgenoten moeiteloos. Geen wonder dat Secret Figure, het debuut van Yasushi Yoshida, in 2006 tussen de plooien viel en slechts hier en daar opgemerkt werd door zij die hun oor te luister hadden gelegd.

Met Litte Grace onderneemt Yoshida een nieuwe poging. Net als bij het debuut zweert hij opnieuw bij een klassiek geluid (gedomineerd door piano en strijkers) die hij binnen de structuur van weemoedige postrocksongs giet. Door voor een klassieker instrumentarium te kiezen enerzijds, en door een verleden in de theater- en danswereld anderzijds, vergelijkt men Yoshida’s muziek — ten onrechte — vaak met postklassieke componisten als Max Richter of zelfs meer avant-gardistische bands als World End’s Girlfriend.

De nummers op Little Grace vertonen weliswaar gelijkenissen met minimale postklassieke stukken (Eluvium bijvoorbeeld), en hebben meer dan eens een onderhuidse elektronicatoets. Maar net zoals één zwaluw geen lente maakt, volstaan die elementen niet om Yoshida’s werk daaronder te plaatsen. Met eenzelfde minimum aan fantasie kunnen zijn songs immers net zo goed beschouwd worden als kabbelende postrocksong waaruit elke nakende im- en explosie gehaald is.

"Three Winters Our Trace" spreekt boekdelen: het nummer stapelt de plakken weemoed op lagen melancholie maar blijft zweren bij een door de postrockbijbel uitgeschreven aanpak. Piano noch strijkers vertonen ook maar een seconde de intentie om voor een voller geluid te gaan. De compositorische invloed is duidelijk, al mag zoiets geen verwijt heten. Yoshida beheerst zijn kunst en laat de fijn geslepen songs een voor een uit de speakers druppelen.

Dat niet alleen postrock een dominante gesprekspartner is, bewijst het naar Múm-op-Prozac klinkende "Grey" en het duidelijk op het postklassieke, maar dan minder avontuurlijk, geïnspireerde "Permanent Yesterday". Twee nieuwe staaltjes van Yoshida’s kunnen, maar ook twee nieuwe bewijzen dat men hier geen grootse songs of verbluffende kunstjes moet verwachten. Ook "Thread Still"legt zich in eenzelfde bed te rusten, waardoor zelfs de songs die wel de potentie hebben om tot meer uit te groeien ( "Under Calf, Winged Steps" en "Lullaby For Rainsongs") meegesleurd worden.

Little Grace is verre van een slechte plaat, alleen weegt ze over de hele lijn te licht. Net als Mono toont Yasushi Yoshida zich als een man die de voorbeelden tot zich genomen heeft en weet te reproduceren maar er te weinig een eigen identiteit in legt. Door voor een zachter en stiller geluid te kiezen vormt hij wel een mooie aanvulling op het geweld van Mono.

Sommige mensen horen gewoon graag mooie liedjes, net zoals er mensen zijn die in de eerste plaats doodeenvoudig mooie nummers willen maken. Met Little Grace plaatst Yasushi Yoshida zich in die laatste groep en komt hij mooi tegemoet aan de eerste. Geen grootsheid, geen verbluffende geluiden of doordachte composities, gewoon mooie liedjes zonder meer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + 12 =