Jim White :: 22 oktober 2007, AB Club

Hoewel White een jaar geleden nog onheil mocht preken aan de zijde van donderprofeet Johnny Dowd met Hellwood, kende deze maandagavond in de opnieuw bijna uitverkochte AB Club een wat luchtiger toon. De allrounder stelde er zijn vierde album voor, Transnormal Skiperoo, met z’n hoogstpersoonlijke mix van gewichtigheid en goofiness.

’s Mans recentste worp mag dan wel uiting geven aan zijn nieuwbakken positivisme, White blijft een figuur die moeilijk vast te pinnen valt. Hij is een hoogbegaafde filmkunstenaar met enkele prijzen op zijn palmares en is tevens aspirant-romancier, woordacrobaat, weet een aardig boompje op te zetten over metafysica en citeert hele passages uit de klassiekers van de Southern Gothic. Tegelijkertijd, en wat dat betreft beantwoordt hij dan weer aan een creatieve gretigheid die typisch is voor heel wat Amerikaanse dwarsliggers, is hij ook de man die er een carrière als surfer, fotomodel en taxichauffeur op heeft zitten. Het is een vreemde combinatie, maar het heeft wel geleid tot een persoonlijkheid om U tegen te zeggen, en tot een oeuvre dat uitblinkt in diepgang, speelsheid, respect voor traditie én lak aan opgelegde conventies.

Zoals altijd is een optreden van White een door de geschiedenis belaste trip door een achterland van grimmige onderwerpen uit de rootsmuziek, al heeft het bij momenten ook iets van een spoken word performance op café. De babbels tussen de songs, die aanvankelijk de flow van het concert beloofden overhoop te halen, droegen bij tot de onweerstanbare charme van een performance die niet overdonderend was, maar er wel voor zorgde dat zowat de helft van de aanwezigen na het concert nog een babbeltje ging slaan met de singer-songwriter, die hen maar al te graag te woord stond. Ook al lag de nadruk op Transnormal Skiperoo, het zou net zo zeer een beknopt overzicht worden van een korte, maar kleurrijke carrière.

Geflankeerd door een schriele gitarist, een imposante bassist en zijn Japanse vriend de drumcomputer, schipperde White tussen imposant melancholische rootsmuziek (openingstrio "A Perfect Day To Chase Tornados", "Jailbird", "A Town Called Amen") en de casioreggae van "If Jesus Drove A Motorhome". White, die nooit verlegen zit om een anekdote, geeft dan wel de indruk songs met een achteloos gemak uit de mouw te schudden, zijn vaardigheid in het spelen met loops en de soms wat vreemde constructies getuigen van een talent dat zich tot op het niveau van de details laat kennen. Nu eens leidde dat tot een weergaloos uitgevoerde versie van een al even prachtig nummer ("That Girl From Brownsville Texas"), dan weer tot een haast kinderlijk vullertje als "Turquoise House".

"Still Waters" uit het intussen tot klassieker uitgeroepen debuut Wrong-Eyed Jesus! was een brok innemende poëzie, "Wordmule" uit diezelfde plaat gaf White de kans om verbaal in de clinch te gaan met zichzelf via afgespeelde loops. Net als bij de Hellwood-passage zorgde een rapnummer (!) voor gefronste wenkbrauwen en hilariteit, maar een prima "Static On The Radio" (helaas geen maat voor de barokkere studioversie met Aimee Mann) en een indrukwekkend gebracht "Bluebird" waren verstommende staaltjes van gecontroleerde emotie. Een mainstreamfiguur zal White nooit worden, al zal eender wie hem aan het werk zag begrepen hebben waarom hij als aspirant-muzikant meteen een platendeal voor zes albums aangeboden kreeg. White is een original die als een volleerd koorddanser de grenzen van zijn mogelijkheden aftast, nu en dan (in stijl) op z’n bek gaat, en die vooral het levende bewijs is dat charmante creativiteit in een doorgaans conservatief genre perfect mogelijk is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + 4 =