Elliott Murphy Band :: 17 maart 2007, AB Box

Oude bekenden vielen elkaar in de armen, kusten, schudden handjes, en haalden gemeenschappelijke herinneringen op aan een verleden dat, afgaande op de dromerige blikken en meewarige glimlachjes, zijn stempel heeft nagelaten. Als fans van Elliott Murphy elkaar treffen, dan heeft dat steeds iets van een familiefeest, en sinds de minimarathon van gisteren, die soms iets had van een rock-’n-roll-eucharistieviering, weten we maar al te goed waarom: Murphy hoort thuis in het pantheon der groten.

Als de uitgeweken New Yorker met band of vaste compagnon Olivier Durand in deze contreien neerstrijkt, dan is het eigenlijk een beetje een thuismatch voor een artiest die al bijna twintig jaar in Parijs verblijft, en sinds jaar en dag mag rekenen op een forse Belgische aanhang. Toen deze leeftijdsgenoot van Springsteen het mooie weer maakte met albums als Aquashow (1973) en Night Lights (1976) leek grote roem voor hem weggelegd, maar vanaf het einde van de jaren zeventig werd hij teruggestuurd naar een bestaan dichter bij de marge, wat een horde fans er niet van heeft weerhouden om elk woord van de man te verzamelen. Het voorbije decennium heeft Murphy productiviteit nogmaals aan kwaliteit weten te koppelen, waarbij vooral de aanwerving van compagnon Olivier Durand voor een tweede jeugd heeft gezorgd.

De nummers uit zijn meest recente album Coming Home Again werden tijdens de voorbije concerten ruimschoots getest, dus het zag ernaar uit dat dit een ouderwets goed concert zou gaan worden. Het begin van de set bevatte een goeie hap songs uit die laatste plaat: Murphy en Durand openden als duo met het ingetogen "Making Friends With The Dead", maar werden voor "40 Days And 40 Nights" al bijgestaan door een ritmesectie en toetsenist/accordionist Kenny Margolis, die Murphy begeleidden voor een parcours van anderhalf uur, waarbij zowel oud als nieuw materiaal aan bod kwam. Het werd al snel duidelijk dat de jaren tachtig niet Murphy’s beste tijd waren (enkel "Change Will Come" dateert uit dat decennium), maar dat het nieuwe werk moeiteloos naast de oude classics kan staan is nog een pak opmerkelijker.

Murphy mag dan wel te boek staan als een singer-songwriter van de Dylan-school, met alle literaire hoogstandjes en opeengestapelde symboliek die daarbij horen, het weerhield hem er niet van uit te pakken met enkele staaltjes melodieuze rock, waarbij recent materiaal als "I Want To Talk To You" en een verbijsterend sterk uitgevoerd "Green River" (tevens het eerste echte hoogtepunt van de avond) de strijd aanging met oude kleppers als "You Never Know What You’re In For" en "Last Of The Rock Stars". Murphy was goed bij stem, genoot duidelijk van het enthousiasme van het publiek, maar was ook niet te belabberd om meestergitarist Durand in de spotlights te laten staan. Die laatste genoot daar met volle teugen van, en wrong zich in alle bochten met technische hoogstandjes die toch steeds in functie van de songs bleven staan.

Na anderhalf uur werd er zoals gewoonlijk een einde aan de set gebreid met "Diamonds By The Yard", maar de aanwezigen wisten natuurlijk dat er nog wat zou volgen. Ook de AB weet waarom sommige acts geen voorprogramma nodig hebben. Murphy en band zouden niet minder dan vijf keer teruggeroepen worden, niet verwonderlijk als je zag hoe zelfs aan het einde, na ruim 150 minuten topkwaliteit, nog steeds niet de klad erin zat. De band reeg "Maryann’s Garage Sale" aan "L.A. Woman" van The Doors en bracht de keet aan de kook met luidkeels meegezongen knallers als "Come On Louann" en "Drive All Night", terwijl Murphy de aanwezigen met verstomming sloeg met een indrukwekkende versie van Dylans "Not Dark Yet".

Het optreden was niet enkel een stilistische staalkaart van Murphy’s kunnen, maar ook een trip door een emotioneel kleurrijke wereld, waar breekbaarheid (de eulogie "Jesse"), levensvreugde ("Euro-tour") en een resem ertussen liggende tinten naast elkaar kunnen bestaan. Dat de artiest een bomvolle AB Box toch het gevoel wist te geven dat het ging om een feestje in intieme kring was misschien nog het strafst van al: ook als de band niet zonder versterking aan de rand van het podium speelde (zoals tijdens "As Good As") kreeg je als luisteraar geen enkele keer het gevoel dat er werd geacteerd, een showtje opgevoerd werd. Het resultaat was dan ook een indrukwekkende performance van een artiest die wat ons betreft op de pieken van zijn kunnen speelde. Petje af.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + dertien =