Breach




De Amerikaanse FBI wordt geacht een van de beste
inlichtingendiensten ter wereld te zijn, maar toch duurde het
meerdere jaren voor ze de mol in hun eigen gelederen te pakken
konden krijgen. Dame ironie, zij is een bitch. Op 18
februari 2001 slaagden ze er dan toch in Robert Hanssen te
arresteren, maar op dat moment was de schade al niet meer te
overzien. Gedurende meer dan twintig jaar had de man informatie
doorgespeeld aan de Russen. Gevolg: financiële kosten die in de
miljarden liepen en enkele dode agenten (officieel drie, maar het
echte cijfer ligt waarschijnlijk rond de vijftig). ‘Breach’ is niet
zomaar gebaseerd op deze feiten; de film is eigenlijk niet meer of
minder dan een verslag van de laatste weken voor de arrestatie van
Hanssen.

Eric O’Neill (Ryan Phillippe) lijkt nog maar net uit z’n
pampers, maar kan al aan de slag als ‘FBI-trainee’. Na het stalken
van enkele mogelijke terroristen, krijgt de ambitieuze jongeman een
nieuwe opdracht: hij wordt de nieuwe persoonlijke assistent –
oftewel ‘tikgeit’ – van Robert Hanssen (Chris Cooper), een oude rot
in het vak. Wat hij pas later te weten komt, is dat hij terecht
gekomen is in een van de grootste spionagezaken in de geschiedenis
van de FBI: Hanssen is namelijk een dubbelspion. Eric moet proberen
een vertrouwensrelatie met hem op te bouwen om zo mee bewijzen te
verzamelen die kunnen zorgen voor zijn arrestatie. Over een
vuurdoop gesproken.

Wie houdt van wilde achtervolgingen, nagelbijtend spannende
scènes en gevechten die je op het puntje van je stoel doen
belanden, is met deze film aan het verkeerde adres. ‘Breach’ is
geen bloedstollend spannende thriller, maar een sobere film over
een ernstig thema. Het verhaal is misschien niet erg origineel (al
is het voor één keer waargebeurd), maar het verschil met andere
spionagefilms zit ‘m vooral in de sfeer. ‘Breach’ verloopt heel
langzaam en de reden hiervoor is duidelijk: regisseur Ray kiest
niet voor flitsende actie, maar neemt uitgebreid de tijd om het
kader te schetsen waarbinnen de film zich afspeelt. Zo toont hij
verschillende keren het hoofdkwartier van de FBI: enorme grijze
gangen en TL-buizen alom. De eenzaamheid en leegte die je er gratis
bij krijgt wanneer je bij de FBI werkt, zijn haast tastbaar
aanwezig. Wat ook opvalt is de sterke soundtrack die eveneens
bijdraagt tot de sombere atmosfeer en de kijker nog dieper het
verhaal insleurt. Uiteraard ontsnapt ook deze thriller niet aan een
aantal obligate ‘spannende’ scènes, zoals wanneer Eric snel de
inhoud van de pda van Hanssen moet zien te downloaden en Hanssen
to-tààl onverwacht (ahèm) vroeger terugkeert naar zijn bureau. Dit
soort taferelen is gelukkig in de minderheid, het grootste deel van
de spanning zit wat je noemt onderhuids. Een totaal andere aanpak
dan wat we gewoon zijn van Hollywood, maar het werkt.

Nog iets wat de film de moeite waard maakt, is het fijne
kat-en-muisspel tussen Hanssen en Eric. Het is erg duidelijk dat
Eric zich met een enkele verkeerde beweging of uitspraak flink in
nesten kan werken. Chris Cooper speelt zijn rol dan ook met verve.
De mens heeft een ongelooflijke karakterkop en kan iemand met een
simpele gelaatsuitdrukking de spreekwoordelijke stuipen op het lijf
jagen. De echt donkere kantjes van Hanssen komen niet meteen boven
(een sporadische seksvideo niet meegerekend) – hij schetst Hanssen
vooral als een intelligent en uiterst religieus iemand. Je weet wel
dat hij de ‘slechterik’ is, maar doorheen de film krijg je toch een
zekere vorm van respect en bewondering voor de man. Ryan Phillippe
biedt niet echt tegengewicht aan de rasacteur, maar zet toch een
redelijke prestatie neer. Ik zie hem in elk geval liever in dit
soort rollen dan in van die kolderfilms als ‘I Know What You Did
Last Summer’.

Naar de motivatie van Hanssen blijft het zowel in het echte
leven als in de film gissen. Zoals reeds gezegd, zien we immers
maar twee gezichten: dat van norse baas en dat van vrome gezinsman.
Uiteraard zal geld wel weer z’n plaats hebben opgeëist in de lijst
van beweegredenen, maar tijdens de film begin je te vermoeden dat
er meer achter zit. Hanssen steekt van tijd tot tijd de draak met
de FBI en wijst regelmatig op fouten en tekortkomingen, zelfs
tijdens zijn arrestatie. In zekere zin (en op een rare manier) wou
hij dus bijdragen tot de verbetering van de organisatie. Bovendien
was hij een diepgelovig man en het is algemeen bekend dat ernstig
religieuzen er wel vaker een eigen perceptie van normen en waarden
op na houden… Maar wat mij het meest voor de hand liggend lijkt,
is dat hij als dubbelspion zijn eigen ego en belang wou opvijzelen.
Binnen de FBI werd hij slechts als een nummer beschouwd, maar als
spion was hij van bijna onschatbare waarde. Zijn naam heeft in elk
geval de geschiedenisboeken gehaald, hij kan zijn ‘missie’ als
geslaagd beschouwen…

Regisseur Billy Ray maakte eerder al het ondergewaardeerde
‘Shattered Glass’ (eveneens een waargebeurd verhaal) en levert nu
dus ook met z’n tweede film prima werk. Tussen al het
Hollywoodgeweld valt ‘Breach’ op door z’n ingetogenheid en wie alle
James Bonds en Jason Bournes van deze wereld even beu is, zal met
deze prent zeker zijn gading vinden. Geen film die je eeuwig zal
bijblijven, maar dat was duidelijk ook niet het doel van de makers.
Een sterke film die je een aangename avond zal bezorgen, meer moet
dat soms niet zijn…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + veertien =