Demopoll 2006-2007

“Een selectie die als geen ander de temperatuur meet onder de
broeierige oksel van muzikaal Vlaanderen”: zo wordt deze compilatie
van 16 demo-tracks beschreven op de site van Poppunt. De ideale
kans dus om al wat vooruit te kijken naar het muzikale landschap
van 2008 en verder.
Maar hoe zit het nu met die oksel? Stinkt hij naar het rockzweet,
of eerder naar het vuile geurtje van een aftershave die over tijd
was? Voor we verdrinken in de okselrivier der metaforen, brengen
wij u een verslag uit: welke bands zullen binnenkort de main stream
bestormen? Welke ensembles zijn nu al te mijden? Met andere
woorden, de hots en de nots van deze koortsthermometer.

De Nots:

‘Frequently Obscene’ van General Mindy, een
“cutting edge rock” collectiefje (wat gaan ze nog uitvinden) uit
Antwerpen, doet je vermoeden dat deze band wel best leuk zou kunnen
zijn live. In de studio moeten ze echter iets te veel stijfsel op
hun apparatuur gesmeten hebben: Wat best een leuk rock’n roll
nummer had kunnen zijn, wordt gesmoord door een te lichte mix met
amper iets wat gitaargeweld kan genoemd worden. Er worden wat heel
erg professioneel klinkende synth-geluiden tussen gesmeten, die op
hun beurt echter ook weer niet vet of krachtig klinken en het
geheel alleen maar stijver maken. Volgens het bijgesloten boekje
hadden er invloeden van Evil Superstars en
Beck in
moeten zitten, maar het meeste wat we hier te horen krijgen is een
soft afkooksel van The Van Jets.

Me & Mr. Richess
behoort eigenlijk met twee
dollartekens geschreven te worden. Hier laat ik dat nu even zo,
aangezien ze zich zelf al genoeg belachelijk maken. Hoewel hun
genre aangeduid staat als “funkrock”, is het nummer ‘Bouncin’, hoe
kan het ook anders, een poging tot hiphop. In een slecht geacteerde
sample (of was het als grappig bedoeld?) kondigen deze
wiggahs aan dat ze blank zijn, maar elke grootmoeder heeft
dat snel genoeg door. Weinigen van de leden hebben een acceptabel
Engels accent en de tekst is je reinste voorspelbaarheid. Gangsta
rap, 50 Cent stijl, maar dan door flauwe plezanten. Het enige
“rock” element is de elementaire gitaarbegeleiding (moet je voor
zoiets nu een Gibson Les Paul hebben? Echt?). Waar deze bende wel
goed in is, is het in-mixen van samples en choruslijnen, en dat
doen ze dan ook zo overvloedig, dat je er horendol van wordt. Voor
goede hip hop kijkt u beter wat verder in deze bespreking.

Harlot Haste belooft de Dropkick Murphys van
Vlaanderen te worden. Punkrock, het heeft nog maar weinig goeds
opgeleverd de laatste tijd. Zo graag had ik hier kunnen zetten dat
de Vlaamse Heideroosjes waren opgestaan, maar het
blackmetalgitaartje en wanna-be Lemmy-stemmetje op ‘Victoria’
zouden zelfs mijn moeder geen schrik aanjagen. Wat hoofdpijn, dat
kan best.

De Tussenklasse:

‘Demons Wear A Crown’ van Landfill begint met een
mooi wervelend filtergeluidje dat je doet denken aan múm met een
popattitude. Er worden een strakke, simpele drum en een bas aan
toegevoegd, en een rustige mannenstem. De gitaar schijnt echter wat
te vroeg in te vallen, maar het post-rockachtige effect stoort niet
echt en gaat mooi samen met de zachte popsfeer. Vanaf het refrein
gaat het echter een beetje fout: de gitaren gaan harder, het wordt
een rocknummer, maar de zang en de filtergeluidjes blijven te
rustig. Pas halverwege het tweede refrein durft de zanger iets
rauwer te gaan. Dit zorgt ervoor dat het nummer pas te laat echt
begint te ontplooien, en dan is het plots gedaan. Een belofte die
maar half ingelost wordt, voorlopig dan toch.

