De Jeugd Van Tegenwoordig :: De Machine

Het ergste wat muziekpuriteinen kan overkomen, is gezichtsverlies lijden. Op haast autistische wijze vallen ze terug op een cultureel verantwoord stramien waarin geen plaats is voor een eigen mening.* Laat staan voor een extravagante groep als De jeugd van tegenwoordig, die onbezorgd aan de foute kant buiten de lijntjes kleurt.

Laat het net van die muzieksnobs zijn dat dit Amsterdamse trio een acute aanval van dermatitis krijgt. Meerbepaald van die ontelbare epigonen binnen de gehele kunstwereld die hun mening lenen van “gezaghebbende bronnen”. De Machine is een opgestoken middelvinger naar dat gespuis. Een plaat die politiek incorrecter is dan de film Fitna van hun landgenoot Geert Wilders, maar wel duizend keer komischer. Bovendien nemen deze heren zichzelf niet al te serieus: “Mocht ik de pijp uitgaan voordat de track af is, bind de rest van het goud gerust op mijn grafkist”, klinkt het op “Sorry”.

Terwijl voorganger Parels Voor De Zwijnen vooral op die ene nederhophit “Watskeburt” teerde, klinkt De Machine veel meer uitgebalanceerd. Het hiphop-aspect zit nu vooral in het rappen en minder in de productie. Want producer Bas Bron maakt ditmaal evengoed plaats voor minimale elektro (“Flap Flap”), jaren tachtig synthesizers (“Datvindjeleukhè”) en digitale funk (de geweldige opener “Kerk”). De producties wijken niet gek veel af van Seymour Bits, het electrofunk-alter ego van diezelfde Bas Bron, dat in elitaire kringen dan weer wel op goedkeurend geknik mag rekenen. Wellicht omdat er dan slechts enkele honderden stuks van verkocht worden. Want als de massa er mee weg loopt, dan kan het toch niks zijn?

Welles, dus. Want slechts weinig groepen weten het pad tussen branie, eerlijkheid, humor, brutaliteit en durf op zo een overtuigende manier te bewandelen. “Hollereer” groeit ongetwijfeld uit tot dé zomerhit van het jaar. In dit aanstekelijke nummer steekt het drietal op hilarische wijze de draak met hun Amerikaanse collega’s: “Je kijkt o zo zuur naar mijn haute couture, want mijn haute couture is o zo duur.”

Soms leunen de teksten iets te dicht tegen goedkope onderbroekenhumor aan, maar alleen al voor zijn zelfrelativering verdient dit rariteitenkabinet een hoop respect. Zo pochen de heren in “Deze donkere jongen komt zo hard” over hun aantrekkingskracht — “Meisje kijk me aan en laat je tranen lopen / Oog in oog met genialiteit sta je”– tot op het einde van het nummer blijkt dat ze voor het raam van een prostitué staan. Wat verderop titelt het trio een simpel niemendalletje “Er is een hitje”, als sneer naar de criticasters die de groep als one-hit wonder afdeden.

En ja, uiteraard wordt er in Nederland betere hiphop gemaakt. Denk maar aan Opgezwolle, Extince en Typhoon. En daarbuiten wellicht nóg betere. Maar daar gaat het niet om. Want De jeugd van tegenwoordig is niet uit op een plaats op een of andere benauwde canonlijst. Los daarvan hebben deze heren, ondanks de bakken kritiek die ze over zich heen krijgen, een eigen universum gecreëerd waar plaats is voor gekheid, vermetelheid en verdomd aanstekelijke beats. Bovendien acteert dit trio altijd even geloofwaardig, zonder aanstellerig over te komen.

Of zoals onze grootmoeder zaliger zei: “Het kan niet elke dag zalm zijn, er moet ook eens een ferme haring tussenzitten.” Als die zo lekker smaakt als deze plaat van De jeugd van tegenwoordig, dan hebben wij daar geen problemen mee. Integendeel. De echte Kunstliefhebber vergeet na de maaltijd wel niet de lach van zijn/ haar gezicht te halen en snel Thelonious Monk of John Cage in de cd-lader te steken. Kwestie van vooral geen gezichtsverlies te lijden.

* Elke gelijkenis met bestaande personen en gebeurtenissen berust geheel en al op toeval.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + zestien =