Lonely Hearts




Als ik het niet dacht: John Travolta zit in een
nieuwe film, en in zowat elke bespreking die je ervan kunt lezen,
staat geschreven dat dit “zijn come-back vertolking” zou moeten
zijn. Geen mens die nog kan tellen hoe dikwijls Travolta al is
teruggekomen uit de vergetelheid die hardnekkig aan zijn enkels
blijft zuigen (hell, zelfs ‘Look Who’s Talking’ was
destijds een come-back voor hem, en die film ging over een pratende
baby), maar ik ben een beetje bang dat ‘Lonely Hearts’ het ‘m niet
écht gaat doen. Niet dat Travolta slecht acteert – wel in
tegendeel, hij is één van de beste elementen in de film – maar de
kans dat dit halfslachtig thriller-drama het lang uitzingt in de
bioscoop, lijkt me behoorlijk klein.

Regisseur en scenarist Todd Robinson vertelt het verhaal van
zijn eigen grootvader, Elmer C. Robinson (Travolta), die tijdens de
late jaren veertig als moordinspecteur werkt bij de politie van
Nassau. Na de zelfmoord van zijn echtgenote loopt Robinson er
echter maar wat verloren bij – hij kan nauwelijks praten met z’n
tienerzoon en ook een stiekeme relatie met zijn collega Rene (Laura
Dern) brengt hem weinig geluk. Dan komt Robinson echter op het
spoor van de befaamde “Lonely Hearts Killers”: Raymond Fernandez
(Jared Leto) en Marta Beck (Salma Hayek) zijn een koppel
psychopaten die er een sport van maken om via contactadvertenties
oorlogsweduwen en andere eenzame dames met geld op te sporen en hen
vervolgens te vermoorden. Samen met zijn partner Charlie (James
Gandolfini) sloft Robinson met zijn meest bedrukte “o wrede
wereld”-gezicht van éne aanwijzing naar de andere, tot hij de twee
psycho’s achter de tralies kan draaien.

De structuur die Todd Robinson aan zijn film geeft is in feite
best wel interessant: we krijgen de twee verhaallijnen (die van de
flikken en die van de moordenaars) parallel aan elkaar
gepresenteerd, maar dan wel met kleine variaties in het
tijdsverloop. Over het algemeen loopt het verhaal van Travolta en
Gandolfini iets voor op dat van Leto en Hayek, wat Robinson
toestaat om te spelen met de verwachtingen van het publiek. Een
bepaalde vrouw is verdwenen, de rechercheurs gaan erachter aan en
dàn pas krijgen we te zien hoe de Lonely Hearts Killers de dame in
kwestie van kant hebben gemaakt. Die techniek had kunnen werken om
suspense op te wekken, maar dat is dan buiten de waanzinnige
schizofrenie van het scenario gerekend.

Zolang Robinson zich bezighoudt met de police
procedural
rond Travolta en Gandolfini gaat alles prima:
Travolta weet het trauma van zijn personage erg geloofwaardig te
maken, zodat hij wél de pijn van een ongelooflijk eenzame man kan
suggereren, zonder te vervallen in melodramatische clichés. Hij
houdt zich opvallend in, laat zelden openlijke emoties zien en
vertrouwt erop dat de situatie waarin het personage zich bevindt
voldoende zal zijn om sympathie op te wekken, zónder dat hij daar
nadrukkelijk naar gaat hengelen. Elmer Robinson is een
binnenvetter, die eigenlijk maar een paar zeer eenvoudige dingen
hoeft te doen om al een stuk gelukkiger te worden: tegen Laura Dern
en zijn zoon eens een keer zeggen dat hij hen graag ziet,
bijvoorbeeld. Maar dat kan hij niet, en op die manier saboteert hij
zichzelf constant. Dat masochistische trekje komt erg goed naar
boven in een subtiel gespeelde rol.

Dat deel van het verhaal wordt ook goed verteld door de
regisseur: aanvankelijk gebruikt hij nog even een voice
over
van Gandolfini om de plot op gang te trekken, maar na
pakweg tien minuten verdwijnt die helemaal. Robinson weet een goed
ritme in z’n film te leggen, zodat hij zonder iets te overhaasten
toch aan een gestaag tempo vooruit kan gaan, en hij weet alles
uitstekend in beeld te brengen. Visueel verwijst de film continu
naar de film noir uit de periode waarin hij zich afspeelt: de
flikken kunnen zich niet buiten wagen of het begint te regenen, elk
huis is een troosteloos kruipkot en geen lamp lijkt sterk genoeg om
ooit elk hoekje te verlichten.

Knappe cinema dus, maar dan komen we aan de verhaallijn rond de
moordenaars en je vraagt je ogenblikkelijk af of dit wel gemaakt is
door dezelfde regisseur. Al die ingehoudenheid verdwijnt als sneeuw
voor de zon om plaats te maken voor twee kwekkende karikaturen die
soms grenzen aan het groteske. Salma Hayek die een lijk hardhandig
in een hutkoffer probeert te duwen om vervolgens tot de conclusie
te komen dat the bitch won’t die! Je moet het zien om het
te geloven. In een andere scène begint Hayek Leto te pijpen terwijl
hij aan het rijden is, tot ze worden tegengehouden door een
politieman omdat ze over de hele weg aan het zwieren zijn. Hayek
besluit dan maar doodgemoedereerd bij de flik in de wagen te
stappen en hém even een blowjob te geven. Probleem
opgelost.

Robinson buit de moorden uit voor alle sensatiewaarde die erin
zit, en is daarbij schijnbaar niet geïnteresseerd in achtergrond of
context. Fernandez en Beck moorden omdat ze gek zijn, en dat is dan
dat. Ze drukken zich uit in psycho-clichés genre “kill
me or love me”
en lopen door het decor als twee
tekenfilmfiguren met moordneigingen. Leto en Hayek, nochtans
allebei goede acteurs, staan te schmieren dat het een aard heeft en
geven op die manier zelfs vaak iets ongewild lachwekkends aan de
film. Hayeks “schiet mij neer”-moment is voorbestemd om een soort
van klassieker te worden.

Daarbij komt nog het feit dat Hayek al van in het begin miscast
was: de echte Martha Beck was een vrouw met ernstig overgewicht,
hier wordt ze gespeeld door één van de mooiste dames op deze
planeet – geen dikke vrouwen in Amerikaanse films, zo blijkt, en al
zéker niet als die vrouwen seks moeten hebben in zo’n film.

Het is zonde dat die helft van de prent zo radicaal de mist
ingaat, want het Travolta-deel is echt ijzersterk. Iedereen die
kan uitleggen door welke hersenwolk Robinson plots bevangen werd
toen hij over de moordenaars begon te schrijven, mag dat altijd
komen doen. Zoals het is, zou ik op het gemakje wachten op de
dvd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + twee =