PJ Harvey
komt voor de eerste keer (ja, er komt een tweede) om de hoek piepen
in ‘Bitchy’ van Keiki. Het nummer is goed
gespeeld, de gitaar klinkt lekker krakerig en warm, de zangeres kan
er wat van, maar toch schijnt er iets te ontbreken. Lengte
bijvoorbeeld, en variatie: het nummer is amper 2 minuten 30 en
bestaat uit exact 2 strofen en 2 refreinen. Hier had meer in
gezeten, denken wij dan. De tekst laat nochtans genoeg ruimte voor
een langer en vooral boeiender nummer, maar nu blijven wij op onze
honger zitten. Spijtig, maar wij willen Keiki zeker nog een kans
geven.

Nudex brengt het er technisch gezien alvast goed
vanaf: een lekker dikke mix van elektronica en bas gaat gepaard met
een niet bijster origineel, maar wel gaaf stemgeluid. Al willen ze
dat misschien wel, ze zijn Daan niet. Daarvoor
is ‘Anchorman’ te simpel: enkel een strofelijn en een refrein, en
dat driemaal herhaald, waarop dan een voorspelbare climax volgt. De
tekst, hoewel leuk geïnspireerd, is te braaf, en leuke zinsneden in
de strofe worden tenietgedaan door het onzinnige refreintje. Aan de
andere kant moeten we toegeven dat ze er qua uiterlijk niet naast
zitten. Gladjes.

Glad zijn de jongens van Team William zeker (ons
hadden ze ooit bijna overtuigd hun bassist te worden), en heel erg
gericht op succes in de wereld van de Stubru-pop. Dat valt meteen
op aan, wel, aan alles eigenlijk: de gitaren doen denken aan
A Brand, de
keyboard-tussenstukjes zijn lieflijk en kronkelend op z’n Vive La Fêtes, en de
zanglijnen worden met heel veel pathetiek gebracht. Net dat laatste
is er echter een beetje te veel aan: de zangers steken zoveel
“wij-zijn-hippe-jonge-knappe-mensen” in hun stem, dat je er een
beetje zeeziek van wordt. Na een tijdje wordt de echo van de
achtergrondzang (“So post – post! – rocking in a french
bar”
) best wel grappig om horen, maar dat was, denken wij,
niet de bedoeling. Met de gitaarlijnen zit het best wel goed (in de
break worden ze zelfs lekker vet), en de algehele structuur van het
nummer is gewoonweg prachtig. Misschien iets meer sérieux, of toch
iets minder tong in die kaak, en dan staat Stubru te lonken.

Een cliché jongensstem, een gitarist die eigenlijk metal wil
spelen, een lekker hoog tempo: bij Sketch The Sun
zijn alle punkrockelementen aanwezig, behalve de punk. Wanneer, o
wanneer, staat er nog eens een punkband op met teksten die over
meer gaan dan, wel, niets? Maar hey, wij vermoeden dat dat de
tienerfans niet echt zal tegenhouden. Janez Detd, begin te
beven.

The Galacticos
klinken best goed, en best ook wel jong:
wanneer de zanger “We’re coming for you’re daughter”
zingt, meende ik het gegiechel te horen van een 13-jarig meisje.
Hun leeftijd is natuurlijk hun voordeel, en het maakt hun
verwezenlijkingen des te indrukwekkender (op die leeftijd kregen
wij de eerste akkoorden nog met moeite uit onze gitaar), maar ik
vermoed dat het ook de reden is dat dit nummer nogal onschuldig en
braafjes klinkt. Niet dat indierock nu meteen een zwaar genre is,
maar enige “oempfh” mag toch niet ontbreken. De jonkies uit Hasselt
grijpen dan ook iets te snel naar een swingend refrein, dat zonder
enige opbouw en omkadering even snel verloren gaat. Maar soit,
eenmaal ze wat door het leven getekend zijn komt alles wel
goed.

Grant Moff Tarkin is de middenklasser van deze
verzameling. ‘The Golden Wire’ begint als werd het gespeeld door
een paar ouwe bluesgitaristen die nog eens samenkomen om hun gerief
af te stoffen en er niet echt al te veel moeite in steken. De
zangeres klinkt ook een beetje stofferig, maar de leuke opbouw van
het nummer, een paar leuke drumroffels en wat achtergrondzang
heffen het geheel toch wat omhoog. Heel moeilijk te beoordelen,
want aan de tekst te horen zijn dit zeker creatieve muzikanten. Er
zal alleen nog heel wat passie en een betere gitaarlijn aan te pas
moeten komen voor ze doorbreken.

