PUKKELPOP 2007 :: Main Stage, vrijdag 17 augustus

Twee loeiers van headliners, tweemaal een beschamend spektakel gezien, al was het om verschillende redenen. Neen, u bevond zich vrijdag beter niet voor de Main Stage als u een gelukkig mens wilde blijven: ons hart huilt nog altijd als het terugdenkt aan die ellendige geluidsmix tijdens "Intervention". Treurnis, en veel.

De dag begint nochtans in alle onschuld. Het piepjonge The Enemy heeft een frontman met de looks van de jonge Paul Weller en een geluid dat The Jam in herinnering brengt. Britpop van een Appellation d’origine contrôlée dus die er aangenaam inglijdt — volgens het immer genuanceerde NME gaat het hier zelfs om het beste sinds Oasis. Helemaal voldragen is het nog niet, maar dat de hausse aan Britse bandjes nog wel éven zal aanhouden, lijkt bij deze duidelijk.

Bij Within Temptation dachten we op dat moment nog goedmoedig "ach, elk festival heeft recht op zijn dieptepunten". Wisten wij veel wat ons ’s nachts te wachten zou staan. Naïevelingen, dat zijn we!

The Hives hebben nieuwe pakjes gekocht, maar klinken verder godzijdank zoals altijd: als een strak rock-’n’-rollcabaret dus met fijne nummers en hilarische bindteksten. Op muzikaal vlak zijn de The Hives misschien niet de meest originele of vernieuwende band, maar zolang Howlin’ Pelle Armqvist hilarische bindteksten blijft spuien en "Hate To Say I Told You So" blijft knallen, mogen ze jaarlijks terugkomen. Enkele quotes: "We are the Hives, and to our best knowledge, you are Belgium!" en "Belgium, you don’t seem very awake, but this one of the world’s best rock ’n’ roll-bands on stage. The Hives!’.Ja, zoiets ontlokt ons zelfs op een grauwe vrijdag in augustus een zomerse grijns.

En dan staan we weer reikhalzend uit te kijken naar Arcade Fire: hun vorige passage hebben we om allerhande redenen gemist, nu is het moment eindelijk daar om Canada’s boeiendste exportproduct (sorry, Bryan Adams) gewillig te ondergaan, maar dat was buiten de geluidsman gerekend. Met "Keep The Car Running" schiet de boel nog acceptabel uit de startblokken, maar vanaf dan staat het huilen ons nader dan het lachen. Win Butler blijkt belachelijk slecht bij stem en van "Haïti" en "Neighboorhood #2 (Laïka)" is nauwelijks meer dan enkele flarden drum en gitaar te horen. Zelfs het machtige "Intervention" gaat hopeloos de mist in. Op het podium lijkt de groep zich uitstekend te amuseren, maar tien meter de wei in horen we slechts enkele flarden concert aanwaaien. Tijdens het machtige slottrio "Tunnels", "Power Out" en "Rebellion (Lies)" is het mengpaneel eindelijk onder controle en overweldigt de groep zoals we dat een uur lang gehoopt hadden en geen vijftien minuten.

Ter hoogte van onze puberteit — begin jaren negentig — waren Smashing Pumpkins een belangrijk deel van de gemiddelde alternatieve kinderkamer. Jaren later blijken alleen het fantastische Siamese Dream en een handvol tracks uit de latere albums de muziekgeschiedenis te doorstaan. Bovendien is Corgan een wat zielige zeikerd die graag enkele miljoenen incasseert als headliner maar met een rukkerige en obscure set even graag zijn fans te kakken zet. Dat hij — wild solerend — bij een volgende exploitatie van puberleed en vergane glorie, dankzij een stevige stroomstoot alsnog tot inkeer moge komen. Pumpkins anno 2007 lijken nog het meest op een arrogante hoop opgewarmde stront. Wie dat karikatuuraalgewijs het mooist kan uitbeelden, krijgt ons exemplaar van Siamese Dream.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − tien =