Unsane :: Visqueen

Als er al zoiets zou bestaan als misantropenrock, dan verdienen de New Yorkse rioolrockers van Unsane het er de vaandeldragers van te zijn. Al een kleine twintig jaar, weliswaar met een forse onderbreking, maakt het trio onder leiding van Chris Spencer zowat de meest intense, briesende noiserock denkbaar. Visqueen blijft trouw aan de beproefde formule, en het resultaat is dan ook opnieuw een viscerale kaakslag. Zes op zes, niet slecht in een wereld waar het kruit doorgaans verschoten is na het debuut.

Toegegeven: op het werk dat Spencer en Co. aan de man brengen zal niet teruggekeken worden in het kader van een diversiteitscursus. Productietechnieken veranderen en zorgen ervoor dat Visqueen duidelijk klinkt als een plaat van deze tijd, net zoals de titelloze debuutplaat een product van de vroege jaren negentig was. Maar live zal het allemaal naadloos op elkaar aansluiten. Soms is een volledig album van Unsane zelfs al te veel, de boog kan immers niet altijd gespannen staan, en hun albums vragen om de juiste stemming en het juiste moment.

De hoekige beukrock met marteldrums en snerende drill instructions vertoont overeenkomsten met het beste van Big Black/Shellac, The Jesus Lizard en het oude Helmet, andere hobbyclubjes die uitblonken in nihilistische serenades en hondsbrutale uitspattingen die lelijkheid en lawaai wisten om te vormen tot iets moois. De bloederige albumhoezen van Unsane zijn intussen al even berucht als de band, en deze keer gaat het er al even smaakloos aan toe, met een in plastiek gewikkeld lijk dat ergens in een weide werd achtergelaten. Het bijzondere is dat het plaatje wel steeds klopt als je de muziek beluistert.

Terwijl de meeste metalbands met hun smerige excessen vooral op de lachspieren werken, heb je bij deze band nog het gevoel dat de muzikanten wel eens talent zouden kunnen hebben voor schijnbaar zinloos geweld. Op z’n best haalt Visqueen het niveau dat van oudere Unsane-klassiekers zulke verwoestingsoperaties maakte. Het is het geluid van weerstand en blind geweld, maar evenzeer van de frustratie, de woede en de walging die eruit volgen. Een Unsane-plaat doet denken aan een vent met geheven vuisten zoals een black metal-plaat doet denken aan een vijftienjarige met een identiteitscrisis.

Blood Run (2004) sloot naadloos aan op zijn voorganger Occupational Hazzard (1998), maar voelde soms aan als het mindere broertje. Het nieuwe album wijkt in lichte mate af van dat pad door het invoeren van iets meer melodie, een minder rauwe attack en iets meer variatie. Het gaat dan wel over tien midtempo grooves (afsluiter "East Broadway" is een drone van acht minuten) die allemaal uitblinken in dissonantie, wrange sfeer en afkerig geblaf, maar het is al even duidelijk dat de drie een poging doen het geluid iets te diversifiëren.

De weemoedig openende sleper "Against The Grain" is ronduit catchy, al zal onze opvatting van dat begrip wel verschillen van die van pakweg StuBru. Licht pervers klinkende herrie komt er natuurlijk ook aan te pas: "Last Man Standing", "No One" en "Eat Crow" zijn bloedrauwe lappen die de vloer aanvegen met zowat alles wat dezer dagen op de markt wordt gegooid onder het mom van "puur & opwindend", terwijl "This Stops At The River" en "Windshield" zorgen voor een fikse bluesinjectie met harmonica en vuile slidepartijen.

De tweede albumhelft is wat minder geslaagd dan de eerste, al zou dat ook wel eens aan ons kunnen liggen: doordat de impact van Unsanes muziek een enorme fysieke kracht koppelt aan kapotmakende emotionele ontladingen, kunnen twintig minuten soms volstaan. Op een nummer als "Only Pain" zouden we onze vuisten tien jaar geleden dan ook graag tot bloedens toe tegen de muur geslagen hebben. De dag van vandaag gaan we ons vooral te buiten aan inwendige razernij, en alleen al daarom is het goed te weten dat het trio er nog is.

De wereld van Unsane is geen lachertje, maar zorgt wel voor een sensatie die soms aanvoelt als jezelf in de arm kerven, of een bijl in een lillende lap vlees kappen: pervers, gevaarlijk en echt. De nieuwe generaties noisebands die zich intussen aangemeld hebben, gaan vaak nog driester tekeer, brullen nog luider, spelen nog extremer, maar het ontbreekt hen al te vaak aan focus, en het is net dat element dat Unsane nog steeds onderscheidt van de pretenders & contenders.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 11 =