Tunng :: Good Arrows

Na twee platen werd Tunng een full time hobby en het duo Sam Genders-Mike Lindsay een zeskoppige livegroep. Ondanks de betrokkenheid van die andere groepsleden blijft het nieuwe Good Arrows dezelfde gebreken vertonen als zijn voorgangers: hoe mooi het geluid van de groep ook is, de songs zijn iets te vaak van wisselend allooi om te blijven boeien.

Comments Of The Inner Chorus was grotendeels nog een plaat van Sam Genders en mij, al waren de anderen erbij betrokken”, aldus Mike Lindsay vorige zomer over de rol van de liveband die hun songs naar het podium vertaalde: “Hun bijdrage mag op de volgende plaat groter worden. We gaan samenhokken in een chaletje en zien wat er uitkomt. We amuseren ons en we zijn vrienden geworden. Nu willen we een derde album schrijven waarbij iedereen is betrokken.” En zo geschiedde.

Tunng is dus een groep geworden, maar veel is daar niet van te merken: nog steeds draait alles om de songs van Sam Genders en de elektronische toevoegingen van Mike Lindsay. Vooral op het eerste derde van de plaat klikken die prachtig in elkaar. Opener “Take” krijgt gaandeweg een zachtjes dansbare beat mee terwijl er mooi meerstemmig wordt gezongen en het instrumentale “Soup” tekent voor het meest uitzinnige moment op Good Arrows: de groep barst uit in een kreet en een vervormde gitaar rijt de rust heel even aan stukken. Het echte hoogtepunt is dan net voorbij met het ijzersterke “Bullets”, de enige song die zich niet verstopt achter een soort wazigheid, maar zonder knipperen in het spotlicht treedt. Wat echter vooral opvalt: het speelse element in de geluidjes is zo goed als verdwenen.

En er is nog meer veranderd aan de songs. Weg zijn Genders’ mystieke fabels met een licht middeleeuwse inslag. Geen man verandert nog in een haas, geen Jenny wordt vermoord. We krijgen een hoop vage beelden als “my organs float in the candle’s glow”, die nergens veel duidelijke betekenis krijgen. Het maakt Good Arrows een plaatje dat enkel nog behaagziek fluistert maar nergens meer verontrust zoals Mother’s Daughter And Other Stories en Comments Of The Inner Chorus dat bij momenten wel deden. Genders lijkt niets meer te vertellen te hebben en schetst dan maar een wazig sfeerbeeld.

Good Arrows is bij uitstek een koptelefoonplaatje: zonder de oren dicht bij de muziek ontgaan de helft van het elektronische geknisper en getik de luisteraar en blijven enkel het soms al te kale geluid van Genders en zijn repetitieve gitaar over. Dat dat al eens te weinig kan zijn, bewijst de laatste helft van de plaat waarin Tunng helemaal gas terugneemt. Pas na twee minuten die een eeuwigheid lijken brengen een basdrum en almaar luider tikkende elektronica dan toch enig leven in het tot dan ronduit strontvervelende “Arms”, maar “Secrets” keldert meteen alle hoop op beterschap met opnieuw dezelfde lamlendigheid.

De derde van Tunng sleept zich zo een beetje vermoeid naar het einde: ook “String” is te veel folk en te weinig -tronica. “Cans” belooft nog “here comes another one/faster than the one before”, maar daar is niets van aan. Tunng heeft zichzelf in slaap gewiegd en het is dringend tijd om wakker te worden.

Tunng speelt op 2 oktober samen met Maskesmachine in de AB in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 4 =