Finale Humo’s Rock Rally

De laatste maanden heeft de muzikale boemeltrein die Humo’s Rock
Rally heet naar tweejaarlijkse gewoonte een traject langs stoffige
achterzaaltjes afgelegd. Vele beeldenstormers zijn ondertussen met
gebroken dromen van de achterste wagons gekieperd en slechts tien
acts bereikten de finale halte. Eveneens naar tweejaarlijkse
gewoonte deed de AB dienst als strijdtoneel voor het aanstormende
geweld dat zijn kans schoon zag om een belangrijke veldslag te
winnen in de survival of the fittest van de bikkelharde
muziekwereld. Voor wie werd de finale een schamele last stop:
this town
zonder verder gevolg en voor welke jonge helden werd
het onvolprezen rockconcours een springplank naar de
(inter)nationale festivalweiden? enola sloeg het ambitieuze
rockgeweld gade en velde naast de ondoorgrondelijke wegen van de
Humojury zelf een oordeel. Een overzicht!

The Berregordies (**)

That’s it! Ditch the girls‘, het is een raad die The
Berregordies beter ter harte hadden genomen want dankzij twee
kwelende meisjes verviel hun volgeprakte sound in pure middelmaat.
De Limburgers wisten bij momenten met degelijke soulpop voor de dag
te komen, maar de polyfonische fratsen die onze gehoorwegen moesten
trotseren zijn gedoemd om koud angstzweet over de rug van
zangleraars te laten lopen en kermiskoersen in het Vlaemsche land
van de gepaste soundtrack te voorzien. Jammer, want met een
minimalere bezetting waren de nummers veel beter tot hun recht
gekomen. Less kan soms echt wel more zijn, jongens en
meisjes!

Roadburg (***)

Ook deze Limburgers stonden met een man te veel op het podium (die
Korg zoemde door hun sound als een irritante mug die je niet
doodgeslagen krijgt), maar hun onconventionele songstructuren
tilden hun set naar een hoog niveau. Krolse melodieën, frisse
drumpartijen en venijnige noise werden in een onvoorspelbare
songopbouw gegoten die sprankelde als een Veuve Clicquot. Mits een
nuttig bestede groeimarge is Roadburg een band om rekening mee te
houden!

Steak Number Eight (****)

Ze zien er dan wel uit als Xink, maar in vergelijking met de
koorknaapjes van de pseudo-punk zijn de 14- en 15-jarige kerels van
Steak Number Eight kleine Damiens met vurige ogen en duivelse
daden. De Wevelgemnaren bulldozerden de buizen van Eustachius plat
met hun satanisch verbond van melodieuze postrock en de betonnen
sludge-uithalen van Isis,
Pelican en Amen
Ra
. Op hun piepjonge leeftijd bewezen de gasten van Steak
Number Eight zich al als meesterslagers. Hun sound beschikt over de
rauwe power die koppen van rompen kan scheiden, maar blinkt
evenzeer uit in de melodieuze subtiliteit en uitgekiende
spanningsbogen waarmee tweederangs koteletten ontzenuwd kunnen
worden. Een nukkige basgitaar die tijdens het laatste nummer de
geest gaf maakte weinig meer uit. De strijd was reeds
gewonnen!

Way (**)

Ironisch: tijdens de snedige set van Way leken er wel molenstenen
aan onze oogleden te hangen. De band speelde het soort
kapotgekauwde Britrock die we op een ander al veel beter hebben
gehoord. Way deed dan ook veel meer aan als een goedkoop
stijloefeningetje dan als een waardige act. Wanneer de band binnen
de paadjes van de song bleef, werd nog strak gemusiceerd, maar
tijdens sommige breaks rammelde hun sound als een gepensioneerde
tractor. Hun cover van ‘My Generation’ van The Who had de groep ook
beter in hun ladekast laten zitten. Way to go, Way??? Toch
niet.

The Tabasco Collective (***)

We gingen ervan uit dat de naam van deze band aan Animal
Collective
refereerde, maar na de eerste gitaarpartij sloeg de
twijfel al toe want de stevig gestutte bluesrock van dit trio heeft
weinig uitstaans met de bestiale zotternijen van Panda
Bear
en co. We hoorden geen memorabele songs, maar wel goed op
elkaar ingespeelde muzikanten die konden bogen op enkele filet purs
van bluesriffs. Soms, heel soms hoeft dat niet meer te zijn!

