Githead :: Art Pop

Op papier beloofde Githead vooral veel art te worden, maar dat was dan buiten de onvoorspelbaarheid van de betrokken partijen gerekend. Het kwartet grossiert met zijn tweede album in door en door Britse rock die aardig wat volk met nostalgische neigingen zal kunnen bekoren. Art Pop, of hoe de som een pak minder contrair dan de afzonderlijke delen werd.

Githead heeft bovenal veel te danken aan de aanwezigheid van Colin Newman, die met z’n hoofdband Wire tot één van de belangrijkste architecten van de (post)punk gerekend mag worden. Die band wist nooit de impact van zijn eerste drie albums te evenaren, al was Send (2003), het meest recente wapenfeit van de band, een keiharde muilpeer die moeiteloos tot de beste comebacks van het decennium gerekend mag worden. Dan is er ook nog gitarist Robin Rimbaud, die onder een ander pseudoniem (‘Scanner’) rotzooit met experimentele electronica en multimediale installaties die het meest van al aansluiten bij de musique concrète van componist Karlheinz Stockhausen, die zich zelf outte als supporter van Rimbaud. Tenslotte zijn er ook nog bassiste Malka Spigel (mevrouw Newman) en drummer Max Franken van de Israelische (!) postpunkband Minimal Compact, een collectief dat in de jaren tachtig al wave en wereldmuziek wist te vermengen tot een eclectische tussenvorm.

Het arty kantje is nog steeds aanwezig, maar staat deze keer ten dienst van verrassend conventionele songs met een kop en een staart, die nu eens flirten met psychedelisch schoenengestaar, maar die net zo goed dansritmes als pure popmelodieën incorporeren. Songs als “On Your Own”, “All Set Up” en “These Days” zijn lijzige popbrokken voor volk dat graag eens een plaatje van New Order, The Stone Roses of Ride oplegt, nog van die bands die te koppig waren om toe te geven dat ze pop speelden en er niet beter op vonden hun classicisme te verpakken in uitdeinende gitaarpartijen, de hardnekkige weigering soul in hun platen te stoppen en onsamenhangend, monotoon gemurmel over regenachtige dagen (dat is althans wat wij er destijds van maakten). En toch: net als bij die bands wérkt de aanpak van Githead: Art Pop is nergens verrassend, innoverend of zelfs spannend, maar het zou grof zijn voorbij te gaan aan de onmiskenbare kwaliteiten die het gros van de songs voorschotelt.

De gruisgitaren hoorden we al eerder bij My Bloody Valentine, Slowdive en Spiritualized. De tegen de dub aanscheurende baslijnen in “Drop” en de minimalistische ruimtefunk van “Space Life” volstaan dan weer om de betere clubs in beweging te krijgen. De ritmes zijn droog, de opvullingen functioneel, de sound retro en toch hedendaags gekleurd. Het is het geluid van een band die z’n geschiedenis heeft en kent, maar er niet té veel op teert. Met “Drive By” wordt even de messcherpe art-punk van Wire opgeroepen, al gaat het er doorgaans een pak ingetogener aan toe: zo kunnen we ons voorstellen dat songs als “Darkest Star” (onze kop eraf als dat geen Grateful Dead-referentie is) en het iets minder gedrogeerde “Rotterdam” prima werken met een dosis illegaal spul achter de kiezen. Aan u de test.

Niet alles is even goed, overtuigend of meeslepend: het door Spigel opgevoerde akoestische rustpunt “Lifeloops” heeft iets van een snotneus die z’n nieuwjaarsbrief komt voorlezen, “Jet Ear Game” is het obligate electrovullertje, en naar het einde toe verliest de plaat wat van z’n toxische dampen, maar “slecht”? Nee, daar doen die van Githead niet aan mee. Hoogstens aan iets minder geïnspireerd. Met Art Pop zullen er geen potten gebroken worden, en dat lijkt ook nergens de bedoeling. Het is een beetje jammer dat je na slechts enkele luisterbeurten al aanvoelt dat er meer in had gezeten – zolang Wire bestaat zal Githead het status van een hobbyproject nooit écht overstijgen – al zal dat het publiek van de band, dat niet staat te wachten op een nieuwe hype die zichzelf met veel poeha aankondigt, vast worst wezen. Goeie stuff dus. Niet meer en, wat belangrijker is, ook niet minder.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + 15 =