Caribou :: Andorra

Het zijn gouden tijden voor de telers van paddenstoelen met geestesverruimende effecten, want met Andorra gooit Caribou het volgende psychedelisch plaatje op het bord van de melomaan. En laten de laatste worpen van Dungen, The Strange Flowers en Panda Bear nu net verteerd en uitgewerkt zijn.

Op het prachtige The Milk Of Human Kindness bracht Dan Snaith een knappe mix van krautrock en psychedelica. Op opvolger Andorra verruilt hij de krautrock grotendeels voor een flinke scheut pop, maar de lsd-inslag blijft behouden, zodat vergelijkingen met onder meer The Zombies niet van de lucht zijn en er werkelijk over een "time of the season" gesproken mag worden.

Voor het album schreef Snaith — die in tussentijd ook getrouwd is, zijn doctorsbul wiskunde heeft behaald, heeft getoerd en de guchin of qin (een Chinees snaarinstrument) heeft leren bespelen — naar eigen zeggen niet minder dan 670 nummers waaruit hij negen songs selecteerde. Sommige mensen hebben werkelijk tijd te veel. Maar gelukkig resulteert dat in het geval van Caribou steevast in kleine poppareltjes.

Single "Melody Day" opent de plaat en laat meteen horen wat Caribou ditmaal van plan is: een dwingende drum, vrolijke belletjes, loopse baslijnen, een occasionele springerige gitaarlijn, een enkele fluit en vooral geluiden die way out there klinken, vormen de achtergrond voor Snaiths ietwat hese zangstem die melancholie aan euforie koppelt. In "Sandy" wordt dat pad verder verkend en vallen de gelijkenissen met enerzijds Panda Bears (al even uitstekende) Person Pitch op, en anderzijds met het al vermelde The Zombies. Het rockende geheel zit zo volgestouwd dat het haast een wonder is dat er ook nog een song te ontwaren valt.

Op "After Hours" mag Syd Barret even meejammen terwijl de drumritmes voor de eerste keer op dit album richting krautrock gaan. Ook "Sundialing" laat een krautrock-geïnspireerde drum horen die in de armen valt van gitaren en fluiten die zweren bij een zweverige poprocksfeer. In "She’s The One" laat Snaith de vocalen over aan Jeremy Greenspan (Junior Boys), die in psychedelische heesheid nauwelijks voor zijn gastheer onderdoet. Ondanks een veelvoud aan instrumenten en ideeën klinkt de song overigens opvallend rustig en bedaard, vergeleken bij de vorige tracks.

Ook "Desiree" klinkt, een enkele "uitbarsting" niet te na gesproken, kalm en zelfs feeëriek, ook al wonen deze kabouters dan in vliegenzwammen en staan de klaprozen in bloei. Met "Eli" mag het er opnieuw wat wilder aan toe gaan: de gitaren geven de koers aan en laten de andere instrumenten volgen. Maar hoe ongenadig de gitaren ook janken, het sixties-popgevoel blijft nadrukkelijk aanwezig.

Helemaal te gek wordt het echter met de laatste twee tracks. "Irene" is een niet mis te verstane knipoog naar de eerste electro-exploten, inclusief de droge, repetitieve klanken die uit een drumcomputer gepuurd worden. Het net geen negen minuten durende "Niobe" gaat nog verder. Eighties-electrowave wordt gekoppeld aan spacy geluiden, krautrock en far out-gezang tot alle zin voor tijd, ruimte en het bestaan zelf opgaan in een kosmische gewaarwording.

Met Andorra wou Snaith niet alleen het romantische ideaalbeeld van dit Spaanse gebied overzetten naar muziek, maar ook de emotionele impact van The Zombies evenaren én de kracht van de verbeelding tonen die hij onder meer in Herzogs films terugvindt. Die heksentoer kan hij niet helemaal waarmaken op dit vierde album, en bovendien heeft Panda Bear al de psychedelische popplaat van 2007 geschreven. Voorlopig moet Andorra Person Pitch laten voorgaan, maar we zijn nog lang niet aan de finish.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − 2 =