Jasper Erkens (***)

In het midden van de gitaarstorm mocht deze 15-jarige krullenbol
zich proberen staande te houden met zijn akoestische gitaar en het
moet gezegd: Jasper Erkens bleef moeiteloos overeind. Zijn songs
zijn dan wel nog niet helemaal tot volle wasdom gekomen, maar zijn
gitaarspel was om duimen en vingers bij af te likken en de jonge
songsmid vertoonde nergens een zweem van onzekerheid. Bovendien
kwam Erkens als enige artiest met gevatte bindteksten op de proppen
(zijn finaleplaats had de jongeman gevierd met een fles Kiddibul)
en zijn cover van ‘Crazy’ van Gnarls
Barkley
deed de hormonen kolken van elke vrouw in de AB. Nog
wat aan de songs schaven en Jasper Erkens kan zonder blozen zijn
intrek nemen in de categorie ‘veelbelovend’.

The Porn Bloopers (***)

Deze forse kerels hadden hun naam niet gestolen want hun
Viagra-strakke punk met hardcore-invloeden zorgde voor menige
vroegtijdige zaadlozing. De zanger schreeuwde als een gekeeld
varken dat Frank Black ook zo treffend kan neerzetten en
de strakke cirkelzaagriffs vormden de soundtrack van een smerige
snuff movie. Een damesslipje vloog het podium op, waarna nog
gemenere Shellac-duivels werden ontbonden. Hebben we trouwens al
vermeld dat het strak was?

Team William (****)

Als sillyness een waardemeter was voor de jury, mocht Team William
zich op voorhand opmaken voor de overwinningsspeech. Met een
toetsenist als een Jostiband-lid die wat weghad van een
kniezwengelgimmick en onnozele bindteksten werkte deze bende
leukerds op danig op de lachspieren, maar gelukkig is Team William
veel meer dan een portie comedy. Hun tussen Clap Your
Hands Say Yeah
en Wolf Parade schipperend geluid haalde de
joelende kleuter in menige rockfan naar boven en ‘London Lo-fi’ en
‘Hotel’ waren bruisende, okselfrisse popsongs die gretig rondjes
draaiden in ons hoofd.

Galacticos (***)

Dit jonge grut telde twee leden van Roadburg in de rangen en hun
springbal van Architecture In Helsinki-refreintjes en het
enthousiasmerende van The Go!
Team
tolde grillig door de AB. Hun songs waren lang niet zo
zuiver als een aanval van Real Madrid, maar een weinig
benijdenswaardige stek in de derde provinciale van de ADHD-pop is
deze band ook niet beschoren. Daarvoor was deze explosieve set te
aanstekelijk.

The Hong Kong Dong (****)

Enkele boertige onverlaten vonden het nodig om The Hong Kong Dong
op boegeroep te trakteren vanwege het feit dat de kroost van
Kamagurka makkelijker aan media-aandacht raakt dan andere acts,
maar Boris en Sarah Zeebroek gaven deze kleindenkende onnozelaars
probleemloos lik op stuk. Deze broer en zus worden namelijk
aangevuld met Geoffrey ‘Arno’ Burton op gitaar en de drummer van
The Hickey Underworld en een behoorlijk straffe band is het
resultaat. The Hong Kong Dong grossiert in verslavende hooks,
verleidelijke elektronica en vooral vocale melodieën die tot de
beste van de avond mochten gerekend worden. Vooral ‘On A Sunny Day’
bleek nu al onverwoestbare pop, denk The
Flaming Lips
, denk Prince, denk Beck,
denk toekomstige topper!

We moeten er geen onnodige doekjes om winden: met hun sonische
Apocalyps hadden de jonge honden van Steak Number Eight de grootste
schade aangericht in de ziel van uw dienaar en hun muzikale
Armageddon blies ook de jury weg want Steak Number Eight ging met
de overwinning lopen. Ondanks hun leeftijd, het weinig
vanzelfsprekende genre in Humo-land en een jammerlijk technisch
euvel overtuigde de asgrauwe postrock/sludge menige leek en het
lijkt erop dat de bastaardkinderen van het huwelijk tussen Isis en
Amen Ra op weg zijn om het ondergewaardeerde genre een bescheiden
plekje op de muzikale kaart te bezorgen. Dat ze deze zomer op
menige festivalweide de takken van de bomen mogen blazen!

Eveneens terecht: het brons voor Team William en de
KBC-publieksprijs voor Jasper Erkens. Deze laatste haalde ook nog
eens de zilveren medaille binnen, een blinkende schijf die wij
eerder aan The Hong Kong Dong hadden overhandigd, maar die komen er
zonder ereplaats ook wel. Tot slot: het niveau lag hoog, de jury
had het (naar onze bescheiden mening) grotendeels bij het rechte
eind en alweer hebben er zich een paar grote talenten aan het
rockminnende publiek geopenbaard. Waarvan akte!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × drie =