Buried At Sea :: Ghost

Met zijn debuutalbum Migration (2003) wist Buried At Sea meteen door te stoten naar de harten van de liefhebbers van het zwaardere doom- en dronewerk. Op die plaat volgden een e.p. en dan vooral veel stilte. Nu is de band onverwacht terug met een nieuwe plaat. Of hij opnieuw op die eensluidend positieve respons kan rekenen durven we echter te betwijfelen.

In het begin van dit decennium werd ook wel beweerd dat Buried At Sea, net als Electric Wizard, Sleep en Neurosis, de meest heavy muziek op deze planeet maakte. De laaggestemde gitaren, slepende drums en het vermorzelende gebrek aan klassieke dynamiek deden de band uitgroeien tot een logge Godzilla van riffs uit een gestoorde onderwereld. Sinds 2003 is die aanpak steeds sterker in zwang geraakt, zijn her en der bands uit spleten en grotten gekropen om oertrage slenterdoom te spelen en werden enkele daarvan bijna indie-iconen. De vraag bleef of dit viertal zich zou weten te handhaven tussen het nieuwe geweld van o.m. Minsk, Rwake en Weedeater. Het spreekt alleszins in hun voordeel dat ze beschikken over Sanford Parker, niet enkel gitarist bij de band, maar ook producer van diezelfde Minsk en Rwake, en dus de ideale man om van Ghost een verpletterende comeback te maken.

Net als bij Minsk en Rwake laat hij de massief gepolijste aanpak voor wat ze is, om terug te keren naar een grofkorrelige, rauwe sound die ook bij de oude Neurosis te horen viel. De overdondering lijkt daarbij aanvankelijk kleiner, maar de duistere keldersfeer zorgt dan weer voor een sinister sfeertje dat de cleanere megaproducties ontberen. Ghost bestaat uit één nummer van een half uur, al is het wel duidelijk dat het gaat om verschillende stukken die op inventieve manier aan elkaar genaaid werden. De muziek evolueert nog steeds met een processiegang, al is de psychedelische inslag deze keer sterker. De eerste vier minuten zijn pure, statische doom met een hoog Sleep/Sunn0)))-gehalte, maar gaandeweg worden er meer psychedelische geluiden (ruis, gegier, gezoem) toegelaten, waardoor de sound vervaarlijk dicht bij die van Minsk komt te liggen.

Ondanks het zieke sfeertje is er een zekere afwisseling merkbaar: na een paar minuten nemen stampende drums en minder opdringerige gitaren het over om een escapade à la Isis op poten te zetten en na een minuut of elf terecht te komen in een zwaar psychedelische trance. Twee minuten blijft het stil, op geruis en klokkengelui na. Dan vliegt het mes uit de schede en worden de poorten van de hel opengegooid. Gebrul, geschreeuw, gehuil, gedonder. Het is lelijk, het is grimmig en het zal zelfs moeilijk verteerbare kost zijn voor doorwinterde fans van dit soort muziek. Halverwege de trip wordt er even teruggeschakeld naar een postmetalinterlude die gevolgd wordt door een nieuw rustmoment, waarna de laatste twaalf minuten ingezet worden met kalm ontvouwende ultradoom. Het resultaat is traag, hypnotisch en overweldigend.

En toch: het pakt niet. De geluidsmuur die Buried At Sea op poten zet is behoorlijk indrukwekkend, maar het werk lijkt als geheel coherentie te ontberen, terwijl de stukken afzonderlijk niet opwegen tegen de drie rifffestijnen van Migration. Met Ghost wordt er regelmatig gehint naar grootsheid, naar een catharsis die de luisteraar een nieuw inzicht in de dingen kan gunnen, maar enige verlichting blijft uit. Er wordt te veel ter plaatse getrappeld. Als het album na negenentwintig minuten en achtenvijftig seconden op bruuske wijze een einde maakt aan zichzelf, blijft de luisteraar dan ook achter met de weeë smaak van onvervulde beloften. Buried At Sea klinkt nog steeds imposant, maar ook in een scene die zo sterk teert op lage frequenties en ongemakkelijke atmosfeer moet een band erin slagen om zichzelf te overstijgen, zoniet blijft hij achter met niets dan oorverdovende decibels. Wat dat betreft is Ghost gewoonweg niet goed genoeg om doof bij te worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + een =