Op de ‘World Parking Lot’ van Novac is het
gezellig cruisen, en de zanger heeft er het juiste stemgeluid voor
(Tom Van Laere, maar dan níet irritant). De gitarist houdt zich
mooi in, wat het geheel krachtig afgelijnd maakt. Het enige wat een
mens kan storen aan Novac is dat het allemaal een beetje bekend in
de oren klinkt en dat het een beetje te braaf blijft (het
“experiment” uit het Demopollboekje is onvindbaar) om lang in de
hersenpan te blijven rondzwerven.

De Hots:

Van Menschen Im Hotel hopen wij alvast dat ze zeer
snel “hot” zullen worden, om eindelijk de plaats in te nemen van
het al lang overbodige De Mens. Ja, zanger Dries Helsen schrijft
Nederlandse teksten, en dan nog van het soort dat je in ons
Vlaanderenlandje te weinig hoort: poëtisch, kronkelend, suggestief
maar zelden concreet, en toch lekkerbekkend. Al zou ik niet zeggen
dat de Vlaamse Spinvis is opgestaan.
Daarvoor rockt dit drietal iets te hard, en zijn ze niet etherisch
genoeg. Nochtans wordt wel met elektronica gewerkt in ‘De Nete’,
met veel sfeer als resultaat. Zo is een hoofdrol in het eerste vers
weggelegd voor een harmonicageluid dat klinkt als een piepende
schommel. Vlaanderen vrij, muzikaal gezien dan toch.

Triphop, downbeat, rock, elektronica: geen genres genoeg voor
Koala‘s bio in het Demopollboekje. Al die stempels
klinken echter veel te overdonderend voor ‘Overloaded’: het nummer
ademt minimalisme en subtiliteit. Gitaar, bas, basisdrumlijn, een
pracht van een vrouwenstem, en amper 3 minuten lang. Net door dat
minimalisme is dit nummer zo’n juweeltje: de vrouwenstem slaat in
het refrein over naar een sensuele scat, en de gitaarlijn klinkt zo
mooi samen met de bas, dat je bijna vergeet dat het eigenlijk maar
een paar simpele akkoordjes zijn. Samenspel, heet dat dan. Hoe ze
in 2 minuten en 43 seconden nog een break en enkele eveneens zeer
subtiele studio-trucjes hebben gekregen is bijna onverklaarbaar te
noemen. Mooi, verdikkeme!

Het volgende pareltje wordt ons aangereikt uit een heel andere
hoek: The Compositive Two geven ons hun
persoonlijke mening over het hiphoplandschap vandaag de dag, en
tonen ons in één adem hoe het wél moet: op een old-skool riedel die
uit ‘Ghost Dog’ had kunnen komen, demonstreert MC Elpo op hoeveel
verschillende manieren je wel op een beat kan blijven lopen zonder
naast de stoep te stappen. De Vlaamse RZA van dienst is Mister
Critical, die containers vol ghettosfeer in ons lage landje
invoert. Elpo loopt in den beginne wel wat hard van stapel, en gaat
zo vaak weg van en terug naar de vaste beat dat de gemiddelde
luisteraar even de flow kwijt zal geraken. Iemand die echter
teksten als “This game really resembles a donating sperm
business – all you gotta do is be hard to earn riches”
uit
zijn mouw kan schudden, kan je alles vergeven. Nog ééntje? “I
wouldn’t be surprised, if in prime-time, Xzibit will polish lyrics
and pimp my rhyme”
.

Soms houden wij van verassingen hier bij enola, en geen leukere
verrassing dan een PJ
Harvey
soundalike die plots volle gas geeft, begeleid
door een loodzware noise-baslijn, zoals in ‘Lucky Dream’ van
Goo Darling. Voor zo’n stem, die in verschillende
stadia van geilheid de toehoorder verder naar zich toe trekt,
zouden veel vrouwen moorden begaan. Voorlopig valt er over ‘Lucky
Dream’ niet veel meer te zeggen (geen verdere verrassingen meer)
maar wij houden onze ogen vanaf nu strak op hun MySpace
gericht.

De mensen van Poppunt zijn niet dom, nee nee: al staan er op deze
‘Demopoll 2006-2007’ enkele stinkers, ze weten hoe ze in grandeur
moeten eindigen. Transit is
dan ook ongetwijfeld de meest succesvolle band die op deze
compilatie te vinden is: op tour gaan met bands als 65DaysofStatic
en Daturah is het voorlopige record hoogvliegen voor Belgische
postrockbands, en met ‘Maza’ bewijzen ze nog maar eens dat ze
talent hebben. Niet hun beste nummer, maar wel perfect
geregistreerd en dus zeer krachtig. Meer hoeft daar niet over
gezegd te worden.

http://www.demopoll.be

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + acht =