Cali

De Ancienne Belgique mag dan een instelling van de Vlaamse
Gemeenschap zijn, tijdens het concert van de Franse zanger Cali was
het aantal Vlamingen – mezelf incluis – op één hand te tellen.
Bruno Caliciuri, een Franse zanger uit Perpignan met Catalaanse
roots, is in Frankrijk en Wallonië een echte ster. Hier in
Vlaanderen echter kent niemand hem. Een korte beschrijving? Cali
brengt Franse rock met een sectie blazers, piano en viool,
afgewisseld met intiemere nummers, en slaagt er tijdens
liveconcerten in nog 50 keer meer energie uit te stralen dan pakweg
een Bart Peeters. Impressionant.

Het al maanden op voorhand uitverkochte concert was nog niet
begonnen of Cali liet al meteen zien waar zijn politieke voorkeur
ligt. Als warming-up waren op het grote scherm achteraan het podium
beelden te zien van een of andere betoging waar rode vlaggen de
bovenhand namen. In blijde verwachting van Cali, waren er hier en
daar toch bezoekers die de link legden met de titeltrack van zijn
laatste cd ‘L’Espoir (Est dans la Rue)’. Eensklaps begint een
Coldplaypiano heel snel dezelfde twee noten achter elkaar te spelen
en stormt een immer hyperactieve Cali van de ene kant naar de
andere kant van het podium, terwjil hij door een megafoon het
publiek uitnodigt mee te “ohooën” op het begin van ‘1000
Coeurs Debout’. Nog geen tien seconden staat hij op het podium, of
al wie op het balkon neerzat staat recht en begint heftig mee te
springen.

Na deze eerste energie-uitbarsting was het meteen tijd om te
bekomen met het iets rustigere hip-hoprocknummer ‘Je te Reconnais
Plus’, gevolgd door – zoals hij zelf grapte – een ode aan onze
koningin ‘Paola’. Iedereen was weer wat bekomen, en Cali bouwde de
sfeer op naar een nieuw stevig hoogtepunt met ‘Je m’en Vais’ en
‘Elle m’a Dit’. De afgelopen jaren was dit laatste lied
traditiegetrouw de song waarop hij het publiek insprong. Ook deze
keer maakte hij aanstalten, maar op het laatste moment hield hij
zich in, en waren op het scherm beelden van een eerder concert te
zien, waarop Cali aan het crowdsurfen was, gevolgd door de woorden
“Non, je ne suis plus fou!”.

Wie tijdens deze nummers drummer Richard Kolinka (van de groep
Téléphone) in de gaten hield, zag dat hij alvast het showbeest aan
het uithangen was door steevast met zijn stokken te twirrelen als
een marionet. Het duurde dan ook niet lang of Kolinka kreeg de
hoofdrol in het opnieuw rustige ‘Sophie Calle n° 108’. Twee paukjes
vooraan het podium waren genoeg om Kolinka volledig in de
spotlights te plaatsen. De man had gelukkig een arsenaal aan
reservestokken bij om de onderweg verloren gegane of vernielde te
vervangen.

Het grootste melancholische moment kwam tijdens de hommage aan zijn
grootouders. Grootvader Guiseppe zat in het Spaanse leger tijdens
het Francobewind en sneuvelde in Wereldoorlog II. De muzikanten en
Cali draaiden zich naar het scherm waar het legerpaspoort van
Guiseppe en andere oorlogstaferelen op geprojecteerd werden, en
brachten een ingetogen “Guiseppe et Maria”. Maar de show must go
on, dus was het weer tijd voor een stevig protestlied “Resistance”,
waarbij menig rechtervuist gezwind de lucht inging. Het publiek was
opnieuw hyperactief en Cali vond het dan maar tijd het publiek in
te springen tijdens “List of Lies”, een van de twee songs
geschreven door Waterboy Mike Scott. Gewapend met een camera die
live de beelden weergaf op het grote scherm, liet hij zich leiden
door de handen van het publiek.

Niet echt onverwacht kwam Cali terug voor enkele bisnummers.
Alhoewel enkele … de drie bisrondes (of waren het er vier of
vijf?) duurden in totaal meer dan een uur. In dat uur was er vooral
plaats voor nog wat stevig werk. Het begon echter kalm met een
akoestische versie van de flamencosong ‘L’Espoir’, dat nogal
crescendo opgebouwd is. De menigte ging uit de bol en Cali speelde
met het publiek door ondermeer “Bruxelles” en
Bordel” te roepen. Misschien toch even verduidelijken dat
bordel ook lawaai betekent en dat het livealbum van de vorige
tournee ‘Le Bordel Magnifique’ heet. Het feest ging door en er
passeerde zelfs een medley van liedjes van The Doors, Bob Marley en
U2.

Bij zijn laatste terugkeer was Cali helemaal in het wit gekleed,
waarop hij meteen grappig inspeelde: “J’ai l’air ridicule?
Sachez que je m’en fous!”
Enkel begeleid door zijn gitaar
speelde hij het intimistische ‘Roberta’, over een liefde van 82
jaar, om daarna nog even helemaal gek te doen op de eerste track
van zijn debuutplaat ‘C’est Quand le Bonheur’. En gek was hij! Hij
stapte lekker door het publiek, en toen hij op het einde van het
middenplein van de AB was, liet hij zich opheffen en omhoogtrekken
door het zittend publiek op de balkons, om daar verder te
crowdsurfen. Op het moment dat je dacht alles gezien te hebben,
bracht hij nog een afsluitende disco-elektro versie van ‘Dolorosa’,
dat verder stoomde richting techno om af te sluiten. Op het einde
leek het zelfs alsof Faithless door de (veel te luide) boxen
weerklonk.

Na dit 2,5 uur durende concert bleef de adrenaline minstens dubbel
zo lang nog door de aderen stromen. Meteen in slaap vallen zat er
voor het publiek niet in, voor Cali waarschijnlijk wel, want het is
en blijft een raadsel van waar hij die energie blijft halen. Dat
Fransman staat er trouwens voor bekend dat hij na concerten vaak
moet braken door zijn overmatig energieverbruik…

Op zaterdag 3 mei staat Cali in Vorst Nationaal, voorafgegaan door
The Hong Kong Dong.

“L’Espoir” is uitgegeven bij Virgin Music.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 5 =